Lezersrecensie

"Reality examined to the point of madness": wederom fenomenaal proza van de krankjorume Krasznahorkai


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
18 mrt 2016

Onlangs liep ik jolig jubelend leeg in mijn recensie van "De melancholie van het verzet": voor mij een nieuwe topfavoriet en de ontdekking dat ik van deze schrijver -Laszlo Krasznahorkai- alles lezen wil. En dat wil ik, na lezing van "War and war" nog steeds. Want ook dit was voor mij weer een geweldig meeslepende roman, geschreven in die volkomen unieke Krasznahorkai-stijl waar ik ook nu weer euforisch van werd.

Net als in "De melancholie van het verzet" gebruikt Krasznahorkai ook nu weer ellenlange zinnen die werkelijk alle kanten op bewegen. Zinnen bovendien waarin grote luciditeit en grote filosofische diepgang gecombineerd wordt met grillige, soms bijna surrealistische waanzin. Maar toch is de vorm in "War and war" anders: in "De melancholie van het verzet" wordt de waanzin nog vergroot door het ontbreken van elke alineastructuur, in "War and war" door suggestief gebruik van breuken in de tekst en stukken oningevuld wit. Elk hoofdstuk bestaat uit een aantal genummerde secties van steeds ongeveer een tot drie pagina's, de secties worden van elkaar gescheiden door een fiks stuk wit, en elke sectie bestaat uit een ellenlange zin die dus soms wel drie pagina's doordendert. Het proza is daardoor nog ademlozer dan het in "De melancholie van het verzet" al was: de zinnen zijn nog langer, nog wendbaarder, nog grilliger, en nog sterker het vehikel van een gedachtegang waarachter bijna geen punt gezet lijkt te kunnen worden. Bovendien is het proza gefragmenteerder: veel zinnen (dus ook veel secties) lijken nauwelijks samen te hangen met de voorgaande of de volgende zinnen, zodat het verhaal zich niet ontrolt via logisch samenhangende beelden of gedachten maar via stevige inhoudelijke sprongen of tijdssprongen. Alsof elke zin door een inhoudelijke lacune van de andere gescheiden wordt, en die lacune wordt dan typografisch benadrukt door de stukken wit. Wat de toch al niet geringe raadselachtigheid van die zinnen nog verder vergroot. In die zinnen zelf viert bovendien de chaos hoogtij: ze staan bol van bijna Kafkaëske onbepaaldheid en Unheimlichkeit, en ook van Becketiaanse vergeefsheid: personages die pogen, falen, opnieuw pogen, weer falen en voortdurend tragi-komische bananenschillen aantreffen op hun zinloze levenspad. Bovendien is er soms al op woordniveau sprake van een bijna Becketiaans onmogelijke worsteling: "every syllable reduced to its mere phonemes, as if each of them were the product of a struggle against other syllables or phonemes that might have been uttered in its place, as though some kind of deep and complex war were being fought out somewhere at the bottom of his throat". Uiterst ongewoon proza dus, dat lijkt te willen doordringen tot de meest onuitspreekbare lagen van onze chaotische en waanzinnige wereld. Alsof de wereld zo waanzinnig is dat de woorden nauwelijks uit je strot zijn te wurmen, terwijl die woorden dan samen zinnen vormen die maar redeloos door en door en door blijven razen. Ergens in het boek wordt een manuscript beschreven dat "was interested in one thing only, and that was REALITY EXAMINED TO THE POINT OF MADNESS, and the experience of all those intense manic details, the engraving by sheer manic repetition of the matter into the imagination, was, and he meant this literally, Korin explained, as if the writer had written the text not with pen and words but with his nails [...]". Precies dat is naar mijn gevoel de inzet van Krasznahorkai zelf: "reality examined to the points of madness". En precies dat geeft zijn onnavolgbare zinnen zo'n enorme en voor mij onweerstaanbare, manische energie.

Die energie wordt nog manischer en fascinerender door het meervoudige en vaak ook veranderende vertelperspectief. Hoofdpersoon is Korin, wiens gedachten worden geparafraseerd of aangehaald door een naamloze verteller. Soms parafraseert de verteller wat Korin denkt, soms wat Korin zegt, soms ook wat hij tegen anderen zegt, soms ook wat anderen denken of zeggen die Korin zien of wat zij aan anderen vertellen over Korin, en soms ook gewoon wat anderen denken of uitstralen zonder dat dit heel direct iets met Korin te maken lijkt te hebben. En dat alles dus in ellenlange zinnen, waarbinnen het perspectief ook meerdere keren kan veranderen omdat de verteller ineens andere personages 'volgt'. Daardoor krijgen die zinnen nog nadrukkelijker het karakter van een draaikolk die niet van ophouden weet. In diverse interviews heeft Krasznahorkai gezegd dat hij naar zijn idee gewoon imiteert hoe wij allemaal denken en spreken: in veel teksten (literair, filosofisch, wetenschappelijk, documentair) worden korte zinnen gebruikt t.b.v. helderheid, overzicht en gestructureerde ordening, maar ons spontane nog ongeordende denken heeft nog geen gestructureerde ordening en gaat dus zoekend en improviserend heen en weer. Zo ook trouwens ons spontane en associatieve vertellen. Bovendien denk ik dat Krasznahorkai bewust ervaringsrealiteiten opzoekt die wij ook na jarenlange analyse nooit zullen snappen: de ervaring dat God dood is en dat daardoor elk zingevend centrum ontbreekt, de ervaring dat wij ons hele leven lang vergeefs zoeken naar een waarom, want er IS geen waarom. De verbijstering daarover wordt dan voelbaar gemaakt in eindeloos ronddraaiende zinnen die niet kunnen eindigen met een logische conclusie en een tijdig geplaatste punt.

Ook het verhaal zelf is opmerkelijk tastend. Hoofdpersoon Korin heeft bij toeval een anoniem manuscript gevonden, vol onwereldse en ongerijmde schoonheid die haaks staat op onze van leugens vergeven wereld. Dit manuscript wil hij vereeuwigen door naar New York te vluchten en het daar op internet te zetten, zodat het tot in het oneindige bewaard blijft in de virtuele ruimte. Maar tot zijn leedwezen en frustratie kan hij de kern van dit verhaal niet vatten. Een lot dat de lezer met hem deelt, al was het maar omdat die niet het verhaal zelf te zien krijgt maar alleen Korins reacties erop en parafrases ervan, in de hierboven al gememoreerde lange en draaiende zinnen. Wel krijg je als lezer op die manier enorm tantaliserende glimpen op verhaalwerelden van onwereldse schoonheid: hoe vier personages, die kennelijk net ontsnapt zijn aan een geheimzinnige oorlog, stranden op Kreta en vol verbijstering staren naar de dageraad van de Griekse beschaving; hoe zij later -via een volkomen onverklaarde en niet te rationaliseren 'breuk' in het verhaal- getuige zijn van de bouw van een laatmiddeleeuwse kathedraal met een architectuur die een soort bovenwereldse Goddelijk-demonische transcendentie symboliseert waar zelfs de Bijbel geen enkele vat op heeft; hoe zij bij de muur van Hadrianus (in een tafereel waarin het oude Rome zich met het Spanje en Portugal van Columbus versmelt) op bijna hallucinatoire wijze spookbeelden zien van het "niet zijn" voorbij de muur en de fragiele fundamenten van het "zijn" aan hun kant van de muur; hoe zij in de bijna virtueel-onwerkelijke wereld van het uit water en spiegelingen opgetrokken Venetië een cryptische belofte menen te zien van een onvoorstelbare vrede en schoonheid die een einde maakt aan alle oorlogen. En zo meer. Het is echt geniaal hoe Krasznahorkai ons (in elk geval mij) helemaal meesleept met suggestieve glimpen op een werkelijk sublieme schoonheid, en hoe hij dat ook doet met werkelijk prachtige poëtische beelden, en hoe hij tegelijkertijd het raadsel ervan zo vergroot dat die schoonheid volkomen onbegrijpelijk wordt. Wat meteen ook het gevoel van Korin voelbaar maakt: het snakkende verlangen naar schoonheid, vrede en transcendentie die zich aan onze leugenachtige werkelijkheidsbeelden onttrekken, gecombineerd met het voor hem vreselijke gevoel dat die schoonheid voor hem ongrijpbaar is omdat ook zijn werkelijkheidsbeeld leugenachtig en incompleet is.

Niet voor niets heeft het boek het sombere motto "Heaven is sad". Niet voor niets is het boek doordesemd van pikzwarte somberheid: de dolende wanhoop van Korin, zijn onvermijdelijke (overigens ook grotesk- komische) ondergang, de gierende desillusie die het manuscript uitademt (althans in de interpretatie van Korin, die via de interpretatie van een raadselachtige vertelinstantie tot ons komt). Met bijna hallucinatoire maar ook onnavolgbaar lucide redeneringen schreeuwt Korin (of de verteller) ons bovendien steeds toe dat de hele wereld doordesemd is van redeloos geweld, en dat ons denken daardoor zodanig tot in zijn haarvaten geperverteerd is dat zelfs onze voorstelling van "het goede" bijdraagt aan dit geweld. Er zijn dus veel redenen om behoorlijk wanhopig en somber te raken van dit uit wanhoop en gitzwarte desillusie opgetrokken boek. Maar ik ben vooral opgetogen. Ten eerste omdat ik zulke gitzwartheid op zichzelf al niet puur negatief vind: mogelijk heeft de wereld inderdaad geen zin en is alle schoonheid uit onze wereld verbannen, en dat is klote, maar als dat zo is dan moeten we er ons ook toe zien te verhouden. En daar helpt dit proza naar mijn idee bij, door zijn filosofische diepgang, door zijn vlijmscherpe luciditeit, en door de werkelijk adembenemende beelden waarmee Krasznahorkai onze chaotische en zinledige wereld bijna lijfelijk voelbaar maakt. Belangrijker dan dat echter vind ik nog de enorme schoonheid van zijn proza. De glimpen van een onmogelijke, bovenaardse en ongrijpbaar-transcendente schoonheid, en Korins even vertwijfelde als wanhopig-verlangende reacties erop, worden naar mijn smaak echt onnavolgbaar prachtig verwoord. In die passages wordt dus niet alleen ongrijpbare schoonheid beschreven: die schoonheid wordt ook voelbaar gemaakt door Krasznahorkais stijl. En dat geldt gek genoeg ook voor alle passages vol pikzwarte desillusie. Al die ellenlange Krasznahorkai-zinnen beproeven ons tot het uiterste, ontsnappen aan onze ratio en de greep van ons verstand, en plaatsen ons daarmee voor een frustrerend onoplosbaar probleem. Maar tegelijk grijpen die zinnen ook naar 'iets' voorbij ons verstand en ons rationele begrip, naar 'iets' wat zich totaal aan onze voorstelling onttrekt en blijft onttrekken, naar 'iets' wat wellicht onmogelijk is en niet bestaat. Temeer omdat die zinnen eindeloos blijven cirkelen rondom iets dat onbegrepen en ondefinieerbaar blijft, daarbij ruim baan bieden aan het niet-weten en niet-begrijpen, zodat elke versimpeling en verarming en trivialisering vermeden wordt. En exact daardoor voeden deze zinnen ons (oké, mijn) verlangen naar iets wat mij en mijn volkomen benepen wereldbeeld ontstijgt.Bovendien tovert Krasznahorkai ons beelden en talige verbeeldingswerelden voor die je bij geen enkele schrijver ziet, en grillig-intense leeservaringen die je bij geen enkele andere schrijver ervaart. Daar geniet ik van. Buitensporig.

Kortom, ook deze roman van Krasznahorkai was weer fabuleus. Mijn Krasznahorkai-verslaving is niet gestild, maar toegenomen. Op naar een volgend boek van die krankjorume Hongaar!

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur