Lezersrecensie

Bakkeleien op een booreiland


Henri Osewoudt Henri Osewoudt
8 mrt 2022

Orakel kwam op mijn weg toen ik mijzelf uitlatend in de lunchpauze, langs een meeneembieb liep. Daar stond hij kort na uitkomen al in goede, gelezen toestand (rug gebogen, maar niet geknakt) tussen de wegwerpthrillers, voor hun diensten bedankte zelfhulpboeken en inmiddels vergeelde zwarte beertjes. Na een weloverwogen aarzeling besloot ik dit als een teken op te vatten en dus nam ik Orakel onder de arm mee naar huis en legde hem op de stapel ‘te lezen’. Thomas Olde Heuvelt kende ik, toen hij nog als Neerlands Hoop voor Bange Genredagen gold, van korte verhalen die het doorsnee schrijfwedstrijdniveau inderdaad mijlenhoog overstegen, maar soms ook wat derivatief waren. De overeenkomsten tussen De jongen die geen schaduw wierp en Pop-Art van Joe Hill (zoon van Stephen King) zijn bijvoorbeeld zo groot dat Olde Heuvelt zelf ook spreekt van een hommage. Moet kunnen natuurlijk, maar het was wel een zeer eerbiedige, om niet te zeggen serviele hommage. Nu is het hervertellen van Joe Hill altijd nog beter dan de zoveelste zinloze toevoeging aan het Lovecraft of Jack Vance universum, maar bij jong en aanstormend talent hoop je toch op iets verfrissenders en baanbrekenders, zeker in een genre waarin het verlangen naar telkens weer opnieuw een ‘sense of wonder’ op gespannen voet kan staan met en eerbiedwaardige tradities en strikte opvattingen van de wetten van dat genre.

Na een paar romans in eigen beheer kwam Oldeheuvelt onder contract bij een gerenommeerde uitgeverij en in tegenstelling tot wat bij Adrian Stone wel gebeurde, werd het vroegere werk niet (na een redactionele oppoetsbeurt) heruitgegeven, maar werd gekozen voor een frisse start. Verstandig, maar het resulterende Harten Sara leek een radicale breuk met het eerdere werk in te luiden. Gewild poëtisch, op het pretentieuze af (als motto ‘een interpretatie’ van de beroemde openingszin van Lolita), leek het of Olde Heuvelt in plaats van de Nederlandse Stephen King, bij nader inzien toch liever de Nederlandse Jonathan Safran Foer of Steven Hall wilde zijn. Een boek dat allicht geschreven moest worden, maar tevens een pad dat Olde Heuvelt (met uitzondering misschien van Dolores Dolly Poppedijn) niet nogmaals zou inslaan. Toen het poetische, artistieke boek eenmaal geschreven was en de wereld wist dat hij toch heus meer in zijn mars had, kon hij kennelijk pas onbevangen vette horror schrijven. Hex intrigeerde door de Nederlandse setting en de moedige poging om de moderne tijd (lees de uitvinding van de mobiele telefoon) in het horrorgenre te integreren, maar de hijgerige eigentijdsigheid waarmee dat gepaard ging, alsmede de breed uitgeserveerde gruwelen (in latere edities ietwat getemperd) stonden mij tegen. Hoewel ik van horror hield, hield ik dus niet van horror zoals Olde Heuvelt die schreef. Behalve succes leverde Hex ook een writers block op, dus opvolger Echo liet lang op zich wachten. De lokroep daarvan wist ik, geholpen door de lauwe recensies, te weerstaan en ook Orakel hoefde eigenlijk niet zo, tot ik langs die bewuste meeneembieb liep. Vandaar dus de aarzeling.

Het moet gezegd, alle voorgaande leeservaringen en de daaraan gekoppelde verwachtingen ten spijt, is het uitgangspunt van Orakel absoluut intrigerend en ook heel herkenbaar Nederlands: twee brugklassers op een mistige winterochtend op de fiets onderweg naar school stuiten in de duinen op een heus VOC schip. Een van hen gaat het schip in en keert niet terug, een lot dat ook wat oudere scholieren, bemoeizuchtige volwassenen en een aantal plichtsgetrouwe koddebeiers treft, alvorens een extra geheime afdeling van de AIVD orde op zaken stelt. Olde Heuvelt beleeft duidelijk plezier in het uitgebreid beschrijven hoe deze schimmige club de gebeurtenissen in de doofpot tracht te stoppen en op welke manieren dat allemaal mislukt. Dit exposé gaat voor de lezer echter ten koste van het tempo en de geloofwaardigheid van het verhaal. Die hele nog geheimer dan geheime dienst komt met zijn gekonkel en kolderieke plannetjes enerzijds en absurd gewelddadig optreden anderzijds over als een zootje niet bijster snuggere, schietgrage amateurs. Het achteloze gemak waarmee willekeurige voorbijgangers overhoop worden geknald (waardoor de doofpot nog weer groter moet), doet welhaast karikaturaal aan. Daarnaast vraag je je af welk doel, afgezien (van bladzijden vullen natuurlijk dient), dit allemaal dient. We zijn immers in het Hex-universum waarin dit soort dingen klaarblijkelijk kunnen gebeuren en ook al wel eens eerder zijn gebeurd.

Het verhaal spitst zich toe op de dertienjarige Luca Wolf die uit handen van de geheimer dan geheime dienst moet zien te blijven. Een verhaallijn met de Saoedische evenknie van deze club lijkt louter in het verhaal te zijn opgenomen om Olde Heuvelt van zijn geëngageerde kant te laten zien, terwijl hij het kijk-eens-wat-ik-allemaal-kan aspect van zijn schrijverschap uitvent door (jonge) personages nadrukkelijk eigentijds informatie met elkaar te laten uitwisselen, terwijl er ook een logboek in een soort van 17e eeuws Nederlands integraal in de tekst is opgenomen. Je zou denken dat hij als internationaal succesvolle schrijver van tegen de veertig dit soort ijdelheid en aandachttrekkerij niet meer nodig heeft, maar het is wat het is.

Olde Heuvelts grote voorbeeld schreef met The Institute onlangs ook een roman met als hoofdpersoon een dertienjarige jongen. Dit viel met enige goede wil te categoriseren als een solide lagere midden categorie King, maar qua opbouw en uitdieping van personages mag Olde Heuvelt nog niet de schoenveters van de schaduw van Stephen King strikken. Daar tegenover staat dat Olde Heuvelt dieper en langer nagedacht lijkt te hebben over zijn plot. De lezer krijgt de puzzelstukjes beheerst en weloverwogen, maar niet nadrukkelijk (hoewel de seancescene op het randje is) aangereikt en het uiteindelijke patroon dat gelegd wordt, lijkt doordacht en (ondanks de van Neil Gaiman geleende mammoet god) ook tamelijk eigen en origineel. Het verzonken Doggerland, de strijd tegen het water die Nederland mede heeft gevormd en enkele minder verheven aspecten van onze vaderlandse geschiedenis komen netjes samen. Dat heeft Olde Heuvelt goed gedaan, het is daarom jammer dat hij dit verhaal goeddeels vertelt middels thrillerclichés, sjabloonmatige personages en tot slow motion uitgewalste actiescenes. Met name tijdens het als apotheose bedoelde eindgevecht komt de lezer paradoxaal genoeg in wel hele luwe wateren terecht. Met een helikoptervlucht naar en een groot gevecht op een boorplatform midden in de Noordzee tijdens een vliegende storm bevat het voldoende elementen die in een dinsdagavondfilm op een zender voor ‘echte mannen’ garant staan voor aangenaam gedachteloos vermaak, maar uitgeschreven op papier wordt het een moeizame leeservaring die tot regelmatig vooruit bladeren noopt. Er valt iets voor te zeggen om in plaats van hiervoor zo’n honderddertig pagina’s in te ruimen, dit in een bladzijde of tien af te handelen. Zo doet Stephen King het per slot van rekening ook.

Orakel vermaakt uiteindelijk bij vlagen, maar verveelt en irriteert evenzeer. De vele zijpaden die worden ingeslagen verdiepen het verhaal (een solide uitgedachte uitwerking van een oorspronkelijk idee van Neil Gaiman) niet, maar verstikken het juist. Voeg hierbij bij de gemakzuchtige karakteriseringen en generieke plotelementen en alles tezamen vormt dat een bloedeloos en gekunsteld boek. Vraag is daarbij of Olde Heuvelt meent dat hij het zo moet schrijven teneinde zijn fans te geven wat zij willen (of wat hij denkt dat zij willen) of meent dat hij het zo kan schrijven, maar zich vertilt aan zijn eigen ambities. Hoe het ook zij, het is te hopen dat Olde Heuvelt naast zijn eigen pad ook zijn onbevangenheid (terug) weet te vinden, anders worden de eeuwige Stephen King vergelijkingen toch een beetje pijnlijk.

Reacties

Meer recensies van Henri Osewoudt

Boeken van dezelfde auteur