Lezersrecensie

Op zoek naar het verloren geheugen


Henri Osewoudt Henri Osewoudt
27 mrt 2022

De Rotterdamse setting, enthousiaste recensies, diverse nominaties en de reputatie van Bas Haan als gedreven onderzoeksjournalist leidden mij tot Lenoir. Allicht heeft dat mijn verwachtingen te hoog gespannen, want hoewel ik het las in de periode (de paasweek) en op de plek (Rotterdam) waar ook het verhaal zich afspeelt (louter toeval), maakte mijn initiële enthousiasme al snel plaats voor ergernis en daarna verveling. Ik hoopte dat Haan, niet gehinderd door de banale en soms ongerijmde realiteit van kloppende feiten, tegen het decor van Rotterdam (een stad die hij al dertig jaar kent), een rauwe, hardgekookte thriller zou produceren. Helaas valt Lenoir veeleer te kenschetsen als een wijdlopig en tikje drakerig familiedrama dat zich in het criminele milieu afspeelt dan als onvervalste thriller.

Hoofdinspecteur Jacob Lenoir wordt met pistool in de bebloede knuist en bonkende hoofdpijn wegens overmatig drankgebruik en een knal voor zijn kanis met de kandelaar, maar zonder actieve herinnering aan wat er is voorgevallen, wakker naast zijn doodgeschoten zwager. De trope van de speurder die ontwaakt in een compromitterende situatie zonder geheugen, had wat mij betreft wel achterwege mogen blijven. Dit voelde al sleets en uitsluitend nog voor pastische of ironische doeleinden aan te wenden toen Gerben Hellinga het gebruikte in Merg & Been en dat was in de jaren tachtig. Haan beschrijft vervolgens hoe het zover heeft kunnen komen en hoewel hij veel overhoop haalt, cold cases, Mocro maffia, corruptie in eigen geledingen, versmalt het feit dat de belangrijkste betrokkenen via familie- of huwelijksbanden en jeugdvriendschappen met elkaar verbonden zijn, de veelbelovende Rotterdamse setting tot die van een dorp of provinciestadje. Dit wordt nog verder versterkt doordat Lenoir zich nauwelijks buiten de bubbel van Kop van Zuid en Coolhaven begeeft. Zowel fysiek alsook in sociaaleconomisch opzicht. Wellicht verstandig dat Haan zich in zijn fictiedebuut beperkt tot het beschrijven van wat hij klaarblijkelijk kent, maar van een gelauwerd onderzoeksjournalist viel toch een wat ambitieuzere insteek te verwachten.

Ook voor het overige houdt Haan het bij wat de lezer al kent uit heel veel andere boeken en van de tv. Lenoir ligt in de clinch met zijn leidinggevenden, er is corruptie binnen het OM en er is een Marokkaanse drugslord die op zo standaard onberekenbaar is dat het volkomen cliché is, dienders dienen omdat ze een familielid of geliefde door criminaliteit dan wel dwaling van justitie hebben verloren en de wereld of de politie beter willen maken, Lenoir heeft tegen alle procedures in gezellige en informatieve sessies met een emeritus-topcrimineel en als het zo gelegen komt voor de plot gaat er een luikje in zijn geheugen open. De clichés zijn nog tot daaraantoe, maar Haan schrijft nogal omstandig, met onbeholpen flashbacks en herhaling, veel herhaling, heel veel herhaling alsof de lezer anders niet bij de les kan blijven. En soms schrijft hij ronduit lelijk. ‘Officier Van Praag loopt zo terloops mogelijk maar innerlijk gehaast de lobby van hotel nhow binnen.’ Aldus begint hoofdstuk 21. Dat terloops lopen ziet er niet bijster elegant uit en ook die innerlijke haast is een beetje vreemd in deze context. Moet die man een bus halen of zo? Nee, hij moet ervoor zorgen dat een informant zijn mond niet voorbijpraat. Die redenatie wordt in de daaropvolgende vier alinea’s telkens wat meer en meer nog wat meer uitgekauwd tot het er bij de lezer ingeramd is. De uiteindelijke ontknoping rust wel erg op verzwegen familiegeheimen en andere ongerijmdheden, maar voor wie dat voor lief kan nemen heeft Haan nog een paar aardige wendingen in petto.

Haan schijnt de mogelijkheid van een vervolg open te houden, maar ook als personage is Lenoir niet bijster interessant. Lenoir kan niet tegen bullshit staat er heel ferm op bladzijde 27. Maar hij heeft zelf ook de nodige geheimen en zijn vijftien jaar durende puberale fetishering van een disfunctionele relatie die maar een paar maanden heeft geduurd, maakt hem veeleer tot een sneue zak dan tot een tragische held, ondanks de grote glazen whisky die hij zo stoer wegklokt. Een schone lei en meer misdaad, minder melodrama lijkt mij het beste recept voor een volgende thriller.

Reacties

Meer recensies van Henri Osewoudt

Boeken van dezelfde auteur