Lezersrecensie

Het laatste werk van Danilo Kis


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
12 mrt 2022

Aangestoken door de recente vertaling van de essaybundel "Homo Poëticus" herlas ik een reut boeken van de geniale, maar vergeten Servo- Kroaat Danilo Kis (1935- 1989). Dat was heel plezant, ook al ben ik in deze rare tijden eigenlijk niet zo in de stemming voor Kis' vaak zo door dood en fragmentatie getekende werk. Maar ja, Kis' boeken zijn wel heel originele en imponerende monumenten voor de zo fragiele, kwetsbare en sterfelijke mens. Ook de verhalenbundel "Encyclopedie van de doden", het laatste boek dat Kis' voltooide. En het is weer heel anders van stijl dan zijn andere boeken, want Kis hield er niet van om zichzelf te herhalen en vond zichzelf in elk boek opnieuw uit.

Het titelverhaal is naar mijn idee het hoogtepunt van deze bundel. Dit verhaal draait, heel Borges-achtig, om een bijna magische encyclopedie die toevallig wordt gevonden in een verborgen kelder van een bibliotheek. Een encyclopedie waarin de ik- figuur, tot haar stijgende verbazing en verrukking, het hele leven van haar gestorven vader opgetekend ziet. Elk detail en elk voorval uit dit leven, hoe ogenschijnlijk nietig ook, is samengebald "in de vorm van een metafoor, als een soort poëtische kwintessens, niet altijd in chronologische volgorde, maar eerder als een soort wonderlijke symbiose van tijden: verleden, heden, toekomst". Het hele lemma over haar vader is gevuld met "flitsen" uit zijn leven, die tegelijk "ideografische symbolen" van dit leven zijn: "de namen van de onderwijzers en van zijn schoolvriendjes, de 'mooiste jaren' van het jongetje in de opeenvolging van de seizoenen; het vrolijke gezichtje in de stromende regen, het zwemmen in de rivier, het afdalen met een slee langs een besneeuwde heuvel, het vangen van een forel [...]". Elke mens, zo denken de samenstellers van deze encyclopedie, is "een eenzame ster", en alles - elk voorval in het leven van die mens, elk facet van zijn geschiedenis- is "onherhaalbaar en uniek".

Daarom tekent deze encyclopedie alle details op van alle nog niet in andere encyclopedieën opgetekende levens. Niet de bekende heldenverhalen dus, en niet verhalen uit één stuk over beroemdheden die we al kennen. Maar verhalen over onbekende doden, en vergeten facetten van hun voorbije levens. En daardoor is deze encyclopedie een uitputtende opsomming van alle efemere en nietige levens, en van alle nietige en efemere gebeurtenissen in die levens. Tussen de regels door laat de ik- figuur merken dat zij niet in staat is tot de metaforische samenballing en de ideografische symbolen die zo kenmerkend zijn voor deze Encyclopedie van de Doden. Logisch ook, want een encyclopedie die alle lotgevallen en details opsomt van alle nog niet eerder opgetekende levens kan onmogelijk bestaan. NIEMAND kan een dergelijke encyclopedie schrijven. Naar mijn idee is deze encyclopedie dan ook eerder een onmogelijke droom dan een daadwerkelijk bestaand boek. En de metaforen en ideografische symbolen bestaan dan alleen maar in de taal van deze gedroomde encyclopedie, niet in enige taal die wij kennen. Maar de ik- figuur doet wel heel ontroerende pogingen dat gedroomde boek te parafraseren, door ellenlange opsommingen van vergeten details uit het vergeten leven van haar vader. In de even vergeefse als aandoenlijke hoop "dat zijn leven niet zinloos is geweest, dat er op de wereld nog mensen zijn die het leven, het lijden, het bestaan van elk afzonderlijk mens willen vastleggen en naar waarde weten te schatten. (Een troost, hoe schraal dan ook)".

Mooi, hoe Kis ons laat dromen van een encyclopedie waarin alle efemere details uit alle efemere levens zijn opgetekend. Mooi vind ik bovendien hoe hij die droom, hoe onmogelijk ook, toch bij benadering voelbaar maakt door lange opsommingen vol van ogenschijnlijk nauwelijks samenhangende details. En hoe hij ons dus laat meevoelen met de gedachte dat in al die details hele belevingswerelden zijn samengebald, ook al ontglippen die werelden ons voortdurend en ook al zijn al die belevingswerelden inmiddels dood, begraven en voorbij. Al zijn ze dan in die gedroomde encyclopedie wel opgetekend, maar dan zonder hun efemere en nietige karakter te verliezen. Want elk detail in die encyclopedie glanst juist door zijn nietigheid, door zijn vluchtige en voorbijgaande karakter. En elk opgetekend leven glanst door zijn gefragmenteerdheid, zijn onsamenhangendheid, door het feit dat het uit niets anders bestaat dan efemere, unieke en onherhaalbare details.

Er staan nog acht andere mooie verhalen in deze bundel, dat bovendien wordt afgesloten met een intrigerend post scriptum. Wel vond ik het titelverhaal verreweg het meest imponerende. Maar ik zou de andere verhalen niet graag gemist hebben. Zoals een verhaal over Simon de Magiër, tijdgenoot van de apostelen, maar ook hun tegenhanger: hij belooft niet een Eeuwig Leven door vroomheid, maar "kennis en de woestijn". Dus: het inzicht dat de Hogere Waarheid van de Bijbel een leugen is, net als het Eeuwige Leven dat de Bijbel ons belooft, en dat ons leven een dorre woestijn is die eindigt in de dood. Met zijn leer protesteert Simon dus tegen God, mogelijk zelfs tegen alle goden en ideologen, en richt hij de blik op de ellende van de sterfelijke mens. Bovendien wordt dit verhaal ons in meerdere versies opgediend, waarmee Kis ons eraan herinnert dat elk verhaal onaf is en ook anders verteld kan en moet worden. Ook het ogenschijnlijk zo definitieve Bijbelverhaal. Eveneens fraai is het verhaal over honderden jaren slapende heiligen, die voortdurend zweven tussen heden en herinnering, tussen droom en waarheid, tussen leven en dood. Wat de verteller tot verzuchtende gebeden brengt als: "Zalig zijn zij, o Heer, voor wie het verleden WAS, het heden IS en de toekomst ZAL ZIJN, want hun leven zal voortstromen als een rivier". Een erg ontroerend gebed, omdat de totale verwarring tussen "was', "is" en "zal zijn" voor de slapenden zo manifest is. Wat Kis' mooi voelbaar maakt door de vele herhalingen, aarzelingen en omtrekkende bewegingen in dit verhaal. Zoals hij ons in andere verhalen trakteert op werelden vol dubbele bodems, geschiedenissen in verschillende versies en vanuit verschillende perspectieven, gissingen, complotten, tastende hypotheses, leugens, parallelle - soms magische- werkelijkheden en bodemloze onzekerheden. Werelden dus die ons helemaal in de stemming brengen voor sombere en filosofische zinnen als "De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars. Voor de mondelinge overlevering zorgt het volk. De schrijvers fantaseren. Zeker is alleen de dood".

Vrolijk is "Encyclopedie van de doden" dus zeker niet. Maar het is een mooi monument voor de mens als een nietig, onzeker, gefragmenteerd en sterfelijk wezen. Net als Kis' andere boeken. Dus ik ben blij dat ik ze nu allemaal herlezen heb. Althans, bijna allemaal: er is nog een verzameling van nagelaten werk ("De luit en de littekens"), en er zijn nog twee korte romans van een nog onrijpe Kis ("Mansarde" en "Psalm 44"). Maar dat is, misschien, voor later.

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur