Lezersrecensie

De verknoping tussen dader en slachtoffer


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
14 mrt 2016

Een knap verwarrend, maar ook enorm intrigerend en naar mijn smaak ook prachtig boek. De naamloze ik-figuur wordt, samen met zijn volk, vervolgd door ene B. Deze B. heeft overeenkomsten met Hitler, zoals de ik ook niet voor niets ineens met weemoed over de Joodse stamvader Hillel spreekt. Maar zowel vervolger als vervolgden blijven naamloos. Het kwaad krijgt geen gezicht, blijft abstract, krijgt geen grijpbare contouren. Het heeft ook nadrukkelijk geen enkel verklarend 'waarom'. Zo weet Keilson heel effectief de sfeer van ongrijbare maar onontkoombaar vreselijke dreiging op te roepen.

Ook de subtiele mechanismes van uitsluiting (passages waarin de 'ik' maar nauwelijks beseft ineens een uitgestotene te zijn) worden mooi getoond. En de passages over de tot de dood gedoemde ouders van de 'ik' (afgevoerd naar een concentratiekamp, al wordt die laatste term nergens gebruikt) zijn nauwelijks met droge ogen te lezen. Uitermate pijnlijk is het schuldgevoel van die 'ik', schuldgevoel omdat hij te weinig gedaan heeft om zijn ouders te redden en omdat hij de aard van de vervolging heeft onderschat. En m.i. nog pijnlijker zijn de passages waarin de ouders druk bezig zijn met het vullen van hun kleine rugzakjes, zich voorbereidend op een reis waarvan ze volgens mij wel EN niet het ware karakter doorzien.

Het meest ingewikkeld en indrukwekkend is echter de ongelofelijk complexe verknooptheid van slachtoffer (de ik) en vervolger (B.). De 'ik' gaat met zijn inlevingsvermogen heel ver, volgens zijn vrienden ook TE ver: hij heeft zelfs enig medegevoel voor grafschenners (zie reactie Prowisorio), en verplaatst zich vergaand in de afschrikwekkende B. Daarbij komt hij, overigens niet zonder twijfel en innerlijke tegenspraken (zie weer reactie Prowisorio), op de peilloze gedachte dat de haat van B. vooral een blind voortwoedende agressieve angst is voor aspecten die hij weigert te herkennen in zichzelf. B. onderkent de duistere kanten in zichzelf niet, projecteert al zijn angsten in het volk waartoe de 'ik' behoort, en haat dit volk vervolgens tot het uiterste. Maar in feite is die haat dus zelfhaat, en is de gewenste vernietiging van dit volk pure zelfdestructie. De 'ik' op zijn beurt haat zeer zeker ook B., maar uiteindelijk op een andere manier: hij onderkent namelijk juist wel de angsten en agressie in zichzelf, en beseft dat hij zijn angsten in de ander projecteert. Hij beseft (of meent te beseffen) dat de gehate B. een bepaald duister vertegenwoordigt in hemzelf. En daarom voelt hij, naast alle haat en afschuw, ook een zekere dankbaarheid voor B., want als deze vijand niet had bestaan was de ik niet tot dit inzicht gekomen.

Men kan eindeloos doorfilosoferen over deze afgrondelijke gedachten, en al helemaal over de manier waarop Keilson die gedachten verwoordt. Er is vaker gezegd dat Hitler uit zelfhaat tot Jodenvervolging overging, en er is vaker gezegd dat misdadigers die alle grenzen overschrijden tot een soort projectie verworden van al het slechte in onszelf. Maar Keilson zei het wel vroeg (dit boek is kort na WO II geschreven), en op een volgens mij originele wijze. Dat hij daarbij allerlei tegenspraken niet schuwt begrijp ik ook wel: het zijn erg 'grote' en ook onbewijsbare gedachten, en die MOETEN wel gepaard gaan met twijfel. De ik-figuur geeft zich soms bovendien over aan speculatieve fantasie: logica en rationele verklaring zijn kennelijk niet toereikend. Keilson heeft Hitler en de Jodenvervolging dus ook niet 'verklaard' of 'toegelicht'. Maar hij heeft aan dit kwellende raadsel wel een intrigerend perspectief toegevoegd. Een perspectief dat ook zelf weer een kwellend raadsel is. Een fascinerend boek kortom, dat veel te denken geeft.

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur