Lezersrecensie

Wonderlijk ingetogen roman over verloren tijd en verdrongen verleden


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
27 mrt 2017

"An artist of the floating world" is Ishiguro's tweede roman, die als enige van zijn boeken zich geheel in Japan afspeelt, vlak na de oorlog. Hoofdpersoon en ik-verteller is de oude kunstschilder Masuji Ono, die zijn hoogtepunt als kunstenaar beleefde in WO II met patriottisch bedoelde kunst die bedoeld was om de maatschappij te helpen veranderen, en die mogelijk ook op andere manieren zich wat al te behulpzaam opstelde tegenover het nogal foute regime van die tijd. Daarover mijmert Ono, in bijna Proustiaans zich vertakkende en in elkaar grijpende herinneringen, soms ongrijpbaar dwalend en soms melancholisch associatief, die vaak weer op wonderlijk ingetogen wijze vervloeien met mijmeringen over de voor Ono zo onbegrijpelijke veranderingen in het naoorlogse Japan.

Maar de ik-verteller is onbetrouwbaar, zoals steeds bij de magistrale Ishiguro. Veel vertelt hij niet en in veel wat hij vertelt merk je dat hij ook iets verzwijgt of verbloemt, veel van wat hij zich herinnert is ook volgens hemzelf vermoedelijk geen betrouwbare herinnering, soms twijfelt hij ook zelf of bepaalde woorden nou echt wel door hem zijn gezegd of toch door iemand anders in een andere situatie, en bovendien lijkt hij niet alle aspecten van zijn mogelijk dubieuze keuzes in het verleden onder ogen te willen zien. We hebben hier te maken met een verteller die wegkijkt en kijkt tegelijk, die alleen op verhullende wijze onthult, die bepaalde voor hem onaangename inzichten toedekt terwijl hij ze oproept. Dat gebeurt niet alleen in de mijmerende herinneringen van Ono, maar ook in de vaak heel lange dialogen. Dialogen die mij meteen heel erg deden denken aan de prachtfilms van Ozu, en toen ik eens ging googelen las ik tot mijn blijde verrassing dat Ishiguro die films zelf inderdaad ook zeer bewondert. Wat in "An artist of the floating world" zeer te merken is, en in "A pale view of hills" trouwens ook. Ishiguro's dialogen zijn, net als de dialogen bij Ozu, werkelijk kunstwerken van impliciete communicatie, vol van uiterst beleefde en ingetogen indirectheid, met onder de oppervlakte veel weemoed over de helaasheid der dingen. Ook kolkt er onder die dialogen een wereld van impliciete en tragische spanning, tussen oudere Japanners die vergeefs vasthouden aan hun tradities en die het nieuwe Japan niet meer begrijpen, en jongere Japanners die snakken naar verandering en naar bevrijding uit het keurslijf van die tradities. Mooi aan Ozu's films en aan Ishiguro's proza vind ik dan vooral hoe de weemoed en geleidelijke ontworteling van oudere Japanners voelbaar wordt gemaakt, hoe je dus als lezer wordt meegevoerd in hun omfloerste treurnis, terwijl die treurnis nergens expliciet wordt uitgeschreeuwd en terwijl het verloren verleden nergens wordt geïdealiseerd. "An artist of the floating world" is intrigerend als verhaal over het verdrongen verleden. Maar het is tegelijk ook het verhaal over weemoed vanwege de verloren tijd, en dat is voor mij zeker zo ontroerend. Bovendien vind ik het mooi hoe Ishiguro die twee motieven met elkaar vervlecht: zijn ik- verteller Ono is de representant van een dubieus en begrijpelijkerwijze verdrongen verleden, en tegelijk ook een tragische oude man die op ontroerende wijze zijn greep op zijn verleden en zijn huidige bestaan heeft verloren. Het is dus een ontroerende oude man en tegelijk een mogelijk ooit behoorlijk foute man, en juist die combinatie intrigeert mij.

"An artist of the floating world" wordt vaak geprezen omdat de verdringing van het mogelijk foute verleden zo fraai voelbaar wordt gemaakt en omdat dit zo mooi tussen de regels door gebeurt. Helemaal terecht, naar mijn smaak. Maar nog intrigerender en ontroerender vind ik persoonlijk de omfloerste melancholie over de verloren tijd in dit boek, en de helaasheid der dingen die bij alles de ondertoon is. Masuji Ono stond ooit aan de verkeerde kant, heeft keuzes gemaakt met mogelijk heel vervelende consequenties: we merken als oplettende lezer dat hij dit besef niet tot zich toelaat, en we begrijpen dat ook. Maar hij lijkt tegelijk ook nog iets anders te zien en niet te willen zien: in het Japan van WO II was zijn optreden misschien niet alleen 'fout', maar ook betekenisloos. Niet alleen pijnlijk is dat hij als jonge man gegrepen was door een achteraf bezien heel verdacht soort ambitieus en idealistisch heilig vuur: even pijnlijk is dat zijn heilige vuur nauwelijks relevant was, en dat hij als van idealen bezeten schilder niets meer was dan een betekenisloze figurant. Ono kijkt duidelijk weg van sommige consequenties van zijn daden, terwijl hij toch vreest dat zijn reputatie er onder te lijden zou kunnen hebben: wat hij echter volgens mij ook niet onder ogen ziet is dat die reputatie mogelijk weinig gevaar loopt, omdat bijna niemand het relevant vindt of hij in WO II nou 'fout' was of niet. En misschien is de betekenisloosheid en vluchtigheid van zijn verleden (en van zijn hele bestaan) nog wel moeilijker onder ogen te zien dan het soms 'foute' karakter ervan.

Fraai en veelzeggend in dat verband vind ik passages waarin Ono zich gesprekken herinnert met zijn vroegere leermeester in de schilderkunst. Deze meester was, zoals toen ook Ono zelf, gefascineerd door de "floating world" van het nachtelijk vertier. Want: "The best things are put together of a night and vanish with the morning", en "The finest, most fragile beauty an artist can hope to capture drifts within those pleasures after dark". Zijn grote drijfveer als schilder was dan ook om de "transitory, illusory qualities" af te beelden van deze nachtelijke wereld. Ono keert zich daar als jonge man van af, gedreven door zijn ambitie om als artiest de nieuwe tijd te dienen met een meer patriottische en realistische kunst. En als oudere man zegt hij nergens dat dit een verkeerde keuze was. Maar in zijn beschrijvingen van deze gesprekken met zijn vroegere leermeester heeft hij veel aandacht voor de lichtval en schaduwwerkingen in het decor waar dat gesprek plaatsvond, en hij beschrijft ook aandachtig hoe zijn leermeester alleen zichtbaar is als vlietend en nauwelijks zichtbaar silhouet. Na de oorlog keert hij vaak terug naar het inmiddels geheel verlaten en vervallen oord van nachtelijk plezier waar hij vroeger zo vaak vertoefde. En je proeft weemoed over het vergankelijke van alles in de passages over zijn eigen jeugd en over de zo ambitieuze en zelfverzekerde jongeren die hij als oude man ziet. Alsof alle kwaliteiten per definitie "transitory, illusory qualities" zijn. Alsof ook het vuur van de jeugd altijd maar kort duurt. Alsof er eigenlijk geen enkele andere wereld bestaat dan de "floating world", waarin alles tijdelijk is en elke schoonheid alleen vervlietende schoonheid is. En alsof de enige manier om daarmee om te gaan een weemoedige glimlach is, een met omfloerste melancholie gekleurde acceptatie van de helaasheid der dingen.

Dit was mijn vierde Ishiguro-boek in korte tijd. En ik heb er nog lang geen genoeg van: de verhulde melancholie van Ishiguro vind ik elke keer weer heel ontroerend, en dat die melancholie in alle boeken naar voren komt veroorzaakt geen eentonigheid. Want Masuji Ono is op heel andere wijze tragisch en ontroerend dan Stevens uit "Remains of the day", die weer heel anders is dan Kathy H. uit "Never let me go", die weer een ander type verhulde tragiek overdraagt dan Etsuko in "A pale view of hills". Bij "Never let me go" bewonderde ik o.a. de mix van Kafka, Proust en Ishiguroiaanse ingetogenheid: bij "An artist of the floating world" werd ik geraakt door de mix van Proustiaanse mijmering met Ozu-achtige weemoed. Elk boek van Ishiguro is dus op een andere wijze fraai weemoedig. Kortom, op naar de volgende Ishiguro: "The unconsoled"!

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur