Lezersrecensie

De ondraaglijke lichtheid van een epische vertelling


Henri Osewoudt Henri Osewoudt
21 mrt 2017

Het is natuurlijk ridicuul te eisen dat een verhaal in vijfhonderd bladzijden verteld moet kunnen worden, zoals elders op Hebban (ergens hieronder om precies te zijn) wordt gesteld, want een vertelling moet naar mijn idee de ruimte nemen die het nodig heeft om verteld te worden. De nix van Nathan Hill heeft echter bij lange na geen vijfhonderd plus pagina’s nodig, dat ben ik helemaal met mijn voorganger eens. De premisse is niettemin veelbelovend: Samuel Andresen-Anderson, ooit een veelbelovend schrijver, thans uitgeblust docent op een vierderangs universiteit die alleen nog genoegen lijkt te beleven aan het spelen van online videogames, herkent in een vrouw die het nieuws haalt omdat ze een conservatieve presidentskandidaat aanvalt, zijn moeder die hem verliet toen hij nog een kind was. Het besef dat hij op de spreekwoordelijke writer’s goldmine zit, dringt wat traag tot Samuel door, maar uiteindelijk besluit hij toch zijn verantwoordelijkheid als miskende zoon en vastgelopen schrijver te nemen en zijn moeder middels een genadeloos exposé te ontmaskeren als de harteloze en afschuwelijke vrouw die zij volgens hem wel moet zijn.

Zoals gezegd, een goed begin, maar helaas bij lange na niet de helft van het werk, want het verhaal vertakt zich vervolgens op een dusdanig wijdlopige en alomvattende wijze dat recensenten welhaast reflexmatig met Irving en Dickens gaan vergelijken, terwijl juryleden van literaire prijzen instemmend vinkjes kunnen zetten bij de vakjes familiesaga, rijke thematiek, satire op academische en online gaming cultuur, kindermisbruik, protest en verzet tegen oorlog etc. Nu zijn dit interessante thema’s en als Hill het allemaal ineen had kunnen weven tot een samenhangend en logisch geheel, had hij inderdaad een moderne klassieker in de geest van Garp of David Copperfield geschreven. Het lijkt echter of Hill een aantal losse verhalen in een groter verband heeft gewrongen, maar er domweg niet in is geslaagd om de lasnaden en plakranden weg te werken. Het gevolg is een roman die diffuus voelt en focus en consistentie mist. Dit uit zich op vele niveaus van de vertelling. In het begin was ik best geamuseerd door de satire op het academische milieu (hoewel ik het gevoel dat ik een net iets mindere variant van Michael Chabons Wonderboys las, nooit helemaal van mij af kon schudden, zoals ik ook bij de passages over het kindermisbruik mij onwillekeurig bedacht dat ik allemaal al eens eerder en veel beter had gelezen in Mysterious Skin van Scott Heim – maar dit terzijde), maar de uitvergrote karikaturen die de gamer en de studente hier zijn, lijken te botsen met het realisme van de rest van de roman.

Omdat Hill niet alleen in de voetsporen van Irving en Dickens loopt, maar ook offert op het altaar van Don DeLillo ,beschouwt hij het dus als zijn heilige schrijversplicht om te experimenteren met vertelvormen en historische gebeurtenissen en personages tot in detail tot leven te roepen (zoals de Don dat immers ook deed in Underworld). Dit leidt niet alleen tot taaie, naar langdradige research smakende passages over de rellen in Chicago in 1968 en houterige buikspreekpopoptredens van Eugene McCarthy en Alan Ginsberg, maar dwingt de lezer ook zich ook door een tien pagina’s tellende zin over het stoppen met een videogame heen te worstelen en ondermijnt een op zich wel effectieve beschrijving van een protestbijeenkomst tegen de oorlog in Irak, door deze in de vorm van een kies-je-eigen-avontuur-verhaal te vertellen.

Voor een grote roman die zoveel lijkt te willen zeggen over waarom onze wereld geworden is tot wat hij thans is, voelt De nix veel te plotgericht en als aan het einde alle draadjes keurig worden samengeknoopt in een opgeschroefd sentimenteel feel-good einde, is dat merkwaardigerwijs een enorme afknapper. De verhaallijn die zich aan het einde van het boek in Noorwegen afspeelt, is voor mij het hoogtepunt van het boek, juist omdat het de uitweg van het gemakkelijke sentiment vermijdt en erkent dat in ieder leven onbedoeld of juist met de juiste bedoelingen van alles verschrikkelijk scheef loopt dat vervolgens nooit meer te herstellen of goed te maken is.

Wat mij uiteindelijk door De nix heen heeft getrokken is het onmiskenbare talent en vakmanschap van Nathan Hill. De man kan overduidelijk schrijven en op een gegeven moment weet je als lezer dat het zeven van de talrijke vervaarlijk op het randje van saai balancerende stukken waarin niet bijster interessante personages net wat (of vaak ook veel) te uitgebreid analyseren en overdenken wat ze hebben gedaan, gedacht, zouden moeten gaan doen of kunnen gaan doen en denken, zomaar een goudklompje in de vorm van een mooie zin of alinea kan opleveren. Een van de meest waarachtige en ontroerende aspecten van dit verhaal is de ongetwijfeld naieve overtuiging dat schrijven (of beter gezegd succes als schrijver) zo niet de wereld, dan toch (om met Hans Goedkoop te spreken) een leven kan veranderen. Zowel de karikaturale gamer als Samuel (als personage overigens te zeer een tobbende flapdrol – zeker in vergelijking met Garp of David Copperfield – om een epische vertelling te kunnen dragen) krijgen een contract van een uitgeverij. Wat zou een man zich nog meer kunnen wensen?

Reacties

Meer recensies van Henri Osewoudt

Boeken van dezelfde auteur