Lezersrecensie

IIslandse sagen in de stijl van Monthy Python


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
13 mrt 2016

De IJslandse schrijver Halldór Laxness won in 1955 de Nobelprijs voor literatuur. En terecht, want hij was een literaire reus die alle stijlen beheerste: romantisch en poëtisch, surrealistisch en dromerig, magisch-realistisch, cynisch en vol absurdistische humor, dramatisch en meeslepend. Hij is vooral beroemd door Onafhankelijke mensen, een imponerende saga over onverzettelijke vrijheidsdrang, waarin hij tevens virtuoos de brute pracht van de IJslandse natuur oproept. Maar hij schreef ook totaal andere boeken, zoals het even poëtische als geëngageerde Salka Valka, het verstilde Het visconcert, en het absurdistische en filosofische Aan de voet van de gletsjer.

Sinds kort is ook De gelukkige krijgers vertaald, een niets en niemand sparende satire. Het speelt in de elfde eeuw, en is geschreven in de epische stijl van de oeroude IJslandse sagen. De hoofdpersonen zijn strijdvaardige Vikingen: de krijger Thorgeir Harvarsson die droomt van roem door bloedige heldendaden, en de dichter Thormod Bessason die ervan droomt deze heldendaden in grootse epen te bezingen. Laxness weet de poëtische kracht van de IJslandse sagen mooi te bewaren. Maar knapper is nog dat hij daaraan een geheel eigen draai geeft. In de stijl van de sagen schrijft hij namelijk een anti-sage, waarin het motief van de roemrijke held totaal onderuit wordt gehaald. Op gedragen toon wordt bijvoorbeeld verteld hoe de Vikingen worden verslagen door burgers ‘die zich vermetel tegen beroemde legerleiders en nobele overwinnaars met tafelmessen en deegrollers, bezems en krukken teweer hadden gesteld of de roemrijke krijgers met pis hadden overgoten’. ‘Roemrijke krijgers’ en ‘nobele overwinnaars’ die worden verslagen met deegrollers en pis: prachtige satire, in de stijl van Monty Python. Even vermakelijk zijn de beschrijvingen van de prutserige wapens van de Vikingen, of de passages waarin Thorgeir wordt uitgelachen tijdens het tweegevecht. ‘Daar gaat de leproze die gewis op een dag een belachelijke dood zal sterven, door iedereen gehaat en door niemand geholpen’, zegt iemand over Thorgeir. En inderdaad: Thorgeir en Thormod gaan roemloos en belachelijk ten onder.

De gelukkige krijgers bespot alles en iedereen: niet alleen de heroïek van de oude Vikingen, maar ook het Christendom, de hypocrisie van de kerkelijke leiders, het opportunisme van de machthebbers, de leugenachtigheid van de geschiedschrijvers, enzovoort. Tegelijk kent het boek meerdere ontroerende momenten. ‘De wereld zou veel te vlak zijn als er geen helden meer te vinden zouden zijn’, aldus Thorgeir en Thormod: ze kunnen niet leven in een vlakke wereld zonder heldendom, en moeten alles wel opofferen aan de illusie van roem. Deze personages zijn daardoor niet alleen lachwekkend, maar ook tragisch en ontroerend. Even ontroerend is de beschrijving van Thormods - helaas tijdelijke - huiselijk geluk. Ronduit prachtig is het hoofdstuk over de Inuit, een volk dat begrippen als oorlog en moord niet kent, en dus helemaal niets begrijpt van oorlogszuchtige passanten als Thormod.

Dit boek is kortom erg vermakelijk, en nog ontroerend ook. Toch is De gelukkige krijgers niet zo sterk als bijvoorbeeld Onafhankelijke mensen of Salka Valka. Het veronderstelt veel kennis van de IJslandse sagen, en dat is voor de meeste niet- IJslandse lezers te veel gevraagd. Bovendien gaat er in de vertaling, hoe goed die ook is, iets verloren: het origineel is geschreven in een kunstzinnig oud-IJslands waar alle kenners verrukt van zijn, en dat laat zich natuurlijk niet overbrengen in het Nederlands. Maar ondanks deze bezwaren is De gelukkige krijgers een boek waar veel aan te genieten valt.

De vertaling, de voetnoten en het nawoord zijn uitstekend verzorgd door Marcel Otten.

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur