Lezersrecensie
Atlas van een lege lucht
Emily St John Mandel werd in een recensie vergeleken met David Mitchell en haar laatste roman, Zee van Rust, moest dan haar Wolkenatlas zijn. Dat was voldoende om mij aan het lezen te zetten en ik kon niet anders dan constateren dat de recensent in kwestie dit scherp had gezien. Net als Wolkenatlas begint Zee van Rust immers op volle zee (niet die uit de titel voor alle duidelijkheid) met een wat naïeve jongeman uit de gegoede klasse die naar de nieuwe wereld trekt. Daarna volgt een verhaal over een (obscure) componist (zoals in Wolkenatlas) en vervolgens is het hoofdpersonage een (succesvol) schrijfster. Als in Wolkenatlas verplaatsen de verhalen zich over de continenten en door de tijd heen. Evenals in Wolkenatlas worden de verhalen in het midden afgebroken (met als breekpunt een merkwaardig bovennatuurlijk fenomeen waar alle personages getuige van zijn), waarna, als we in de vijfentwintigste eeuw en op de maan zijn aangeland, in de tweede helft van de roman de verhaallijnen weer worden hervat en met elkaar worden verbonden. Zoals, nou ja, Wolkenatlas dus. Maar waar David Mitchell dit subtiel en vernuftig deed, maakt Mandel zich er makkelijk vanaf door in het laatste geneste verhaal een tijdmachine te introduceren.
Mijn reeds gestaag afnemende waardering zakte op dit punt door de nulgrens heen. Tijdreisverhalen zijn listig. Alles kan met een tijdmachine, dus moet een auteur regels opstellen, anders is er geen verhaal meer. Als men bijvoorbeeld in 2401 kan tijdreizen en er worden anomalieën in de tijdlijn ontdekt, is het dan logisch om iemand jarenlang te trainen en terug te sturen in de tijd om undercover getuigen gaan verhoren met het niet onaanzienlijke risico dat de tijdlijn nog wat verder verkloot raakt? Of zouden ze rond die tijd ook wel devices (cloaked desnoods) naar het verleden kunnen sturen om de hele boel uitgebreid vast te leggen en door te meten? Ik vind tijdreisverhalen welhaast a priori interessant, of het nu om de nonsensicale pulp van Blake Crouch of Elan Mastai gaat, of om de meer psychologische/filosofische benadering die Auke Hulst koos in De Mitsukoshi Troostbaby Company, zolang de schrijver maar consequent een wereld om het tijdreizen heen bouwt. Als er eerst een hoop mysterie wordt opgeworpen en vervolgens halverwege als deus ex machina een tijdmachine ten tonele wordt gevoerd, voel ik mij als lezer echter danig in de zeik genomen.
Mandel schrijft prettig en verzorgd, dat moet gezegd maar blijft dat het hele boek door op dezelfde manier doen, zodat een lager wal geraakte aristocratenzoon in 1912 en een wetenschapper in 2401 hetzelfde klinken. Ook dat deed Mitchell duidelijk beter. En ook op andere vlakken blijft de verre toekomst te vertrouwd. Boektournees en taxichauffeurs in de 23e eeuw? Maan koloniën die op Amerikaanse suburbs lijken? Tot mijn alsmaar toenemend lezerschagrijn bleek Mandel nog iets van Mitchell te hebben overgenomen: de referenties naar eerdere werken. Nu ben ik gek op intertekstualiteit, vermits het, evenals tijdreizen, aan bepaalde voorwaarden voldoet. De lezer dient zich slim en bijdehand te wanen als hij het opmerkt, maar zich niet dom of buitengesloten te voelen als hij erover heen leest. Het moet een knipoog zijn, niet een por en idealiter draagt het bij aan het verhaal. Intertekstualiteit binnen het eigen oeuvre is echter problematisch. Tenzij het heel ingenieus en subtiel wordt gedaan, is het natuurlijk gewoon pretentieus in de overtreffende trap. Fijn voor geobsedeerde superfans die erop kicken om te speuren naar eastereggs en aanwijzingen, maar de gewone lezer die een goed verhaal wil, zit er niet op te wachten. Het lijkt mij wat vroeg in het schrijverschap van Mandel voor dit soort grappen en haar boeken lenen zich er naar mijn smaak ook niet zo voor, maar misschien moet het worden opgevat als een service. In Zee van Rust worden cruciale plotelementen uit Het Glazen Hotel immers zo uitgebreid gerecapituleerd dat lezers die hier instappen, zich de moeite van het lezen van het eerdere boek kunnen besparen.
Het eerste verhaal was best goed, maar als geheel wil en belooft Zee van Rust veel meer dan het waar kan maken. De vergelijking met Wolkenatlas wijst uit dat Mandel niet tot een interessante eigen variant is gekomen, maar er slechts in is geslaagd een slap aftreksel te brouwen