Lezersrecensie
Zwart parelende verhalen over de intense wanhoop en euforie van een junk
Ik begin geloof ik een fan van Denis Johnson te worden: meteen nadat ik het prachtige "The name of the world" uit had dook in in "Jezus' Son", volgens velen Johnsons meesterwerk, en ik werd helemaal weggeblazen. Een werkelijk verbijsterend goed geschreven verhalenbundel, vol echt monsterlijk briljant geschreven zinnen, waarin je totaal wordt meegesleurd in de peilloze diepten en hoogtepunten in het geestelijk leven van een junk. Alle verhalen zijn zwarte parels van precisie en staaltjes van ongehoorde schrijfkunst, met verbluffend prachtige zinnen en met een plot die even grillig is als de binnenwereld van de junk. En even intens ook, zowel in zijn euforische momenten als in de momenten waarop de junk letterlijk kotst van het hele bestaan en een bodem bereikt die dieper ligt dan hij ooit heeft geweten. De titel verwijst naar een regel uit 'Heroin' van Lou Reed, en die regel is ook het motto: "When I'm rushing on my run/ And I feel just like Jesus' Son...". Een motto dat treffend het snakkende verlangen verwoordt dat voorop staat in het boekje, en de roes van de verslaving, maar ook de welhaast religieuze intensiteit van het lijden en van de wanhopige hoop op verlossing.
Dat lijken grote woorden, misschien. Maar kijk maar eens naar de volgende passage, waarin een junk staart naar een man die bezig is dood te bloeden na een auto-ongeluk. " His blood bubbled out of his mouth with every breath. I knew that, but he didn't, and therefore I looked down into the great pity of a person's life on earth. I don't mean that we all end up dead, that's not the great pity. I mean that he couldn't tell me what he was dreaming, and I couldn't tell him what was real". Dit is meer dan gewoon de beschrijving van een junk die kijkt naar een stervende: dit is een reflectie op de peilloze diepten van het bestaan. Dit boekje gaat over meer dan alleen junks: het gaat -zoals volgens mij vaak bij Johnson- over de doelloosheid van de wereld, waarin zo veel mensen de weg kwijt zijn, of het nou junks zijn of niet. Een vrij desolate rijtocht door open veld bijvoorbeeld wordt als volgt beschreven: "It was a long straight road through dry fields as far as a person could see. You'd think the sky didn't have any air in it, and the earth was made of paper. Rather than moving, we were just getting smaller and smaller". Prachtig, die onwerkelijkheid van dat landschap waarin je niet beweegt maar alleen steeds kleiner wordt. Schitterend hoe Johnson een gevoel van totale verlorenheid oproept, dat ook herkenbaar is voor een niet-junk. En vooral die herkenbaarheid vind ik dan erg wezenlijk: wij leven veiliger dan junks, maar ook wij ontlopen deze ervaringen van verlorenheid uiteindelijk niet.
Dit boek is echt uitmuntend goed in het beschrijven van dit soort desolate treurnis. Maar Johnson is ook maniakaal goed in het beschrijven van fragiele, weerloze en verborgen schoonheid. Een verlopen danseres in een dubieuze nachtclub wordt bijvoorbeeld als volgt neergezet: "Angelique herself said nothing. This virginal sadness wasn't all fake. There was a part of her she hadn't yet allowed to be born because it was too beautiful for this place, that was true. But she was mostly a torn-up trollop". Oké, het treurige beeld van de "torn-up trollop" overheerst, maar TOCH is er die glimp van nog niet geboren schoonheid, die - gelet op de naam Angelique- mogelijk zelfs iets engelachtigs heeft. Dat soort glimpen komen vaak terug in het boek. Zo heeft de ik-figuur, iets nadat hij tot zijn verbijstering NIET is doodgegaan aan een overdosis, de volgende sensatie: "We lived in a tiny, dirty apparment. When I realised how long I'd been out and how close I'd come to leaving it forever, our little home seemed to glitter like cheap jewelry". En van een bepaald type bloem dat, hoe symbolisch, groeit op de doorns van een cactus, wordt hij in een ander verhaal zelfs helemaal euforisch: "one small orange flower that looked as if it had fallen from Andromeda, surrounded by a part of the world cast mainly in eleven hundred shades of brown, under a sky whose blueness seemed tot get lost in its own distances. Dizzy, enchanted - I'd have have felt the same if I'd been walking along and run into an elf out there sitting in a little chair. The desert days were already burning, but nothing could stifle these flowers".
Een geweldige schrijver, die Denis Johnson. Ongeëvenaard is het hoe hij de verlorenheid en wanhoop voelbaar maakt van een junk, en hoe hij daarmee heel pregnant een existentiële eenzaamheid en leegte evoceert die ook herkenbaar is voor een veilig levende burgerlul als ik. Maar even ongeëvenaard is hij in het beschrijven van schoonheid, euforie en verlangen naar verlossing. Vier boeken heb ik nu van hem gelezen, die ik allemaal prachtig vond. En dit is vast niet het laatste dat ik van hem lees, want ik heb er nog lang geen genoeg van!