Lezersrecensie
Gelaagde dystopische roman over ethische keuzes
De Zuid-Afrikaanse auteur Harry Kalmer (1956 – 2020) heeft zijn dystopische roman In een land zonder vogels vlak voor zijn dood geschreven. Hij schetst daarin een somber toekomstbeeld waarin de politieke partijen zijn vervangen door corporaties. Als lezer stap je het verhaal binnen in het vijftiende jaar van de econocratie in Zuid-Afrika. Een samenleving onder een Koreaans regime waarin alles en iedereen worden gecontroleerd. Veel boeken zijn verboden en het amusement beperkt zich tot luchtige niemendalletjes waarin kritische tegengeluiden ten strengste verboden zijn. Hoofdpersoon Adam Burger leidt, na de verdwijning van zijn dochter jaren geleden, samen met zijn vrouw een gezapig leven. Dat stopt abrupt als zijn vrouw veroordeeld wordt tot een dodelijke injectie omdat zij in het bezit is van een bijbel. Dat zet zijn leven op zijn kop en als Adam door het verzet gevraagd wordt om als arts de helpende hand te bieden, aarzelt hij niet. Hij wordt betrokken bij een complot waarvan hij de omvang niet bevat. Op zijn vlucht door een verwoest landschap blijkt hij slechts een pion te zijn. Tot hij beseft dat zijn herinnering en zijn eigen wil niet door een ander beheerst kunnen worden.
De schrijfstijl van Kalmer is bijna staccato en nuchter. De onderkoelde manier waarop hij Adam als personage en de gruwelijkheden waar hij mee te maken krijgt neerzet, zorgen ervoor dat je als lezer de rol van toeschouwer krijgt. Hierdoor is het bijna onmogelijk om je emotioneel bij Adam en de gebeurtenissen betrokken te voelen.
Het verhaal is opgedeeld in drie delen. In het eerste en derde deel wordt het verhaal op twee manieren verteld: de actuele gebeurtenissen en de reflecties van Adam die hij aan het papier toevertrouwt. Zo kom je te weten wat er zich in het verleden van Adam heeft afgespeeld en licht hij de keuzes toe die hij gemaakt heeft. Via deze reflecties neemt Adam je tegelijkertijd mee in zijn gedachtewereld en zie je hem langzaam maar zeker tot het besef komen dat zijn herinnering en zijn eigen wil niet door een ander beheerst kunnen worden. Het tweede, middelste deel staat volledig in het teken van zijn vlucht met het verzet waar hij geconfronteerd wordt met de gruwelijke doodseskaders van de regering en eindigt met een cliffhanger die ik totaal niet zag aankomen (tip: lees niet de binnenflap van het boek als je deze cliffhanger ook wilt ervaren).
Kalmer schetst geen rooskleurig beeld van de mensheid die gekozen heeft voor een oppervlakkig leven waarin puur het eigen gewin telt. Een dergelijk leven lijkt in het begin aangenaam, maar als elk tegengeluid of andere mening rücksichtsloos wordt afgestraft en tot de doodstraf leidt, wordt zo’n leven een stuk minder aangenaam. De auteur laat Adam keuzes maken, die je als lezer in eerste instantie ethisch verwerpelijk vindt en je Adam ronduit onsympathiek vindt. De vraag is of dat gerechtvaardigd is, want het is maar de vraag of je zelf andere keuzes zou maken als je voor hetzelfde dilemma gesteld zou worden.
De somberheid overheerst, maar aan het eind geeft Kalmer toch hoop door Adam het besef mee te geven dat hij keuzes kan maken. Hierdoor houd je hoop dat de mensheid niet voorgoed verloren en de juiste keuzes zal maken om de wereld leefbaar en gezond te houden.
Hoewel ik de staccato schrijfstijl minder aangenaam vond om te lezen, is het mede door de discussies die in de leesclub werden gevoerd een interessante ervaring geworden. De gelaagdheid en de symboliek, waar het boek bijna ongemerkt mee vol staat, zouden me waarschijnlijk volledig ontgaan zijn. Dit zorgde ervoor dat het boek nog langere tijd in mijn gedachten bleef rondhangen en niet is weggezet als de zoveelste gemakkelijk weglezende dystopische roman.