Lezersrecensie
Afghaans zwijgen
‘Steen van geduld’ van de Frans-Afghaanse schrijver Atiq Rahimi speelt zich af in een huisje in landelijk gebied in Afghanistan tijdens de burgeroorlog kort na de aftocht van de Russen. Hier heerst van oudsher een stamcultuur waarin vrouwen slechts handelswaar en een gebruiksvoorwerp voor mannen zijn. De roman geeft een stem aan deze vrouwen die nooit worden gehoord of gezien.
Een intelligente vrouw verzorgt thuis haar man die in coma ligt. In deze situatie zijn de traditionele rollen omgedraaid. Al pratend tegen haar man gaat ze steeds een stapje verder met het vertellen over haar verleden, en wordt al doende steeds moediger en geeft ook steeds meer van haar geheimen prijs. Wordt ze overmoedig?
De vrouw is de personificatie van de opgekropte woede en pijn van Afghanistan. Haar man is de personificatie van het door oorlogen verlamd geraakte Afghanistan dat op sterven na dood is.
Rahimi gebruikt een toepasselijk perspectief van ‘de vlieg op de muur’. We blijven permanent in het hoofdvertrek waar de man op een matras ligt, en enkele keren gaat de vrouw het huis uit. Van buiten komen alleen geluiden en bezoekers. Dit creëert een beklemmende sfeer alsof je in een gevangenis zit. We krijgen de gedachten en gevoelens van de vrouw niet mee, de lezer zal die zelf moeten afleiden uit haar woorden en haar daden.
De vrouw kent het woord bevrijdend niet omdat ze zich nog nooit tegen haar man heeft durven uitspreken. Als ze daar een begin mee maakt, ervaart ze de betekenis van dat woord. Het is hartverscheurend om dit veranderingsproces op zo’n intieme manier te mogen volgen. Het gevoel van bevrijding zet haar aan om steeds vrijpostiger te worden. Ze vertelt over verborgen verlangens, angsten en geheimen. Als ze alles heeft verteld wat ze op haar hart had terwijl haar man daar niets tegen kon doen, voelt ze zich geheel opgelucht. Ze raakt er zelfs van overtuigd dat haar geheimen hem weer tot leven kunnen wekken. De stem die uit haar keel naar boven komt, is een stem die al duizenden jaren weggestopt is. Een stem die moedig en krachtig is.
Herhaaldelijk slaat deze nieuwe stem om in haar oude, conformerende stem, die zegt dat ze vreest dat er een djinn (bovennatuurlijk wezen) in haar huist, dat ze is bezeten door de duivel. Ze zegt dan het gevoel te hebben een monster te zijn net als haar man. Het is beangstigend. Op deze momenten valt ze terug op haar zwarte bidsnoer en roept Allah aan om haar te helpen haar geloof terug te vinden. Haar ontreddering en het schuldgevoel zijn voelbaar.
De spanning in het verhaal zit hem vooral in deze psychische gespletenheid, in de geheimen die ze onthult en zeker ook in haar man van wie we niet weten of hij haar hoort en wat hij zich van haar openbaringen zal herinneren mocht de genade van Allah hem uit zijn coma doen ontwaken.
Het is confronterend om te ervaren hoe de jarenlange indoctrinatie van stamcultuur en religie hebben geleid tot een internalisering van opgelegde regels en het is tegelijk hoopvol dat er toch een stem overblijft die moedig genoeg is om gehoord te worden, deze regels te bevragen en in twijfel te trekken.
Een pijnlijk en hoopvol verhaal waarin de vrouw erin slaagt op eigen kracht iets van haar waardigheid terug te winnen. De zeggingskracht van Rahimi is ongekend. Een intense roman, die de Prix Goncourt won en waarover je na afloop nog lang blijft nadenken.