Lezersrecensie
Atypische King
Alles (om precies te zijn: de omvang en de recensies) aan de nieuwe Stephen King beloofde een mooi en meeslepend leesavontuur. Geen horror of bovennatuurlijk gedoe ditmaal, ondanks een breed uitgemeten cameo van het Overlook Hotel (dat in het King universum, anders dan in het Kubrick universum, tot de grond toe afbrandde). Hoewel horror natuurlijk wel helemaal het ding van King is, leek dit op voorhand geen bezwaar. Met Misery en de eerste twee delen van de Mr. Mercedes trilogie heeft King immers ruimschoots bewezen dat hij ook in het thrillergenre duistere en gedreven antagonisten weet te scheppen. Laat dit nou echter precies zijn waar het in Billy Summers totaal aan ontbreekt.
Het titelpersonage is een huurmoordenaar die zich laat verleiden tot een laatste grote klus voordat hij van een al dan niet welverdiend pensioen gaat genieten. Als fervent lezer met een onvervulde schrijfambitie wijst hij zelf heel gedienstig de lezer erop dat dit een behoorlijk sleetse trope is in het crimegenre. Waarschijnlijk in de hoop dat het de lezer hierdoor over het hoofd ziet dat er nog wel wat clichés zijn af te vinken waarmee hij als personage tamelijk naadloos samenvalt. De moordenaar met het hart op de juiste plek die alleen slechte mensen vermoord, bijvoorbeeld, of boef die bedrogen door zijn handlangers, op wraakexpeditie gaat. Enfin, de laatste grote klus brengt met zich mee dat Billy een tijdje in een middelgrote provinciestad moet doorbrengen. Zijn opdrachtgevers hebben bedacht dat de dekmantel van een tegen een deadline worstelende schrijver ideaal is om onverdacht rond te hangen op de plek van de te plegen misdaad. Deze opzet geeft King alle ruimte om te filosoferen over schrijven en schrijvers, maar het komt allemaal verschrikkelijk bedacht en onecht over. Op de eerste bladzijden leren we Billy Summers kennen als een slimme vent die zich naar zijn opdrachtgevers presenteert als een onnozele hals. Iemand die binnenskamers Zola leest, maar zich in het openbaar verdiept in een stripboekje. Niet een manga of een superhelden comic, mind you, maar Archie’s Pals & Gals. Allicht mis ik hier enige popcultuur context, maar ik heb toch het idee dat dit sinds pakweg 1965 door een volwassene niet meer onironisch gelezen kan worden. Legt King het er hier bewust (te) dik bovenop of ontmaskert hij zich onbedoeld als een nostalgische boomer die zijn vinger niet meer zo vast om de pols van de tijdgeest heeft? Hoe het ook zij, heel logisch lijkt het niet dat mensen die Billy Summers kennen als een simpele ziel, een dommekracht die door zijn mond ademt en met zijn knokkels over de grond sleept, oprecht denken dat hij geloofwaardig weken of zelfs maandenlang voor schrijver kan spelen.
Gelukkig voor hem loopt Billy gedurende al zijn tijd in de provincie helemaal niemand tegen het lijf met literaire ambities of zelfs maar enige literaire belangstelling. In plaats daarvan leidt Billy een genoegzaam leventje in een arbeiderswijk. King schildert een idylle met barbecues en potjes monopoly met de buurtkinderen en wellicht is dit veeleer een nostalgisch beeld van kleinsteeds Amerika zoals het was anno 1958 en misschien ook nog 1974, dan een realistische schildering van het hier en nu, maar het thema van een doorsnee gemeenschap die het kwaad dat zich in hun midden nestelt, niet herkent en zelfs warm welkom heet, is wel typisch King. Helaas werkt hij dit niet uit. Onder het motto wat je voorwendt is wat je op een gegeven moment wordt, begint Billy uit verveling dan maar aan zijn memoires, die interessant zijn, tot hij aan zijn oorlogservaringen toekomt. Er wordt veel aandacht besteed aan de voorbereidingen voor de aanslag, maar als Billy zich gaat uitdossen met een pruik en een nepbuik, wordt het toch wat kluchtig allemaal. Day of the Jackall met inspecteur Clouseau in de hoofdrol. Voor de rest wordt er vooral veel onbekommerd in de breedte verteld. In hoofdstuk 5.9 bijvoorbeeld gebeurt niet veel meer dan dat Billy naar de parkeergarage loopt en een bekende tegenkomt met wie hij een afspraakje maakt. Toch weet King uit deze nongebeurtenissen bijna vier bladzijden aan verhaal te persen.
Tot voor vrij kort had ik het gevoel dat Stephen King heel goed wist wat hij wilde schrijven, maar moeite had om zijn fantasie te beteugelen en zijn verhalen bevredigend af te ronden (het is misschien niet toevallig dat ik de novelle The Fog, die een open einde kent, een van zijn sterkste titels vindt). Nu lijkt het echter of Stephen King schrijft in de hoop en de verwachting dat het verhaal tot hem gaat komen. Schrijven om het vliegwiel van de verbeelding in beweging te krijgen. Het gevolg is dat King niet meer tegen het einde van een boek struikelt, maar aan het begin een of meer valse starts lijkt te maken. Zo ook in Billy Summers. Als zo halverwege de aanslag eenmaal is gepleegd duikt er opeens een nieuw personage op en zitten we opeens niet meer in Day of the Jackall, maar in The Hunter van Richard Stark. Naast deze vreemde overgang schuilt er ook iets ongemakkelijks in de verhouding tussen het titelpersonage en zijn nieuw gevonden sidekick. Je zou wensen dat King iets anders had gevonden om zijn personages zich met elkaar te laten verbinden dan trauma en seksueel geweld, want deze delicate thematiek komt binnen deze context toch niet echt heel comfortabel uit de verf.
In de uitgesponnen wraakexpeditie die volgt gebeurt niets wat niet een cliché is, hoewel je met enige goede wil zou kunnen denken dat King het genre van de ‘cosy Mafia thriller’ introduceert. Want op een enkele onderknuppel na zijn ook de boys uit Vegas in de grond gewoon goede gasten, die hun verlies nemen en zich in tweede instantie wel aan een eenmaal gegeven woord houden. De verschijning van het Overlook Hotel zou een charmante zelfreferentie zijn geweest, maar voor de gewaarschuwde lezer die erop zat te wachten is het een regelrechte anticlimax. Aan het eind van de rit zit je met een boek dat veel te lang is, focus en samenhangt mist en daardoor een soort simplisme in zich draagt dat soms aan het stompzinnige grenst. Maar het leest lekker weg, dus wat zou het? Je kunt niet anders dan Kings energie en werklust bewonderen, alsmede het feit dat hij in deze fase van zijn schrijverschap nog (voor hem) nieuwe dingen uitprobeert. Tevens hoop je dat hij beseft dat nog een inderhaast geschreven boek op de bestsellerlijst weinig tot niets bijdraagt aan zijn legacy, maar dat er nog tijd is voor een of meer echt goede werken.