Lezersrecensie
Dichterlijk en rauw debuut
Wij, de wilden van Justin Torres is even poëtisch als rauw, even teder als wreed, even keihard als liefdevol. Korte zinnen vol agressie en troosteloosheid worden afgewisseld met dichterlijke zinnen vol weemoed en verlangen. De hoofdstukken zijn kort, fragmentarisch, suggestief, impressionistisch, bijna als prozagedichten geschreven. Ook het boek is dun. Toch ben je aan het eind even ademloos als na een dikke roman.
Verteller en hoofdpersoon is een jong kind, het jongste van drie broertjes, dat met ontroerende verbazing en naïveteit vertelt over een disfunctioneel en erg hectisch gezin. De vader is Puertoricaans en meestal werkloos, de moeder is blank en depressief, het gezin is arm en sociaal geïsoleerd. De drie broertjes zijn drop outs met misdadige neigingen: ze gaan voor elkaar door het vuur maar slaan elkaar ook helemaal lens. De ouders zijn soms teder, maar meestal destructief. De sfeer is even liefdevol als keihard en verwoestend: daardoor voelt de hoofdpersoon steeds meer angst en wanhoop. Zijn enige uitweg is een breuk met zijn familie. Maar die breuk dompelt hem weer onder in een draaikolk van emoties, want de liefde voor zijn ouders en broertjes is even groot als zijn haat, en zonder hen mist hij elk fundament.
Het boek is door alle heftige en tegenstrijdige emoties al fascinerend genoeg. Maar de kracht ervan ligt vooral in zijn stijl, die uiterst bondig is en toch vol prachtige details en beelden. Zo spelen de kinderen ’s nachts met vliegers van vuilniszakken aan een touwtje. Dat detail laat al treffend hun ellende en armoede zien. Dit wordt echter nog versterkt door het volgende beeld: ‘En de vliegers verdwenen, duister in de duisternis. Toen lieten we los en onze vuilnisvliegers namen een echte vlucht – hoger en verder, richting hemel, als een gebed, en ons hart volgde’. Een vuilnisvlieger als een – uiteraard vergeefs- gebed tot God om verlossing…. Kan het wanhopiger? Even later begrijpt een van de jongetjes waarom het gebed niet hielp: ‘We zijn niets meer dan een handvol zaad dat God in de modder en de paardenstront heeft gestrooid. We staan er alleen voor’. Kan het bondiger? Zo doet Justin Torres het steeds: werelden van emotie worden samengebald in bondige, beeldende zinnen, die snoeihard aankomen bij de lezer. Bovendien zijn het vaak heel poëtische zinnen, die ontroeren en verbazen zoals goede poëzie dat kan.
Ik ken geen andere roman waarin zo’n emotionele inhoud op zo’n bondige en poëtische wijze wordt beschreven. Dit is echt een bijzonder boek, zeker als je bedenkt dat het een debuut is. Justin Torres, onthoud die naam!
Het boek is vertaald door Nicolette Hoekmeijer. Dat heeft ze goed gedaan, al blijf ik mij afvragen waarom zij We, the animals heeft vertaald als Wij, de wilden.