Lezersrecensie

Virtuoos geschreven novelle, vol zwaarmoedigheid en onopgelost mysterie


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
14 mrt 2022

Vorig jaar publiceerde Uitgeverij Kievenaar "Afscheid" van de geniale, compromisloos weerbarstige Uruguayaan Juan Carlos Onetti (1909- 1994). Die prachtig- zwaarmoedige novelle werd enthousiast ontvangen, ook door mij persoonlijk: ik las "Afscheid" jubelend, herlas meteen daarna "De werf", dompelde mij onder in "De put", en genoot. Dit jaar publiceerde Kievenaar met "De dood en het meisje", een novelle die bekend staat als een van Onetti's meest mysterieuze, ontoegankelijke, heterogene en poëtische werken. En ook dit was weer een leesfeest, mede dankzij de mooie vertaling en het verhelderende voorwoord van maestro Maarten Steenmeijer. Wel is het een behoorlijk ondoorgrondelijke novelle, die ik twee keer aandachtig lezen moest. Maar juist dat gaf mij ook dubbel leesgenot.

Ik noemde Onetti zonet niet voor niets compromisloos weerbarstig. Al zijn werk is doordesemd van zwaarmoedigheid, vergeefsheid, onherroepelijke en onvermijdelijke mislukking en desillusie, cynische berusting, gelaten wanhoop. Zijn stijl kenmerkt zich bovendien door nauwelijks te ontrafelen vertelstructuren, volkomen onvertrouwde en contra-intuïtieve woordcombinaties, ambigue associaties en gedachtesprongen, en regelrecht cryptische beeldspraak. Zo ook, maar dan op een zelfs voor Onetti opvallend intense wijze, in "De dood en het meisje". Deze novelle zuigt ons dus nog dieper het zwartgallige en zwaarmoedige mysterie in dan Onetti normaal gesproken al doet. Te meer omdat de verschillende gesprekken, gebeurtenissen en verhaallijnen in "De dood en het meisje" allemaal duister en geheimzinnig zijn, wat nog versterkt wordt door het vaak ontbrekende onderlinge verband. En doordat de chronologische volgorde van de verschillende verhaallijnen soms in nevelen blijft gehuld. Wat de personages drijft is vaak al even mysterieus: duistere passie soms, een passie die zelfs zijzelf niet eens begrijpen, en die door de al even onbegrijpelijke personages om hen heen op heel verschillende manieren wordt begrepen en beoordeeld. Bovendien is het vertelperspectief vaak duister: er lijken meerdere vertellers te zijn, er kan ineens worden overgeschakeld van "hij" naar "ik" en omgekeerd, en soms weet je zelfs helemaal niet welke verteller er aan het woord is. Al kun je vaak vermoeden dat het onbetrouwbare vertellers betreft, zeker als het perspectief bij een van de hopeloos in zichzelf verdeelde personages ligt, maar ook als we voor even met een alwetende verteller te maken lijken te hebben. Die alwetende verteller (en misschien zijn het alleen anonieme vertelstemmen die de toon en stijl van alwetende vertellers imiteren) vertelt ons namelijk vooral wat we niet kunnen weten, en beroept zich daarbij op onvolledigheid van onderliggende documenten, op gaten in de collectieve herinnering, op de duisterheid van de wereld, op de ambiguïteit van elke vertelling, en de onbetrouwbaarheid van elke verteller.

Alle verhaallijnen in "De dood en het meisje" zijn dus in duister mysterie gedompeld. Meerdere van die verhaallijnen draaien dan ook om een niet- beantwoordbare vraag. Namelijk: wie is uiteindelijk verantwoordelijk voor de dood van Helga Hauser en het kindje dat zij in haar buik droeg? De novelle start als een intens- zwartgallige kroniek van een aangekondigde dood. Wij vernemen, vanuit het perspectief van de vermoeide en gedesillusioneerde dokter Diaz Grey, dat de echtgenoot van Helga Hauser - ene Augusto Goerdel- op nogal provocerende wijze weigert om tot "huwelijkse onthouding"' over te gaan, al weet hij dat een nieuwe zwangerschap de wisse dood zal zijn van Helga Hauser. Is hij dus de verantwoordelijke, die door een kind te verwekken doodslag of zelfs een moord heeft gepleegd? Dat weten we niet: Grey neemt dat aanvankelijk aan, anderen ook en zelfs nog stelliger, maar niemand heeft het bewijs en elk perspectief is vertekend. Grey interpreteerde Goerdels uitspraken weliswaar als een soort paradoxaal-provocerende bekentenis op voorhand, maar Greys blik op de wereld is onscherp en vertroebeld, en de blik van de andere personages is dat evenzo. Bovendien, veel later in deze novelle ontkent Goerdel (die dan een andere naam en identiteit heeft aangenomen) zijn schuld, en toont hij documenten die aannemelijk maken dat iemand anders verantwoordelijk was voor de fatale zwangerschap. Uiteraard is die volgens Goerdel schuldige persoon echter anoniem, zodat zijn identiteit en zijn motieven onbekend blijven. Wellicht zijn de documenten die Goerdel aandraagt zelfs geen sluitend bewijs. De wijze waarop Goerdel achteraf zijn schuld ontkent is naar mijn smaak bovendien net zo dubbelzinnig provocerend als zijn bekentenis op voorhand. En in beide gevallen volgen we Goerdels uitspraken via het mogelijk onbetrouwbare perspectief van Diaz Grey. Dus via een interpretatie die wellicht onjuist is.

