Lezersrecensie
Artistieke sensitiviteit voor verhulling, naaktheid, kwetsbaarheid en mysterie
"Wit op wit" is de tweede roman van Ayşegül Savaş, een jonge Turks- Deense schrijfster die in Parijs woont, lesgeeft aan de Sorbonne, en in het Engels publiceert. Door haar intrigerende debuut, "Lopen op het plafond", was ik benieuwd naar deze roman, en nu ik die uit heb wil ik alles van Savas lezen. Want "Wit op wit" is een prachtig kleinood, dat heel cerebraal is geschreven maar vooral ook met veel artistieke gevoeligheid. Wat volgens mij ook goed tot zijn recht komt in deze vertaling van Willem Hoogendoorn.
De vrouwelijke ik- figuur doet promotie- onderzoek naar gotische (middeleeuwse) naakten, deels omdat zij gefascineerd wordt door de dubbelzinnigheid van dit onderwerp, en de aparte uitdaging die het stelt. Die uitdaging is: "kijken naar de naakte menselijke vorm met de blik van de middeleeuwse mens. Naaktheid, puur fysiek gezien, was voor de middeleeuwse mens precies hetzelfde als voor de moderne mens, Toch kon het besef ongekleed te zijn volkomen verschillende betekenissen hebben, als een dun vliesje dat het zicht op een onderwerp verduisterde". De naamloze ik- figuur wil dus kijken naar wat zich onder het dunne vliesje bevindt. Ze is niet geïnteresseerd in alle subtiele symboliek van kleding in de middeleeuwse kunst, maar juist in de naaktheid- of: kwetsbaarheid- die zich verbergt onder die kleding en de symbolische duiding van die kleding. Of zelfs in de naaktheid die zich onder de naaktheid verbergt, want "[m]eer en meer leek het me dat het vlees helemaal niet de betekenis van naaktheid had maar eerder een sluwe dekmantel was die een innerlijke - werkelijk naakte- betekenis verhulde". Voorwaar een intrigerende, maar ook heel complexe opdracht. Te meer omdat hij niet beperkt blijft tot het kijken naar kunst, want "[d]it was een even moeilijke opdracht als je eigen geest ontwarren, elke laag van je gedachten met al haar vooroordelen en vermoedens ontrafelen". De huid dekt het innerlijk leven toe, maar de ik- figuur zoekt de naaktheid onder die huid; onze geest en elke laag van onze gedachten schept orde in de wereld maar de ik-figuur wil ontrafelen en ontwarren wat er schuilgaat onder die gedachtelagen van onze geest.
Welnu: dit ontwarren en ontrafelen, dit zoeken naar naaktheid die zelfs nog schuilgaat onder de waarneembare naaktheid, staat in mijn beleving het hele boek centraal. Waarbij het vooral gaat om een tastend zoeken, dat het ongezegde en dubbelzinnige steeds zoveel mogelijk respecteert. En dat dus niet leidt tot klip en klare nieuwe verklaringen die de naaktheid zouden bekleden met betekenis. Dat blijkt bijvoorbeeld in de passages waarin de ik- figuur kijkt naar kunstwerken: heel fraaie passages, maar juist omdat ze geen duiding geven van die kunstwerken en vooral verwijlen bij de raadselachtige openheid van de beelden. De ik- figuur interpreteert niet, duidt niet: ze observeert, met zo open mogelijk oog. Wat ze nog nadrukkelijker doet in haar ontmoetingen en gesprekken met de schilderes Agnes, die de kern vormen van dit boek. Ontmoetingen waarin Agnes prachtige dingen zegt over de artistieke, niet interpreterende blik. Maar waarin ze ook, heel geleidelijk aan en sterk tussen de regels door, haar eigen naaktheid en kwetsbaarheden laat doorschemeren, en haar eigen zelfs voor haarzelf nauwelijks gearticuleerde twijfels aan haar leven, haar huwelijk, haar identiteit, de door haarzelf nauwelijks begrepen chaos onder het zo rimpelloos lijkende oppervlak, de mogelijk leugenachtige rollen die ze speelt. Dat gebeurt dan in passages vol terughoudendheid: Agnes is het summum van gereserveerdheid, de ik- figuur is dat ook. Misschien vertelt ze ons daarom ook nooit haar naam, misschien geeft ze daarom weinig prijs van haar emoties, misschien is ze daarom eerder een wijd opengesperd oog dan een herkenbaar personage. Vaak wil de ik- figuur bovendien geen vragen aan Agnes stellen, "[u]it respect, misschien, of uit angst". En ze is uiterst terughoudend met oordelen: ze kijkt, luistert, observeert, maar duidt niets. In de dialogen tussen de ik- figuur en Agnes blijft dus veel ongezegd. En dat is nog sterker het geval in de lange stukken waarin de ik- figuur, in eigen woorden, het verhaal van Agnes parafraseert. Want die parafrases zijn wonderen van omzichtigheid, door de terughoudendheid van Agnes zelf maar vooral ook door de terughoudendheid van de ik- figuur. Vooral daarin wordt, voor mij, "het respect" voelbaar voor Anges' naaktheid. Zij respecteert Agnes' kwetsbaarheid, die zo pijnlijke naakte kwetsbaarheid die het verdient om ontzien te worden. Maar ze respecteert naar mijn gevoel ook het mysterie: omdat het obsceen en al te versimpelend zou zijn om in woorden te vatten wat Agnes voelt, omdat het volkomen onwaarachtig en onjuist zou zijn om Agnes kwetsbaarheid te definiëren en van verklarende labels te voorzien.
Betekent dit dat Agnes' "naaktheid onder de naaktheid" verhuld blijft? Ja en nee, volgens mij: die dieper gelegen naaktheid en kwetsbaarheid worden in mijn beleving verhullend onthuld of onthullend verhuld. Of, anders gezegd: ze worden getoond in dubbelzinnige beelden, die ons wel glimpen laten zien maar het pijnlijke en onverwoordbare raadsel tegelijk respecteren. En dat gebeurt dan vooral in de terughoudende schilderijen van Agnes zelf, die de ik- figuur ook weer terughoudend beschrijft. De eerste ontmoeting met Agnes, en met de verdrongen kwetsbaarheid van Agnes, gebeurt bijvoorbeeld door een heel sensitieve blik van de ik- figuur op Agnes' kunst: 'Het verbaasde me dat ik stuitte op een door Agnes gesigneerde reeks frisse schilderijen van maskers, boven op elkaar gestapeld, zodat een lappendeken aan vormen het doek vulde. Ze leken op de koppen van dieren en duivels, met hoorns en scherpe snijtanden. Andere doeken beeldden menselijke gezichten uit, zonder dat ze emoties verraadden. Door de ingetogen vorm werd een soort verbijstering verhuld die voor mij onder die wirwar van beelden voelbaar was. Dit was in zekere zin mijn eerste ontmoeting met Agnes". Agnes zelf zegt: "Binnen elke staat van stilte bevond zich een andere, nog verfijndere". In haar schilderkunst zoekt ze dus die stilte binnen die stilte. Maar de ik- figuur voelt, als een der weinigen wellicht, de verbijstering onder die stiltes binnen de stiltes, en onder de wirwarren van beelden.
Dat is vermoedelijk ook het geval met een ander schilderij, dat niet alleen de stilte opzoekt, maar ook de abstractie. "Het schilderij was compleet wit. De kleur was opgebouwd uit verschillende structuren en schaduwen - vlak, rond, koud warm, met een blauwe of gele tint en lichtere en donkere schaduwen. Het hoofd dat in het midden naar voren kwam leek met zijn scherpe, nieuwsgierige trekken op een godheid, al was het te vaag om de hele vorm ervan te vatten, alsof ik het achter een snel verschuivende mist zag. Alles aan het hoofd gaf een gevoel van onvolledigheid- niet als een brokstuk zoals bij de resten van een muurschildering of een standbeeld, maar qua ontwikkeling. Het leek of sommige delen van die nauwelijks te onderscheiden gestalte op het witte doek groeiden en andere weer verdwenen. De vorm was tegelijk zinnelijk en transparant". Agnes zegt nergens expliciet dat dit schilderij over haar gaat, en de ik- figuur ook niet, maar alleen al de titel "Wit op wit" nodigt hier sterk toe uit: die suggereert immers dat de hele roman, en daarmee ook het verhaal van en over Agnes, wit op wit is, net als dit schilderij. Voorts wordt later over dit witte schilderij gezegd: "Van onderaf leek het net of de figuur door de lagen wit heen in een vrije val belandde". En op dat moment is het evident dat Agnes leven in een vrije val is beland, zonder dat ze begrijpt hoe en waarom. Later schildert Agnes bovendien een ander wit schilderij, met daarop het misvormde gezicht van de ik- figuur dat volgens Agnes tegelijk ook gelijkenissen heeft met haar eigen gezicht. Weet ze wat dit voorstelt of symboliseert? Nee, nadrukkelijk niet: "Ze was in afwachting van wat er tevoorschijn zou komen. Ze was er nog zoveel mee van plan. Van binnen voelde ze gestaag iets opkomen". Maar wat er opkomt blijft voor haar voorlopig verhuld. Net als voor de ik- figuur. Ook in dit schilderij heeft ze volgens mij vorm aan haar verborgen kwetsbaarheid, de naaktheid onder de naaktheid. Ook dit schilderij staat volgens mij in het teken van de "moeilijke opdracht" waar de ik- figuur eerder over sprak: "je eigen geest ontwarren, elke laag van je gedachten met al haar vooroordelen en vermoedens ontrafelen". Maar dat gebeurt wit op wit, in kunst die door wil dringen onder de naaktheid, onder het oppervlak van onze huid en onder het oppervlak van onze woorden, en die het mysterie wil tonen maar tegelijk wil respecteren.
Prachtig, hoe Agnes' naaktheid en mentale instorting ons wordt getoond in mysterieuze zinnen en suggestieve beschrijvingen van mysterieuze kunst. Wat mooie passages oplevert over kunstzinnige blik op de wereld, en nog mooiere passages over hoe juist die artistiek- gevoelige blik ons glimpen kan bieden op naaktheid onder het oppervlak van onze huid, onze conventies en onze woorden. Ik vond "Wit op wit" kortom schitterend. En ik hoop dat er nog veel van Savas zal gaan verschijnen, liefst in vertaling van Willem Hoogendoorn, liefst bij Uitgeverij Kievenaar.