Lezersrecensie

Stijlvolle herintroductie van de vergeten Juan Carlos Onetti


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
24 mrt 2021

De Uruguayaan Juan Carlos Onetti (1909-1994) is in Nederland volkomen vergeten, terwijl hij in o.a. Duitsland geldt als een van de grootste Zuid- Amerikaanse schrijvers van na WO II. Maar uitgeverij Kievenaar gaat daar iets aan doen, door vanaf nu jaarlijks één van zijn korte romans uit te geven. De eerste, "Afscheid", is alvast prachtig, en mooi vertaald door Arie van der Wal. Het is bovendien opvallend stijlvol uitgegeven, op dik papier, met heel functionele informatie op de binnenflappen en achterflap, en het omslagontwerp (van David de Zwart) en omslagbeeld (van Marnix de Keukelaere) trekken je meteen mee in de duistere sferen van dit boek. Hulde! Dus ik kocht en las het meteen, ook uit pure nieuwsgierigheid: zelf las ik jaren geleden "De werf" en "Het korte leven", maar ik weet daar niks meer van. Zou ik zelf misschien Onetti ook ten onrechte vergeten zijn? Zou ik hem ook zelf weer moeten herontdekken?

In "Afscheid" volgen we de intens doorleefde ondergang aan tuberculose, van een ooit succesvolle basketbalspeler. Die ondergang volgen we door de gefascineerde ogen van een ik- figuur, café- eigenaar annex winkelier, die ook zelf van niet te delgen duistere somberheid is doordesemd: "ik ontdekte de voortdurende ellende van mijn vijftien jaren in het dorp, de spijt over de prijs die ik hiervoor had betaald: mijn eenzaamheid, de winkel, dit volkomen niets- zijn. Ik was nietig, onbetekenend, dood". Komt hij tot deze ontboezeming doordat de ondergang van de basketbalspeler hem ook alerter maakt op het desolate van zijn eigen lot? Of doordat een van de twee mysterieuze vrouwen van de tuberculeuze basketbalspeler eveneens lijdt aan het leven, maar daarin wel sterker is dan hij? Weten we dat laatste trouwens wel zeker? De ik- figuur denkt dat hij zwakker is dan deze vrouw, en zegt, zo te zien bewonderend: "Zij kwam en ging, ze was net aangekomen om te lijden en te falen, om zich over te geven aan een andere vorm van lijden en falen. waarbij het haar niets kon schelen dat ze die al had voorzien". Maar heeft hij daarin gelijk? Op dit moment, halverwege deze korte roman, weten we al dat veel van wat de ik- figuur vertelt berust op fantasie, roddels die hij opgevangen heeft, fictieve reconstructies, intense pogingen om zich het onvoorstelbare toch voor te stellen. Over de jonge vrouw heeft hij dat zelfs bijna letterlijk gezegd: "Ik dacht dat ze nog te jong was, dat ze niet ziek was, dat je haar met een stuk of wat adjectieven kon omschrijven, en dat die elkaar allemaal tegenspraken". En iets voor het einde van deze roman merkt de ik- figuur (of denkt hij te merken) dat hij zich in de motieven en zelfs de identiteit van deze vrouw enorm heeft vergist.....

"Afscheid" zuigt ons dus mee in een wereld vol somberheid, lijden en falen, waarin ook de grenzen tussen fictie en werkelijkheid voortdurend vervagen. Een wereld ook waarin ongewisheid troef is: via de ogen van een sombere, voor ons ondoorgrondelijke en ook nog eens onbetrouwbare vertelfiguur kijken we naar de even desolate als ongrijpbare geschiedenis van een raadselachtige terminaal zieke en zijn al even raadselachtige vrouwen. Mooi en fascinerend vind ik dan hoe Onetti ons met zijn lange, meanderende zinnen helemaal meezuigt in deze ongrijpbaar desolate wereld, in een wereld waarin wij ons net zo tastend voortbewegen als de verteller. En ook hoe die zinnen een appel doen om je het onvoorstelbare toch voor te stellen. Meteen de eerste zin doet dat in mijn beleving al: "Ik zou willen dat ik van de man, de eerste keer dat hij de winkel binnenkwam, alleen zijn handen had gezien; traag, bedeesd en onbeholpen, bewegend zonder veel vertrouwen, lang en nog niet gebruind, verontschuldigden ze zich voor hun ongeïnteresseerde manier van doen." En, even verderop: "[D]at was voor mij genoeg geweest; die bewegingen op het hout van de bar vol inkepingen, die zich in de loop der tijd hadden gevuld met vet en vuil, waren voor mij genoeg geweest om te weten dat hij niet meer beter zou worden, dat hij geen idee meer had waar hij de wilskracht vandaan moest halen om weer beter te worden".

"Afscheid" is, in mijn beleving, te lezen als één lang afscheid van het leven en van alle illusies van gezondheid en geluk. Dat afscheid heeft echter tegelijk een paradoxale, en fascinerende heroïek: niet de heroïek van de overwinnaar, maar van de verliezer die zijn verlies en onmacht omarmt, of op zijn minst bewust doorleeft. Wat tevens een onmachtig maar daardoor extra eloquent protest is tegen iedereen die zich winnaar waant. Met enige bewonderende afgunst wordt gesproken over "het leven van de man en het meisje, die zich daarboven hadden teruggetrokken, op provocerende, beledigende wijze vrij van de wereld". Alsof de zieke man, door zich samen met een vrouw zo af te zonderen, een dikke middelvinger omhoog houdt naar de wereld die liever doet alsof ziekte en verval niet bestaan. En zich, door zich zo af te zonderen en te onthechten, op provocerende wijze bevrijdt van die wereld.

Bovendien, dat de zieke man zijn onmacht zo sterk doorleeft, en zijn gebrek aan wilskracht zo sterk tot zich toelaat, is ook te zien als een vorm van rebellie. Dat althans vermoedt de ik- verteller, in de volgende naar mijn smaak prachtige passage:" 'Een ongelovige', zou ik tegen de verpleger hebben gezegd als die in staat was geweest dat te begrijpen. 'Een ongelovige', herhaalde ik die avond bij mezelf, toen ik weer alleen was. Dat is hij, ontegenzeggelijk, een ongelovige, een ongeloof dat hij zelf heeft gecreëerd, door het wrede besluit zichzelf niet voor te liegen. En binnen dat ongeloof, een moeiteloos ingehouden wanhoop, spontaan en zuiver beperkt tot de oorzaak die eraan ten grondslag ligt en die haar voedt, een wanhoop waar hij al aan gewend is, die hij door en door kent. Niet dat hij denkt dat het onmogelijk is om beter te worden, maar hij gelooft niet in de waarde, in het belang van beter worden". De zieke man is, althans volgens de ik- figuur die zich een voorstelling van hem poogt te maken, een ongelovige omdat hij niet in hoop gelooft maar in de wanhoop, en niet in gezondheid maar in verval. En ook de ik- figuur lijkt mij een ongelovige, juist door de tastende wijze waarop hij zich in de zieke en raadselachtige man verdiept. Zoals ook alle zinnen van Onetti volgens mij de zinnen van een ongelovige zijn: van iemand die radicaal het absurde, morsige, troebele en van verval en teleurstelling doordesemde bestaan doorleeft. Tot op de bodem, en tot op het bot. In lange zinnen die nauwelijks een kern lijken te hebben, maar het leven heeft volgens hem ook geen kern. En in een verhaal waarin je vergeefs zoekt naar een duidelijk verklarend waarom, want het hele leven heeft geen waarom.

De radicale ongelovigheid van Onetti vond ik wel heel fascinerend, moet ik zeggen. Alle zinnen in "Afscheid" zuigen je op vrij unieke wijze steeds dieper in een troebele, duistere en absurde wereld. Bovendien zijn alle zinnen naar mijn smaak verrassend fraai van stijl en vorm. Ik zie daarom uit naar de volgende korte Onetti-romans die bij Uitgeverij Kievenaar gaan verschijnen. En ik ga binnenkort ook ander Onetti- werk lezen of herlezen, want Onetti is zo te zien intrigerender en unieker dan ik altijd dacht.

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur