Lezersrecensie
Een feestelijke en ontroererende kijk op de dingen
Acht jaar geleden debuteerde Stanisic met "Hoe de soldaat de grammofoon repareert": een even originele als prachtige als poëtische roman over de oorlog in Bosnie, het geboorteland van Stanisic. En nu is er dan het minstens even prachtige tweede boek, waarin Stanisic een radicaal ander onderwerp kiest: hij schrijft nu niet over zijn door oorlogsleed geteisterde land - kennelijk wil hij herhalingen vermijden, en niet worden vastgepind als schrijver over de Balkanoorlog- , maar over een fictief klein dorp in het voormalige Oost- Duitsland. Een dorp dat bijna overwoekerd wordt door ongetemde natuur, en waarin de moderne tijd en de recente geschiedenis (de val van de muur, WO II, maar ook de Balkanoorlog) wel doorklinken, maar waarin vooral de rijke lappendeken van (oer)oude en nieuwe dorpsverhalen op de voorgrond treedt. Die verhalen worden allemaal in de wij-vorm verteld, waarbij dat 'wij' lijkt te staan voor het dorp als collectief. En dat collectief schotelt ons dan een bonte veelheid van poëtische verhalen voor, waarin verschillende excentrieke en kleurrijke dorpsbewoners worden gevolgd, waarin ook ruime aandacht bestaat voor (al dan niet verzonnen) oude legenden vol wonderlijke magie, en waarin zelfs de innerlijke roerselen van een naar voedsel zoekende moervos ons op even poëtische als ontroerende wijze worden gepresenteerd.
Dit boek heeft mij enorm opgevrolijkt en ontroerd. En dat komt vooral door de stijl en sfeer ervan, die ik werkelijk geweldig vind. Alle personages zijn op zijn minst ietwat ongewoon, en de wijze waarop hun lotgevallen beschreven worden is dat ook. Dat heeft deels te maken met de idyllische en gemoedelijke sfeer die hoort bij een klein dorp, maar nog veel meer met de woorden die Stanisic kiest om die sfeer te beschrijven. Bijvoorbeeld: "We drinken in Ulli's garage omdat nergens anders zitgelegenheid en leugens en een koelkast zo bij elkaar komen dat het voor de vijf mannen met elkaar en met alcohol gezellig en niet te gezellig is". Of: "Iemand met zwembandjes staat te jongleren, vier bonte ballen in de lucht staan de zonnige dag goed". Heel zonnige formuleringen, naar mijn smaak, heel 'anders dan anders': de woordkeus is steeds heel onbevangen en poëtisch, en stimuleert mij als lezer ook tot een onbevangen blik die ruimte opent voor verwondering. Een blik waarin een bonte bal niet alleen maar een bonte bal is, zoals ik als vastgroeste burgerman geneigd ben te denken, maar vooral iets is wat de zonnige dag 'goed staat'. Een blik bovendien waarin het Anna-feest dat in het boek centraal staat geen reden hoeft te hebben: "Wat we vieren weet niemand precies. Niets jubileert, niets eindigt of is precies op deze dag begonnen. De Heilige Anna is ergensin de zomer, bovendien zijn de heiligen niet meer heilig voor ons. Misschien vieren we gewoon dat het bestaat: Furstenfelde. En wat we elkaar daarover vertellen".
Dit boek biedt ons kortom een feestelijke kijk op de dingen, vol lichtheid, ook op tragische zieleroerselen. Bijvoorbeeld: "In Duitse huishoudens bevinden zich meer bacterieen op de afstandsbediening dan op de wc-bril. Meneer Schramm denkt na over 'gemiddeld'. Het gaat om de verhouding. Wc-brillen zijn groter dan afstandsbedieningen. In zijn eigen huishouden, denkt meneer Schramm, bevinden zich gemiddeld meer teleurstellingen over hemzelf dan over de wereld". Prachtig vind ik dat: ten eerste omdat de tragiek van meneer Schramm hier zo mooi onnadrukkelijk en niet-melodramatisch wordt beschreven, maar vooral door de verwonderlijke vergelijkingen binnen die beschrijving, waardoor die tragiek een verderlicht fenomeen blijft dat onbevangen verwondering opproept. En juist niet de reflex van 'wat is die Schramm een tragische zielenpoot'. Wel wordt die teleurstelling en tragiek via allerlei details voelbaar gemaakt, maar die details zijn vooral treffend door hun originaliteit: de frustratie omdat een sigarettenautomaat het niet doet, de weemoed die doorklinkt in sommige raadselachtige flarden van herinnering. Hier wordt 'anders dan anders' gekeken naar die tragiek, waardoor je op andere wijze dan gewoonlijk wordt ontroerd, zoals ook de prille nieuwe liefde van Schramm later in dit boek echt volkomen 'anders dan anders' is en daardoor op heel verwonderlijke en verrassende wijze ontroerend is.
Ik vind het mooi hoe dit verhaal over een dorp uitdijt tot een rijke lappendeken vol wonderlijks, grappigs en weemoedigs. Ik vind het prachtig hoe dit hele dorp baadt in een sfeer van wonderlijke lichtheid, waarin ook een mogelijke ex-Stasi nog iets ontroerends heeft, waarin ook een skinhead innemend is, waarin een Bosnier vriendschap kan sluiten met een Servier, en waarin een jongen die klokkenluider wil worden gewaardeerd wordt hoewel klokkenluiden nutteloos is: aandacht voor het nutteloze en kleine en marginale is immers erg van belang. Zoals ook een schilderes die haar hele negentigjarige leven lang alleen maar dorpstaferelen schildert een soort heldin wordt, zonder dat ze verheerlijkt wordt. Want door alle onaanzienlijke uithoeken en taferelen in het dorp te schilderen viert zij het dorp. Zoals ook de depressieve en veel te dikke bazin van het Heemkundemuseum, die allerlei mogelijk vervalste verhalen en legendes verzamelt, uitgroeit tot een bijzonder innemend personage. En ook zij viert door haar verzamelwoede het bestaan van het dorp. Ik bewonder vooral de verbluffende originaliteit, poetische kracht en onbevangenheid van Stanisic zinnen, de manier waarop hij mij elke zin opnieuw weer aangenaam verrast. Ik vind het ook geweldig dat iemand die zo indringend kon schrijven over de oorlog in zijn vaderland, nu zo'n feestelijk verhalenvuurwerk afsteekt over een vergeten soort dorp in zijn nieuwe vaderland. Door dat alles heeft dit boek mij ook erg opgevrolijkt en ontroerd. Hopelijk wacht Stanisic niet acht jaar met zijn derde!