Lezersrecensie
Heel veel van het heel goede
Als hij dan beslist een popsong uit die periode wilde gebruiken, dan had de titel ook ‘Long long long’ kunnen zijn, naar een bijdrage van George Harrison aan de White Album. Harrison schreef in deze periode ook nog ‘It’s all too much’, dat belandde op de soundtrack van Yellow Submarine en volgens sommige recensenten alhier had ook dat heel goed als titel kunnen dienen. Maar Crossroads is perfect natuurlijk. Het is de naam van een jeugdbeweging van een kerk ergens op de Amerikaanse prairie in 1971. De naamgever is predikant Russ Hildebrandt die hierbij de akoestische blues van Robert Johnson uit de jaren twintig in gedachten heeft. De doelgroep van Crossroads zal echter veeleer associaties met de hardrockversie van Cream hebben. Hierin tekenen zich al een aantal thema’s af die in de roman terug zullen komen: authenticiteit, generatiekloof, culturele toe-eigening om maar een paar te noemen. Crossroads is ook een tamelijk wereldse, om niet te zeggen gewaagde naam voor een kerkelijke instelling. Volgens sommige exegeten vertelt de song (in zeer bedekte termen dan, want de tekst biedt hier geen rechtstreekse aanwijzingen voor) dat Robert Johnson naar de kruising ging om daar de duivel te treffen voor een deal om zijn eeuwige ziel in te ruilen voor talent en wereldse roem. Met enige goede wil zou men kunnen zeggen dat ook de verschillende leden van het gezin Hildebrandt rond kerst 1971 op een kruising staan en een keuze moeten maken, niet zozeer een faustiaanse als wel een existentiële: wil ik het goede doen of wil ik mij gewoon goed voelen?
Vader Russ is ontevreden over zijn huwelijk en begeert een jongere weduwe (hij leent haar zijn kostbare 78 toerenplaten uit die zij uiteraard prompt breekt), dochter Becky zet haar eerste onvaste stappen op het liefdespad, oudste zoon Clem besluit zijn studie op te geven om in Vietnam te gaan dienen en middelste zoon Perry ontsnapt aan de alledaagse verveling door af te dalen in een onderwereld van roes en verdoving. Moeder Marion is op het eerste gezicht de minst interessante van het stel, maar in een adembenemende flashback wordt een verborgen verleden vol verwaarlozing, misbruik en geestesziekte blootgelegd. Dat is onmiskenbaar veel en ook lang, maar is het ook te veel en te lang? Ja, op een bepaalde manier wel. Alle gebeurtenissen en de gedachten die daarachter schuil gaan en motieven die eraan ten grondslag liggen, worden zo minutieus opgetekend dat de handeling soms voor de duur van een flinke novelle (tientallen pagina’s) wordt onderbroken. Kruispunt is het soort roman waar op tweederde nog eens uitgebreid, om niet te zeggen uitputtend wordt teruggeblikt op de jeugd en de vormende jaren van Russ. Nu is Franzen vakkundig genoeg om het niet te saai te laten worden, maar alles wat alle personages doen en denken wordt door dit procedé als zo begrijpelijk en navolgbaar, ja zo redelijk voorgesteld, dat je als lezer af en toe verlangt naar een moment dat de aandacht van de schrijver verslapt, zodat een personage even kan ontsnappen aan zijn beschrijvings- en verklaringsdwang en iets geks, iets raars, iets raadselachtigs, iets irrationeels kan doen. Dat moment komt natuurlijk niet, en daardoor worden personages zo ‘round’, zo kenbaar, dat ze vermoeiend en soms ook wat saai kunnen worden. Overbekend maakt onbemind.
Wat ook opvalt is dat met uitzondering van Clem (wiens besluit om dienst te nemen op weinig waardering van de pacifistische Russ kan rekenen – een fraaie omkering van de meer gebruikelijke tegenstelling) het onbehagen voornamelijk particulier en niet zozeer politiek of cultureel van aard is. Hierdoor vroeg ik mij bij momenten wel eens af Franzen, tot op heden befaamd als chroniqueur van zijn eigen tijd, de historische periode die hij hier tot leven wekt, de laatste katerige dagen van The Age of Aquarius, de periode zo tussen Altamont en Watergate, wel echt helemaal raak weet te treffen. Uiteraard ben ik er zelf niet bij geweest en Franzen hoeft van mij ook geen afleveringen van The Wonder Years te herschrijven, maar een scherp tijdsbeeld wordt er niet geschetst en van de alledaagse actualiteit vind je weinig tot niets terug in Kruispunt. Ook de denk en belevingswerelden van zowel de greatest generation op middelbare leeftijd (de ouders Hildebrandt en hun vrienden en kennissen) als de babyboomers in hun jeugd (de kinderen) en de onderlinge verhoudingen, komen soms wat anachronistisch over. Alsof het ik-tijdperk en de individualisering in de midwest al in de vroege jaren zeventig hun intrede hebben gedaan. Franzen zal hierop tegenwerpen dat hij niet de clichés uit contemporaine romans nog eens dunnetjes wil overdoen en dat valt alleszins te billijken. Een goede historische roman zegt natuurlijk ook meer over de tijd waarin hij is geschreven dan over de tijd die hij beschrijft.
De gebeurtenissen die zijn ingezet rond kerst 1971 krijgen op alleszins logische en bevredigende wijze hun beslag als Russ en Perry bij de Navajo’s in Arizona zitten, Marion in Los Angeles is en Becky thuis is gebleven in Illinois. Daarna voert Franzen nog twee verrassende en heel effectieve versnellingen in het verteltempo door. We volgen eerst Becky die in zomer van 1972 door Europa reist en daarna Clem die tijdens Pasen 1974 terugkeert naar huis. Allicht zijn deze episoden overblijfselen van de oorspronkelijke opzet van het verhaal. Franzen had klaarblijkelijk eerst een grote roman in gedachten die vijftig jaar omvatte, bestaande uit drie secties met diverse episoden die telkens vijfentwintig jaar uiteen lagen. Het eerste deel dijde echter uit tot een volwaardige roman, zodat we nu een trilogie tegemoet kunnen zien die als overkoepelende titel ‘The Key to all Mythologies’ (naar Middlemarch) schijnt te dragen. Idealiter wacht ik met het lezen van dit soort projecten tot ze voltooid zijn (ja knikt Peter Buwalda nu, heel verstandig) maar gezien het publicatietempo van Franzen heb ik de sprong gewaagd en dit verhaal blijkt ook zelfstandig zeer leesbaar. Als we de levensloop van deze personages weer oppakken in het midden van de jaren negentig is kennis van het voorgaande allicht eerder optioneel dan noodzakelijk.
Kruispunt wordt wat wisselend beoordeeld hier op Hebban. Toen de hype was weggeëbd, werden de waarderingen wat zuiniger zo lijkt het. Maar de kwaliteitssaus is zo dik over de roman heen geplamuurd dat er eigenlijk maar weinig tegenin te brengen valt. Ja, het is een middlebrow boek voor weldenkende mensen, het is veel, het is lang, het is diepgravend en soms tergend traag, het laat soms weinig aan de verbeelding over en vraagt vaak veel geduld en doorzettingsvermogen, maar dat is wat Franzen nu eenmaal doet en hij doet het hier beter dan ooit tevoren.