Lezersrecensie

Rijke bundel vol virtuoze verzen en prachtig proza


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
26 mrt 2020

Meestervertaler Hans Boland heeft zo'n beetje het hele werk van Alexandr Poesjkin vertaald. In "De canon" heeft hij Poesjkins hoogtepunten verzameld: een flinke hoeveelheid gedichten, een ruimte selectie aan proza, een aantal novellen én een roman in verzen, een drietal toneelstukken, en enkele sprookjes. Ik was 900 bladzijden lang flabbergasted. Ik las eerst Poesjkins meesterstuk "Jevgeni Onegin", waarover ik al een apart jubelstukje geschreven heb: dat vond ik een ongelofelijk swingende roman in verbluffend virtuoze verzen. Daarna las ik de rest van de bundel, en werd vrolijker en vrolijker en vrolijker.

Bij "Jevgeni Onegin" werd ik vooral verbluft door de wijze waarop Poesjkin alle plot- en karakterontwikkeling vorm geeft in ongehoord elegante en gecomprimeerde verzen, en door de ongelofelijke vaart en Schwung die de roman daardoor krijgt. Ziehier bijvoorbeeld hoe afgrondige liefdeswanhoop, waar een normale prozaïst toch wel een hele pagina over zou uitweiden, door Poesjkin wordt samengebald in slechts enkele poëtische regels: "Nee, heviger en feller gloeide/ De hartstocht die vanbinnen broeide./ Zij sliep niet meer, zag bleek en grauw,/ En alles smaakte laf en flauw./ Zij had de wereld afgezworen./ Geen glimlach overtoog haar mond/ En als een loze klank verzwond/ Haar frisse jeugd. Zij ging verloren/ Als 's morgens vroeg het zonnelicht:/ Een storm steekt op, de lucht trekt dicht". Tot mijn stijgende verbazing hebben Poesjkins gedichten en novellen in verzen echter een vergelijkbare elegantie en vaart. En een vergelijkbare rijkdom aan verschillende stemmingen, uiteenlopende taferelen en verrassende wendingen.

Het fabuleuze "De bronzen ruiter" bijvoorbeeld begint als een ode, waarin met prachtige regels wordt geschetst hoe Peter de Grote het statige Petersburg heeft laten verrijzen uit moeras, slib en mossen. Het visionaire gehalte van die onderneming krijgt volop vorm in zinnen als: "Vlak aan de waterwoestenij/ Stond Hij. Zijn geest vloog frank en vrij/ Naar verten […]". En in zinnen als "Een eeuw verstreek. Verrezen was/ Een middernachtster: in wat duister/ En vocht geweest was, kaal moeras,/ Stond nu een stad vol trotse luister". Voorwaar, hier wordt toch wel even heel meeslepend de triomf bezongen van Peters geest op de Russische moerassige materie en op de ongevormde natuur. Daarna echter wordt in ongelofelijk spectaculaire verzen beschreven hoe Petersburg eeuwen later overstroomt, en hoe de luister van dit Petersburg door de natuur wordt verzwolgen. Wat eerst een ode leek verandert in zijn totale tegendeel: een bijna surrealistische nachtmerrie, vol spookachtige taferelen. Waarin Peter de Grote, in het begin nog een verheven "Hij", later ineens optreedt als kolossaal tot leven gekomen standbeeld dat de hoofdpersoon achterna zit en naar het leven staat. Wat een waanbeeld kan zijn van die hoofdpersoon, maar ook een symbool van de groteske nachtmerrie die Petersburg op dat moment is, En door die totale verandering van genre en toon wordt die spookachtig surrealistische nachtmerrie nog intenser dan hij op zichzelf al is. Plus dat deze novelle in verzen daardoor des te krachtiger klinkt als een protest tegen machthebbers als Peter de Grote en hun mateloze ambities. Hoe glorieus en visionair die ambities soms ook zijn mogen.

Misschien is "Jevgeni Onegin" voor mij nog steeds Poesjkins hoogtepunt. Maar "De bronzen ruiter" vond ik bijvoorbeeld ook prachtig. Net als veel van Poesjkins andere novellen en sprookjes in verzen, en veel van zijn gedichten. Jubelen moet ik bij regels als: "Gezegend wie is uitverkoren/ Voor verswellust en denkgenot,/ Wie leeft voor schoonheid en ontroering/ En wie van licht en pracht geniet,/ Wie jouw vervoering hoort en ziet/ En haar beantwoordt in vervoering.". Ook in andere gedichten is deze jubel- deze "verswellust", dit "denkgenot"- op enorm aanstekelijke wijze voelbaar. Ook in de meest gedesillusioneerde verzen, omdat de desillusie daarin zo enorm elegant en welluidend wordt verwoord. En door de vele wendingen en stemmingen in die verzen. Het prachtige "Gabrielslied" bijvoorbeeld zit vol Bijbelse beelden en vol erotiek, waarbij Satanische verlokkingen en Paradijselijke dromen op fascinerende wijze versmelten, vol hunkerende angst en angstige hunkering. Wat mij als lezer op heerlijke wijze voor een raadsel stelt. Het magistrale gedicht ‘De profeet’ bijvoorbeeld zou je kunnen lezen als geïdealiseerd of gedroomd zelfportret (de dichter als profeet, en zo), maar is door de dubbelzinnigheid van zijn suggestieve beelden ook een soort evocatie van de onbevattelijke grootsheid en de onbevattelijke tragiek van de Profeet. Dus van de radicale vreemdheid van de Profeet, onthecht van de wereld en normen van de normale mens.

Ik raak kortom niet uitgepraat over Poesjkins verzen. Maar ook niet over de rest van zijn werk. Zo vind ik "Boris Godoenov" verbluffend leesbaar en meeslepend: een toneelstuk vol irrationele tirannenmoord, waarin de behoorlijk moordlustige en door innerlijke demonen geplaagde tsaar Boris verslagen wordt door een charlatan die alleen maar speelt dat hij een tsaar is. Dat tovert Poesjkin ons voor ogen in een reeks van ongelofelijk snelle wisselingen van scenes en decors, wat deze tragedie een fascinerende ademloosheid geeft die mooi past bij de zo irrationele inhoud. Ook Poesjkins novellen las ik met rode oren, net als zijn korte roman "De kapiteinsdochter". Dat is om te beginnen een ongelofelijk intrigerende en kleurrijke avonturenroman, een page turner van jewelste. Bovendien staat hij bol van de bizarre plotwendingen, die mij ondanks hun zo bizarre karakter toch helemaal meesleepten, puur door Poesjkins swingende stijl. Bovendien, "De kapiteinsdochter" is doordesemd van oorlogsgeweld en wrede chaos, wat door die bizarre wendingen extra voelbaar wordt gemaakt. Even voelbaar als de onwaarschijnlijke vriendschap van de hoofdpersoon voor de barbaarse Poegatsjov: een charlataneske en zeer gewelddadige rebellenleider, die met een vreemd soort opgewekte berusting zijn eigen ondergang tegemoet gaat. Volkomen ongelofelijk dat ook maar iemand vriendschap zou kunnen voelen voor zo'n man, hoe kleurrijk hij ook is, maar Poesjkin liet mij dit geloven. Zoals hij mij ook helemaal liet geloven in de spookachtige taferelen in "Schoppenvrouw", waarin iemand volkomen ten onder gaat aan zijn eigen door waanzinnige geldlust opgeroepen demonen. En zoals hij mij helemaal vrolijk maakte met "Het schot", een verhaal dat draait om twee duels met één feilloze schutter, duels vol wraaklust, waarin echter geen druppel bloed vloeit. Zodat etiquette, vorm en elegantie in dit verhaal op overtuigende wijze triomferen. Terwijl de demonen en het irrationele weer op heel overtuigende en elegante wijze triomferen in "Schoppenvrouw", dat dus veel duisterder is dan "Het schot" maar net zo elegant.

Poesjkin wordt de Mozart van de Russische literatuur genoemd. En hij geldt in eigen land als minstens de evenknie van Tolstoj, Dostojevski, Tsjechov. Ik wou dat eerst nooit geloven. Maar nu wel!

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur