Lezersrecensie
Fraaie autobiografische verhalen van een fantasierijke gevluchte Bosniër
In 2006 debuteerde Stanisic met "Hoe de soldaat de grammofoon repareert": zijn even originele als poëtische roman over de oorlog in zijn geboorteland Joegoslavië .Acht jaar later kwam "Nacht voor het feest", zijn minstens even prachtige tweede boek, waarin hij niet schreef over zijn door oorlogsleed geteisterde land maar over een fictief klein dorp in het voormalige Oost- Duitsland. Wat dan leidde tot een bonte veelheid van poëtische verhalen over excentrieke en kleurrijke dorpsbewoners, en over oude legenden vol wonderlijke magie. En nu is er dan "Herkomst", winnaar van de Deutsche Buchpreis. Ook weer heerlijk. En ook weer mooi vertaald door Annemarie Vlaming.
Hoofdpersoon is deze keer Sascha Stanisic zelf, die ons vertelt over de Joegoslavische oorlog, de vlucht van zijn familie vanwege die oorlog, zijn verblijf en ontwikkeling (ook als schrijver) in zijn nieuwe vaderland Duitsland, en het bestaan van hemzelf en zijn familie in een soort van ontheemde diaspora omdat hij en zijn familieleden allemaal van hun oorspronkelijke vaderland zijn beroofd. En ook van het "thuis" dat het multi- etnische Joegoslavië onder Tito hen nog bood: toen was het geen enkel probleem dat Sacha's vader een Serviër was en Sacha's moeder een Bosnische moslima, maar later - door de Balkanoorlogen- werd dat een reden om te vluchten voor je leven. Dat leidt tot een niet op te heffen ontworteling: "Mijn familie leeft verspreid over de hele wereld. We zijn samen met Joegoslavië in stukken uiteengevallen en zijn er niet in geslaagd onszelf weer in elkaar te zetten", aldus Stanisic.
Stanisic schrijft mooi over zijn ontworteling, over de absurditeit van de Balkanoorlog, over het lot van vluchtelingen, over de moeizame aanpassing in zijn nieuwe land Duitsland, en over hoe hij en zijn familie van hun "herkomst" zijn beroofd. Ook over zijn momenten van vrolijkheid schrijft hij pakkend: geweldig zijn bijvoorbeeld de passages waarin Sacha, de in Duitsland verdwaalde Joego, helemaal euforisch wordt van de Duitse dichter Eichendorff. Ook zegt hij fraaie dingen over de vreemdheid van het begrip herkomst: "Hoe je het ook wendt of keert, herkomst zal altijd een construct blijven! Een soort kostuum dat je voorgoed moet blijven dragen nadat het je is aangetrokken. En als zodanig een vloek!" Want "herkomst" en "Heimat" zijn problematische begrippen geworden voor Sascha en de zijnen: "Over Heimat spreken ze zelden. Als ze het er al over hebben, hebben ze het niet over een concrete plek. Je Heimat, zegt wereldreiziger Mo, is daar waar je je het minst hoeft voor te nemen". Mooie zinnen, maar ook mooi is Sacha's antwoord: "Heimat, zeg ik, is dat waar ik op dit moment over schrijf". Sacha woont in zijn verhalen, in zijn bijzonder rijke fantasie. Zijn "herkomst" creëert hij steeds weer opnieuw, door zijn huidige en vroegere belevenissen vorm te geven in bonte, poëtische, vaak droevige, maar vaak ook opvrolijkend fantasievolle verhalen. "[F]ictie, zoals ik het opvatte, schiep een eigen wereld in plaats van de onze af te beelden, en dit hier- ik klopte op het omslag- was een wereld waarin rivieren konden praten en grootouders altijd bleven leven. Fictie zoals ik die bedenk, zei ik, is een open systeem van verzinsels, waarneming en herinnering dat aanschurkt tegen wat echt is gebeurd...".
"Herkomst" is dan ook geen conventionele biografie, maar een verzameling van verhalen waarin fantasie en autobiografische werkelijkheid heel aanstekelijk worden vermengd. Die verhalen worden ook nog eens niet- chronologisch verteld: als lezer volg je niet lineair hoe Sascha als kleine jongen de oorlog meemaakt en vervolgens naar Duitsland vlucht en zich daar verder ontwikkelt, maar je springt steeds tussen niet- chronologisch vertelde scenes heen en weer. En daarin wordt bewust gekozen voor de meanderende lijn: "Zonder af te dwalen zouden mijn verhalen mijn verhalen helemaal niet zijn. Afdwalen is mijn manier van schrijven. My own adventure". In afdwalingen kan en wil hij wonen, in al te expliciete en lineaire patronen juist niet. Dus wil hij geen autobiografie schrijven waarin hij zich vastpint op de identiteit van "Bosnische vluchteling". En daarom geeft hij geen sentimentele, alles expliciterende beschrijvingen van alles wat hij en zijn familie heeft meegemaakt. Dat maakt hij liever tussen de regels voelbaar, in een suggestief beeld. Bijvoorbeeld in een paar zinnen over de vrolijkheid van zijn ouders voor de oorlog : "Het vliegengordijn in de deuropening ritselde: moeder kwam het huis uit geglipt alsof de muziek haar in het leven had geroepen. Mijn ouders omhelsden elkaar. Alsof ze het hadden afgesproken, zo vanzelfsprekend voel moeder vader in de armen ". Om dan vervolgens in een paar zinnen voelbaar te maken hoe zijn ouders na en door de oorlog veel van die vrolijkheid verloren: "Het was de laatste dans van mijn ouders voor de oorlog. Of de laatste waar ik bij was. Ook in Duitsland heb ik ze nooit zien dansen". Meer zegt Stanisic niet. Maar het is genoeg.
Veel van de verhalen in dit boek gaan over Stanisics dementerende grootmoeder. Ook die dementie wordt vooral suggestief verhalend opgeroepen, niet via uitgemolken beschrijvingen vol ach en wee. Bijvoorbeeld: "Kristina!, roept mijn grootmoeder, ze roept haar eigen naam: Kristina! Het is 7 maart 2018 in Visegrad, Bosnië en Herzegowina. Grootmoeder is zevenentachtig jaar oud en elf jaar oud". Of met mooie, rake en bondige zinnen als "Ik denk dat er bijna niets ergers bestaat dan te weten waar je thuishoort, maar daar niet te kunnen zijn". Stanisic geeft mooi stem aan de vele doden in zijn grootmoeders leven, en aan de rijkdom en kleurrijkheid van haar door dementie steeds meer verdwijnende wereld. Zodat je vrolijk wordt over die zo rijke wereld, en treurig wordt over het verlies daarvan. Die treurnis wordt nog sterker doordat Sascha, door zijn grootmoeder geleidelijk aan te verliezen, ook een stuk van zijn herkomst verliest. Maar juist hier zet hij weer zijn fantasie in, zijn meanderende en poëtische verhalen. Daarin wekt hij de verloren werelden van zijn grootmoeder weer tot nieuw leven, en ook verzint hij nieuwe werelden vol sprookjesachtige magie waarin zijn grootmoeder niet sterft, maar glorieus voortleeft. Verhalen waarin het woord "einde" niet het einde is, maar de start van een nieuw verhaal of zelfs verschillende nieuwe verhalen, die zich niet neerleggen bij de al de deprimerende en al te eendimensionale realiteit.
Hoe ontroerend. En hoe opvrolijkend ook. Want wat zijn het sprankelende en poëtische verhalen, ondanks al hun treurigheid. En wat is het mooi dat Stanisic juist géén rechttoe- rechtaan autobiografie schrijft en dat hij alle leed van hem en zijn familie juist niet sentimenteel uitmelkt. Want juist daardoor blijft hij helemaal trouw aan de geboren poëtische en fantasierijke verhalenverteller die hij in wezen is. En aan zijn voor hem zo wezenlijke fantasie. Juist daardoor is hij zo veel meer dan alleen maar een in Duitsland geïntegreerde vluchteling, juist daardoor is hij meer dan alleen slachtoffer van een naargeestige oorlog. En zo demonstreert hij dat zijn zo kenmerkende meanderende wijze van vertellen een prima weermiddel kan zijn, ook in deprimerende tijden.