Lezersrecensie
Fraaie essays van een verbeeldingsrijke en geëngageerde flaneur
Een aantal jaren terug was ik tamelijk opgetogen over "Open City", een roman die vol staat met intelligente, verbeeldingsrijke en bijzonder elegant geformuleerde mijmeringen van een flaneur, die met volstrekt open en nieuwsgierige blik kijkt naar New York en ons verrukt met zijn verbazing. Nu heeft Teju Cole dan een bundel essays geschreven waarin hij zelf die rol van verbeeldingsrijk mijmerende flaneur op zich neemt. En weer verrukt hij mij met zijn verbazing, zijn verbeeldingsrijkdom, zijn uiterst intelligente toon, en zijn enorm wijde blik die achteloos schakelt van Afrikaanse kunst naar Mahler, van Nigeriaanse misstanden naar Canetti, of van James Baldwin naar de schoonheid van het Zwitserse landschap. Ook schakelt hij erg elegant van beschouwend naar persoonlijk. Bijvoorbeeld als volgt: "When we write fiction, we write within what we know. But we also write in the hope that what we have written will somehow outdistance us. We hope, through the spooky art of writing, to trick ourselves into divulging truths that we do not know we know. 'Open City', published two months before my eye troubles began, is in part an examination of the limits of sensitivity and of knowledge". Een mooie passage over "Open City", die nog extra pregnant wordt omdat beschouwingen in die roman over "blind spots" resoneren met concrete oogperikelen van Teju Cole zelf en met zijn angsten daarover. Maar ook een passage die mooi de inzet van deze bundel essays verwoordt: schrijven om ongedachte waarheden naar boven te halen, kijken om ongedachte perspectieven te gaan zien.
De bundel bestaat uit drie groepen essays, "reading things", "seeing things" en "being there", gevolgd door een fraaie epiloog over "blind spots" (waaruit ik net citeerde). De essays over "seeing things" vond ik de meest betoverende en verrassende, mogelijk omdat ze gaan over de mij tamelijk onbekende kunst van de fotografie. Teju Cole, zelf fotograaf maar ook kunsthistoricus, doet daarin de ene na de andere prachtuitspraak over verschillende vormen van fotografie (zwart-wit, experimenteel, maar ook b.v. Instagram, Flickr) en hoe al die verschillende vormen nieuwe, soms uiterst raadselachtige perspectieven bieden op onze zo vreemde wereld. Vooral prachtig vond ik hoe Cole die foto's' beschrijft, en door die beschrijving de toch al fraaie en meerduidige foto's nog meerduidiger maakt. Maar de leesimpressies over o.a. Conrad, Sebald, Naipaul en Baldwin in "reading things" vond ik ook lang niet verkeerd, en deze sectie bevat ook een fraaie dialoog tussen Teju Cole en Alesandar Hemon. Mooie leesimpressies, die mij nog weer anders deden kijken naar schrijvers die ik al ken (zoals Sebald) en die mij extra nieuwsgierig maakten naar schrijvers die ik nog niet ken (zoals Baldwin). Ook de meer geëngageerde essays in "being there" vond ik intrigerend. Zo vond ik het bijvoorbeeld prachtig om te zien hoe Cole, als kosmopolitische Nigeriaan met Amerikaans paspoort, zowel Nigeria als de VS met onbevangen blik bekijkt en hoe genuanceerd en elegant hij schrijft over onbegrijpelijke, mij vaak onbekende en soms tamelijk gruwelijke misstanden in beide landen. En die misstanden zet hij vaak bewonderenswaardig raak neer: "In the office is a large map of the border and the Sonoran desert. One red dot for each death, the officer says. The map is a field of proliferating color, like something growing out of control in a petri dish". Of ook door zijn volgende beschrijving van een desolaat, kaal graventerrein voor overleden illegale immigranten: "There are two columbaria for urns. The wind blows thrash across the graves. Some of the grave markers, particularly the older ones, have names and dates on them. May others are simply marked JOHN DOE, JANE DOE or UNKNOWN, though each, to someone somewhere, must once have meant the world, and more".
Dat Teju Cole nog maar veel moge reizen, flaneren, kijken en fotograferen. En dat hij nog maar veel essays en romans moge schrijven. Ik wil ze allemaal lezen.