Lezersrecensie

Diepe tijd als grens van het post-humanisme (Richard Powers, Tot in de hemel)


VincentBlok VincentBlok
19 mrt 2022

Tot in de hemel is een pleidooi voor post-humanisme. Het idee is dat niet langer dichotomieën en hiërarchieën bestaan tussen mensen en niet-mensen. Ze vormen daarentegen een gemeenschap van elkaar constituerende elementen. Aan de hand van het voorbeeld van bomen en bossen laat het boek zien dat het leven van negen individuele mensen, net als individuele bomen, ondergronds met elkaar verbonden zijn: “Jij en de boom in je achtertuin hebben een gemeenschappelijke voorouder. Anderhalf miljard jaar geleden zijn jullie uiteengegaan. Maar zelfs nu nog, na een enorme reis, elk in een andere richting, delen die boom en jij een kwart van jullie genen” (167).
Elders heb ik mijn bezwaren tegen het post-humanisme uiteengezet [Vincent Blok, Van wereld naar Aarde. Boom 2022]. Het komt erop neer dat ik de prijs van de totale vervloeing van mens en wereld weiger te betalen en vasthoudt aan de ervaring van de afzondering van mijn zelf voor mijzelf en de ander. Hoewel Tot in de hemel vooral post-humanistische stemmen aan het woord laat, zoals de criticasters van de uniformering van de markt en de pleitbezorgers van ecologische diversiteit, geeft vooral de diepe levenstijd van bomen voorbij elk menselijk voorstellingsvermogen te denken. Powers zegt: “Dat is het probleem met mensen, hun diepst gewortelde probleem. Het leven gaat ongezien aan hen voorbij: hier; vlak naast hen. Het vormt de grond. Het zorgt voor de waterkringloop. Het wisselt voedingstoffen uit. Het maakt het weer. Het levert de componenten van de atmosfeer. Het voedt en geneest en huisvest meer soorten schepselen dan mensen kunnen tellen” (14). Met andere woorden, Powers lijkt te erkennen dat de gemeenschap van mensen en niet-mensen in de wereld niet onze realiteit uitmaakt, waarin mens en werkelijkheid zich juist aan elkaar onttrekken.
Powers vindt die menselijke houding van onttrekking verwerpelijk en zint op een remedie tegen onze neiging om ons aan de werkelijkheid te onttrekken. Hij hoopt dat de bomen ons op een dag aan zullen spreken en ons van onze diepe verbondenheid zullen overtuigen: “’Bomen zijn de eindeloze pogingen van de aarde om tot de luisterende hemel te spreken’. En mensen – o, lieve help – mensen… Mensen zouden de hemel kunnen zijn waarmee de aarde probeert te spreken” (548). Hoezeer ik ook sympathie hem voor dit pleidooi voor een remedie tegen de ecologische rampspoed die ons vandaag de dag treft, ben ik geneigd de diepe tijd waarvan het leven van bomen getuigt, een tijd die in geen enkel menselijk verstaan op te nemen valt, positief te begrijpen als principiële grens aan de overbenadrukking van onze gemeenschappelijkheid door het post-humanisme. In de ervaring van diepe tijd vormen mens en werkelijkheid een ecosysteem of wereld en trekken ze principieel aan elkaar voorbij. En ondanks alle ecologische rampspoed die daar het gevolg van kan zijn in de vrije markt, vind ik dit existentieel gezien een geruststellende gedachte. De uitdaging voor ons is om de rol van diversiteit in ecologische gemeenschappen principiëler te denken. Voor meer blogs over literatuur en filosofie: https://vincentblok.wordpress.com/)

Reacties

Meer recensies van VincentBlok

Boeken van dezelfde auteur