Kortom, de onzekerheid blijft. Uiteindelijk weten we dat Helga Hauser doodgaat aan het kind in haar buik. Goerdel zegt daarover echter "Ik was niet in Santa Maria toen de moorddochter werd verwekt", Diaz Grey concludeert naar aanleiding daarvan dat Helga overleden is door "toedoen van een klein meisje" en de ondoorgrondelijke wil van een inferieure God. Wat een voor Onetti typerende existentiële paradox zou belichamen: een klein onschuldig meisje veroorzaakt de dood, een onschuldige en ongeboren dochter is een "moorddochter". Maar zelfs dit blijft onbeslisbaar, wat eveneens typerend is voor Onetti. Want andere personages zeggen stellig dat Helga zwanger was van een zoon.... Hoe dan ook blijft het mysterie een mysterie, en wordt het geheim alleen maar geheimzinniger. Te meer omdat Augusto Goerdel, in andere verhaallijnen die nauwelijks iets met deze aangekondigde dood te maken lijken te hebben, zich op fascinerende wijze ontpopt tot een raadselachtig dubbelzinnig personage met wel heel ongrijpbare aandriften. Aan het begin van deze novelle weten we nauwelijks wat voor man het is, aan het eind van de novelle zijn we daarover nog meer in verwarring. En dus staan we helemaal met onze mond vol tanden bij vragen als: is Goerdel misschien toch de dader, zou hij inderdaad in staat zijn geweest tot zo'n daad en zo'n web van leugens achteraf om zichzelf vrij te pleiten? We weten het niet. En met die onwetendheid moeten we leven, net als de personages en de vertellers van "De dood en het meisje". Wat zij overigens bijna laconiek en onaangedaan doen, want zelfs tantaliserende mysteries zijn voor Onetti's troosteloze personages maar voor even interessant.

Bovendien is "De dood en het meisje" ook nog eens van onwerkelijkheid doordesemd. Bijvoorbeeld door de wijze waarop pater Bergner de vorming ter hand neemt van Goerdel, en hem tot een soort dubbelzinnig instrument maakt voor het verspreiden van Het Geloof en tegelijk voor een vuig soort kapitalisme. Zowel Goerdel als Bergner beleven dit in de vorm van "scènes" of "farces": als een soort grotesk toneel, waarin ze de rol van zichzelf en de ander verzinnen, zodat ze allebei veranderen in een soort troebele ficties. Zonder zichzelf of de ander ooit echt te begrijpen. Maar nog vervreemdender is het gegeven dat Diaz Grey, en zelfs de stad Santa Maria waarin het hele verhaal zich afspeelt, zijn verzonnen door het morsige en troosteloze personage Juan Maria Brausen. Wat voor het eerst gebeurde in Onetti's meesterlijke roman "Het korte leven", maar in latere boeken borduurt Onetti voort op deze vreemde demiurgische constructie. In "De dood en het meisje" nu beseft Diaz Grey dat hij is geschapen door Brausen, en dat hij dus diens verzinsel is. En Pater Bergner bidt niet tot God, maar tot Brausen. Want Brausen die ook Bergner verzonnen heeft IS voor Bergner God. Of hij nou oprecht in Hem gelooft of niet. Dus iedereen in "De dood en het meisje" is slechts een onwerkelijk verzinsel. En de God in deze novelle is een nadrukkelijk niet- verheven God, een inferieure God, een schepper die de schepping niet transcendeert maar de totale inferioriteit ervan juist bevestigt.

"En mogelijk bidt hij huilend op zijn knieën elke nacht weer tot Vader Brausen die in het Niets zijt", zo wordt spottend over Goerdel gezegd. En Diaz Grey denkt bij zichzelf: "Brausen heeft mij misschien wel in Santa Maria ter wereld gebracht met een voor mij altijd onverklaarbaar, onbekend verleden van dertig of veertig jaar. Uit respect voor de grote tradities die hij wil nabootsen kan hij niet anders dan mij langzaam maar zeker vermoorden, cel voor cel, symptoom voor symptoom". Of, in een veel latere maar nog troostelozere passage: "Het was niet toegestaan oud te worden, aftakelen ternauwernood, maar niemand kon verhinderen dat de jaren verstreken, de jaren die werden gemarkeerd door festiviteiten, door het vrolijke en weerzinwekkende tumult van de immense, rumoerige meerderheid die niet wist - je zou bijna denken aan een collectieve vlaag van vergetelheid- dat de bureaucraten van Brausen hen het levenslicht hadden doen zien met een aan elke geboorteakte gehecht doodsvonnis". Iedereen is een onwerkelijk verzinsel van de onwerkelijke Brausen, en iedereen is vanaf zijn geboorte gedoemd tot verval, desillusie en dood. Dat hij door Brausen geschapen is voelt voor Diaz Grey dan ook als een "onbegrijpelijke veroordeling" . En precies die "onbegrijpelijke veroordeling" is de troosteloze kern van ons leven, die door Onetti nog extra wordt benadrukt door juist de volmaakt ontoereikende Brausen op te voeren als inferieure en allesbehalve goedertieren god.

Geen wonder dus dat het mysterie van Helga Hausers dood niet wordt opgelost, want in Onetti's wereld is er alleen zwart mysterie en anders niets. Geen wonder ook dat schoonheid in deze wereld heeft afgedaan: "Hij, Jorge Malaba, was veranderd. Hij had niet meer te lijden onder suïcidale schoonzussen of onmogelijke gedichten [...] Hij was nu een man die was verlaten door metafysische problemen, door de behoefte schoonheid in een gedicht of een boek te vangen. Schoonheid die net zo eeuwigdurend en definitief was als een vlinder of een mot tussen je handen platdrukken en een kort ogenblik de pracht zien die volgt op de klap en de dood". Wel is er Greys ontroerende herinnering aan zijn dochter van drie, die lang geleden om onduidelijke redenen uit zijn leven verdween. Maar ook die is van desillusie en vergeefsheid doordesemd. Grey gedenkt haar door soms een patience te leggen van foto's: een rij zelfgemaakte foto's van de dochter op piepjonge leeftijd, en een rij van latere door anderen gemaakte foto's die hij - uiteraard van een onbekend iemand- per post krijgt toegestuurd, en waarop zijn dochter steeds volwassener wordt. Juist die latere foto's, met daarop steeds nieuwe en steeds volwassener gezichten van zijn dochter, onderlijnen het verlies: "En die nieuwe gezichten, die werden met elke volgende postbestelling, met elk volgend jaar minder begrijpelijk voor mij, steeds minder van mij, steeds verder weg van iets wat zonder twijfel belangrijker was dan zij of ik: mijn liefde voor een meisje van drie jaar." Treurig bestudeert hij dan ook "de gezichten, de ontwikkeling en de verandering, de kleine en wraakzuchtige transformaties". Iets wat Grey uiteindelijk niet volhoudt, "omdat ik de kracht niet had te verdragen dat zij een persoon was". De desillusie is dus vooral dat zij niet de puurheid heeft behouden van een ongerept en alleen nog in de herinnering (of verbeelding) bestaand klein meisje, maar dat ze volwassen is geworden. En dus onderdeel geworden is van de leugens, desillusies, kwellingen, perversiteiten en doodsangsten die zo kenmerkend zijn voor de volwassenen.

"De dood en het meisje" is kortom niet alleen compromisloos mysterieus, maar ook compromisloos zwartgallig. Diaz Grey wordt soms gekweld door "de onvermijdelijke imbeciliteit van de mensen die zijn wereld bevolkten: de stupiditeit van de tevredenen, de stupiditeit van mensen die zeiden te geloven in het universele geluk - of dat van Santa Maria [...]". Misschien is "De dood en het meisje" wel één langgerekt protest tegen deze stupiditeit en imbeciliteit. Misschien is het deze novelle wel een ultieme omarming van mislukking en desillusie, en een opgeheven middelvinger naar imbecielen als u en ik die zich nog wentelen in de illusie dat het bestaan enige zin heeft, dat mysteries opgelost kunnen worden, en dat er misschien zelfs zoiets bestaat als een best wel vriendelijke god. Of dat het zin heeft in welstand te geloven, of in een rustig bestaantje. Dat soort rustgevende gedachten ondermijnt Onetti dus glashard. En zo dringt hij verder dan velen door tot op de pikzwarte en mysterieuze bodem van ons bestaan.

Ik ben te soft om Onetti's compromisloze zwartgalligheid volledig te omarmen. Maar ik bewonder wel hoe consequent hij zijn zwartgallige wereld vorm en inhoud geeft, elk boek opnieuw. Volgend jaar zal de roman "Lijkenverzamelaar" uitkomen bij Kievenaar, iets waar ik zeer naar uitzie. En misschien moet ik dit jaar nog enkele Santa Maria- romans van Onetti gaan verkennen, zoals "Het korte leven" of "Laat de wind maar spreken".

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur