Lezersrecensie
Schrijven is schrappen
Van Denis Johnson had ik eerder "Tree of Smoke" gelezen, een
omvangrijke, uit zijn voegen barstende, hallucinerende en
imponerende roman over de Vietnam-oorlog. "Treindromen" (een
verjaarscadeau) is vele malen korter, erg gecondenseerd geschreven,
en -tot mijn verrassing- minstens net zo goed. In deze novelle van
90 bladzijden is Johnson kampioen in 'schrijven is schrappen' en de
keizer van 'show, don't tell'. Een dun boekje, waar geen woord te
veel in staat, maar waarin tussen de regels door zoveel getoond en
gesuggereerd wordt dat je eigenlijk toch een dikke roman
leest.
Hoofdpersoon is een eenzame dagloner, die aan het begin van de
twintigste eeuw als kluizenaar zijn dagen slijt in de verlatenheid
van Amerikaanse bossen. Hij kent zijn ouders niet, heeft zijn gezin
verloren, en heeft het vage vermoeden dat er een vloek op hem rust.
Zijn eenzaamheid is nijpend. Zijn verdriet en troosteloosheid
evenzo. Briljant is dan hoe Johnson al die droefheid niet duimendik
uitsmeert over de pagina's, maar voelbaar maakt tussen de regels
door. En hoe hij de lezer tegelijk meevoert in een bijna mythische
wereld, die weliswaar troosteloos en angstwekkend is maar ook veel
intenser en rijker dan de onze. Een wereld waarin een kluizenaar
letterlijk meehuilt met de wolven. Als lezer begrijp je waarom. Een
wereld ook waarin doden als geestverschijning kunnen rondlopen, en
waarin het praten met die geestverschijning het onherroepelijke
verlies extra pijnlijk onderstreept. Vooral omdat die
geestverschijning niet antwoordt. Zoals ook het landschap rondom de
kluizenaar vaak zwijgt, en op een beklemmende wijze vol stilte en
verlatenheid is.
En tegelijk biedt datzelfde landschap soms ook taferelen vol
schoonheid en troost: "Daarachter zag hij de Canadese Rockies, nog
steeds in de zon, met besneeuwde pieken, honderdvijftig kilometer
verderop, alsof de aarde midden in haar schepping verkeerde en de
bergen hun gestalte aan de wolken ontleenden. Hij had nog nooit
zo'n weids uitzicht gezien. De bossen die zijn leven vulden waren
zo dicht begroeid en zo hoog dat ze hem over het algemeen beletten
te zien hoe ver weg de wereld was, maar nu leek het duidelijk dat
er genoeg bergen waren om iedereen van zijn eigen berg te voorzien.
De vloek had hem verlaten, en het virus van zijn begeerte was
uitgedreven en neergedaald in een van die verre dalen."
Iedereen een eigen berg..... Wat een gedachte. Prachtig proza. Ik
moet meer gaan lezen van die man.