Lezersrecensie

Mooi boek over de Duitse romantiek


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
13 mrt 2016

Voor een enigszins luie maar in filosofie geinteresseerde lezer als ik, is Rüdiger Safranski een uitkomst. Hij heeft prachtige boeken geschreven over o.a. Heidegger, Schopenhauer, Nietzsche. Boeken waarin hij in een paar prachtige volzinnen schijnbaar moeiteloos de kern van dat soort giganten raakt en daarmee aspecten belicht die ik zelf nooit had gezien. Boeken ook waarin hij meeslepend weet te vertellen over het intellectuele avontuur dat filosofie kan zijn. Zijn boek over de romantiek had ik een tijdje geleden al gelezen, maar omdat ik nu een roman lees die in diezelfde tijd en hetzelfde intellectuele milieu speelt (De eeuwreiziger van Andres Neuman), blader ik ook weer door Safranski. En ik voel nog meer bewondering dan de eerste keer dat ik het las.

De romantiek in Duitsland (want daartoe beperkt Safranski zich) was zeker een inspirerend avontuur van de geest. Het was de tijd waarin Schiller zei: 'De mens speelt alleen wanneer hij in de volle betekenis van het woord mens is, en hij is alleen helemaal mens wanneer hij speelt'. Via kunst (maar ook rituelen, symboliseringen, etc) kunnen we volgens Schiller onze hele verbeeldingskracht tot spelen brengen en daarmee ongekende vrijheidsruimten openen voor de menselijke geest. Vrijheidsruimten die het ook mogelijk maken om driften -zoals seksualiteit en begeerte- en angsten -voor b.v. dood, ziekte en verval- te sublimeren, met een zekere ironische, intellectuele en speels-kunstzinnige distantie te bezien: een distantie en vreugde die het dier niet heeft. Een andere aanstekelijke figuur was Friedrich Schlegel, die de 'mooie chaos' van onze driften bewonderde en een liefhebber was van ironie. Maar dan wel een radicale ironie, waardoor alle taal een groot spel wordt waarin alle vastomlijnde uitspraken en vaste waarheden gaan zweven. Elke zogenaamde vastomlijnde uitspraak is t.o.v. de uiterst complexe wereld een complexiteitsreductie, maar door de alles op het spel zettende ironie van Schlegel wordt taal een en al dubbelzinnigheid. Ironie was voor Schlegel dus een manier om het onbekende te suggereren dat schuilgaat in het bekende, het oneindige dat schuilgaat onder de definities, een hele rijk geschakeerde wereld van verrassende en verrukkelijk ongrijpbare betekenissen. Als ik serieus naar de wereld kijk, dan denk ik hem te begrijpen: bekijk ik alles in de wereld met ironie, dus met de gedachte 'ha, in feite zie ik helemaal niet wat ik zie, zeg ik niet wat ik zeg en hoor ik niet wat ik hoor', dan zie ik een totaal andere wereld vol ongrijbare dubbelzinnigheid. Een wereld die voorstelbaar is, al is alles verschoven , maar niet werkelijk: de werkelijkheid (de leefbare wereld) bleef voor de Romantici vaak teleurstellend ver achter bij de verbeeldingskracht. Het spel met de fantasie had dus ook iets teleurstellends en frustrerends omdat het niet letterlijk te vertalen viel in de praktische werkelijkheid. Maar aan de andere kant, zo zegt Safranski, is een leven van alleen praktische werkelijkheid (dus zonder spel der fantasie) geen leven. En daarom zie Safranski de Romantici als inspirerende voorbeelden, omdat zij ons leren hoe onontbeerlijk en verruimend het spel van de fantasie kan zijn.

Safranski laat een hele stoet van Duitse Romantici zien, en toont ook hoe allerlei elementen van de Duitse Romantiek ook in de moderne tijd voortduurden. Hij heeft daarbij ook scherp oog voor de gevaarlijke kanten ervan, want veel Romantici konden niet verdragen dat hun Romantisch spel der verbeeldingskracht geen werkelijkheid werd, en probeerden dat soms toch geforceerd af te dwingen. En dat leidt alleen maar tot ongelukken. Wat Safranski daarom bepleit is om Romantische fantasie te blijven koesteren, maar in het nadrukkelijke besef dat het ALLEEN fantasie is. "Het leven verarmt als je je niets meer durft voor te stellen buiten dat wat je ook denkt te kunnen leven. En het leven wordt verwoest als je tot elke prijs [...] iets wilt leven, alleen omdat je het zo hebt voorgesteld. De ene keer verarmt het leven omdat het voorstelbare wordt opgegeven omwille van de lieve vrede; de andere keer breekt het onder het geweld waarmee het voorstelbare onverkort verwerkelijkt moet worden". We zijn geen mensen uit een stuk, zegt Safranski: we leven met een been in een praktische wereld met vastomlijnde waarheden, en met een ander been in een wereld waar alles tot spelen is gebracht en waarin vastomlijnde waarheden niet bestaan. En beide werelden hebben we nodig: de praktische wereld omdat we zonder deze niet overleven, en de wereld van de fantasie omdat we zonder deze verstikken van geestelijke armoede en benauwdheid. We zijn dus gespleten in een praktische en een romantische persoonlijkheid. Dat doe af en toe pijn, zegt Safranski, maar ja, het is gewoon niet anders, en het is nog het beste om die beide kanten van onze gespleten persoonlijkheid recht te doen. En daarbij niet te vergeten dat spel en fantasie een onontbeerlijk deel is van ons wezen.

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur