Lezersrecensie
Met deze weemoedige fantasy-roman is mijn Ishiguro-project op plezierige wijze voltooid.
Meteen nadat Ishiguro de Nobelprijs had gewonnen las ik "Remains of the day". Spoedig daarna besloot ik al zijn romans na elkaar te lezen. En dat is nu gelukt, want ook zijn allerlaatste boek, dat door de ene recensent met twee sterren en gaapgeluiden werd beoordeeld en dat door anderen een wijs meesterwerk werd genoemd, is uit. En weer ben ik best tevreden, al haalde "The buried giant" mijns inziens lang niet het torenhoge niveau van "Remains of the day" en vooral "Never let me go".
Het boek is anders dan alle andere Ishiguro's. Ten eerste omdat we nu niet het hele verhaal volgen vanuit het onbetrouwbare perspectief van een ik-verteller met een ontwijkende blik en een geheugen vol lacunes en verdringing. Ten tweede omdat we, heel verrassend, een fantasy-verhaal voorgeschoteld krijgen in een vroeg-middeleeuws Engeland met draken, Saxen, Britten, elfen en 'ogres' die mensen eten. Maar wel draait het verhaal weer om lacunes in de beleving en het geheugen, zoals altijd bij Ishiguro: door het hele verhaal hangt er een raadselachtige mist, die mensen van hun geheugen berooft en die ook hun perceptie en innerlijke blik soms versluiert. En zoals zo vaak bij Ishiguro hebben we te maken met een door zijn vergeefsheid treurig stemmende maar voor mij ook ontroerende zoektocht: de stokoude Axl gaat met zijn al even stokoude ega Beatrice op voettocht om zich te herenigen met hun zoon, die ooit om vergeten redenen is afgereisd maar die hen volgens beide besjes vast met open armen zal ontvangen. Maar ook lezers die de sfeer van vergeefsheid die om al Ishiguro's zoektochten hangt niet kennen, voelen al snel aan dat dit niet zal gaan gebeuren....
Die zoektocht waaiert vervolgens uit in een meanderend verhaal vol soms verrassende zijpaden, waarin we verschillende personages op de voet volgen, meestal van buitenaf bekeken door een ons soms direct toesprekende verteller, maar soms ook door hun monologen te volgen en zo toch weer kennis te maken met een paar typisch Isiguro-achtige onbetrouwbare vertellers. Die zijpaden en verschillende perspectieven vond ik wel plezierig, omdat ze zorgen voor variatie en vaart, ondanks enkele ook wel wat saaie en wijdlopige passages. Maar kenmerkender dan dat is de zeer merkwaardige sfeer. Dat komt ten eerste door de erg statige, zelfs hoofse stijl van spreken tussen m.n. Axl en Beatrice: overdadig van beleefdheid en bezorgde omzichtigheid, vol ellenlange zinnen waarin Axl zijn Beatrice aanspreekt met "princess" en waarin Beatrice haar Axl soms aanspreekt als "husband". Die stijl zal sommige mensen volkomen op de zenuwen werken, maar ik vond al die omzichtigheid ook ontroerend, omdat hij voor mij mooi voelbaar maakt hoezeer beide kwetsbare oudjes elkaar sparen en ontzien. Ook is die hoofse beleefdheid, hoe irritant in onze moderne ogen soms ook, toch ook op te vatten als een vorm van beschaafdheid die helaas verloren is gegaan. Bovendien roept die stijl ook een bepaalde spanning op: heel geleidelijk aan wordt immers voelbaar dat onder al die beminnende en elkaar sparende hoofsheid ook vermoedens schuilen van vergeten kwetsuren en boosaardigheden uit het verleden, verdrongen leed, en onbewust dus ongearticuleerd besef van verval en mislukking. Dat beide besjes hun geheugen kwijt zijn is een treurnis, want daardoor zitten er lacunes in hun zo mooie beeld van wederzijdse liefde. Maar het is ook een zegen, want daardoor is veel onaangename herinnering en traumatische ervaring genadig toegedekt. Tegelijk is hun vage halfbewuste besef van verdrongen geheim weer tamelijk tragisch, en hun half toegelaten bewustwording van het nakende einde is dat eveneens. Maar mooi vind ik dan weer de nauwelijks uitgesproken aanvaarding van en berusting in deze tragiek die Axl uiteindelijk lijkt te bereiken.
Belangrijker misschien nog dan het verhaal van Axl en Beatrice is een andere verhaallijn: de zoektocht naar de draak Querig, die mogelijk verantwoordelijk is voor de mist die iedereen van zijn geheugen berooft. In die verhaallijn maken we kennis met de inmiddels stokoude ridder Gawain, ooit een van de getrouwen van de legendarische maar nu dode koning Arthur. De plot van deze verhaallijn navertellen is even onmogelijk als flauw (vanwege de spoilers). Maar intrigerend vond ik vooral hoe Gawain zich ontpopt als een soort Don Quichotte die veel van zijn vroegere grandeur verloren heeft, ofschoon hij nog steeds idealist is en dapper en hoofs en vaardig in het gevecht. Intrigerend is ook hoe de oude Arthur-legende, normaal het vertel van heldendom en hoge idealen, hier tot een soort mythe wordt van verdrongen volkerenmoord, en van een vergeten eindeloze en eindeloos wrede cyclus van bloedwraak en vergelding. Ook hier is vergeten weer deels een zegen: alleen door het vergeten en verdringen van het geheime oergeweld uit het verleden kunnen de 'Saxons' en 'Britons' leven met elkaar en zichzelf. Maar het vergetene en verdrongene blijft werkzaam, als een soort duister spook. En bovendien is het vergeten niet alleen maar een zegen, want ook het mooie en liefdevolle verleden verdwijnt daardoor, zoals met name Axl en Beatrice vaak herhalen.
Ik lees dit vreemde fantasy-verhaal als een soort weemoedige, langgerekte mijmering over liefde (en lacunes in de liefde), dood (en verdringing van de dood), vergeefs zoeken naar de zoon, vergeefs zoeken naar de eigen ouders, en over het verdringen en wel MOETEN verdringen van leed en ondergaan geweld. Op zich is de gedachte dat zowel slachtoffers als daders het leed en geweld moeten verdringen weinig meer dan een tegelwijsheid. Maar die tegelwijsheid krijgt voor mij mooi gestalte in de personages van Ishiguro en in hun belevenissen. Ook waardeerde ik de mist die door het hele verhaal heen hangt, en de vervreemdende en onwerkelijkheid vergrotende fantasy-sfeer. Want die maken voor mij de onwerkelijkheid voelbaar van personages die alleen kunnen leven in een wereld vol vergetelheid en verdringing. Ten slotte kon ik ook de hoofsheid en omzichtigheid van m.n. Axl en de oude Gawain waarderen, en vooral hun melancholie: de wijze waarop vooral Axl de hem treffende treurnis nauwelijks tot zich door laat dringen, maar deze half besefte treurnis tegelijk ook aanvaardt. In stilte berustend, zonder jammerklacht, en hoofs.
Ja, ik heb nu alle romans van Ishiguro uit, en ik ben tevreden. Hoewel ook weemoedig, door de romans en omdat er geen andere Ishiguro-romans meer zijn. Hopelijk is hij nog lang niet uitgeschreven. En wie weet, misschien is die ene verhalenbundel van hem ook de moeite waard?