Lezersrecensie
Barokke zoektocht naar de roes
Een barok, heterogeen, weerbarstig, soms ergerniswekkend maar uiteindelijk briljant boek. Een pil van 700 bladzijden, met een stevig aantal verschillende elkaar afwisselende(hoewel uiteindelijk ook associatief verbonden) verhaallijnen, vol met extase, exuberantie en spektakel. Vooral in het begin stoorde ik mij wel aan het soms lelijke taalgebruik en de m.i. vaak nogal onnatuurlijke dialogen. Maar naarmate het boek vordert komen er ook steeds meer briljante en meeslepende passages, en uiteindelijk vond ik het boek helemaal geweldig.
Een belangrijk personage is Eléazard van Wogau, een Fransman die zich heeft teruggetrokken in een obscuur vervallen Braziliaans gehucht dat ‘wordt opgeslokt door oerwoud, insecten en vocht’. Hij is bezig met annotatie en bezorging van een obscuur (door Blas de Robles verzonnen) manuscript dat in 1690 geschreven door de onbekende Caspar Schott, over het leven van zijn leermeester Athanasius Kircher (1602-1680). De lotgevallen van Kircher (zoals beschreven in dit manuscript) vormen een belangrijke verhaallijn, de reacties van Eléazard op dit manuscript en diens persoonlijke lotgevallen een andere verhaallijn. Kircher was een (werkelijk bestaande) figuur uit de Contrareformatie tijdens de 17e eeuw, en gold toen als universeel genie: astronoom, egyptoloog, vulcanoloog, uitvinder van de microscoop, geograaf, alchemist, sinoloog, uitvinder van spectaculaire spiegels en kaleidoscopen, onderzoeker van vreemde talen en mythen, ethnoloog, archeoloog, natuurwetenschapper, gesprekspartner van Descartes, Leibniz, Galilei en Newton, in aanzien bij alle vorstenhuizen en de paus. Deze veelzijdigheid dwingt bewondering af, evenals Kirchers nooit aflatende passie om alle geheimen van het universum te doorgronden. De kern van die passie was om in de enorme verscheidenheid de uiteindelijke Goddelijke Eenheid en Waarheid te vinden: de ‘oermythe’ die ten grondslag ligt aan alle mythen, de Christelijke kern die ook in heidense godsdiensten aanwezig moet zijn, het ene alles overkoepelende Absolute Beeld in een caleidoscoop vol van vervormde spiegelbeelden, die ene alchemistische transformatie die alle transformaties in de natuur overtreft. Die passie gaat zelfs zo ver dat Kircher (volgens het manuscript van Caspar Schott althans) bij een vulkaanuitbarsting enthousiast naar het kolkende lava toe rent, om te kunnen bestuderen wat er allemaal uit de geheime binnensten van de aarde bovenkomt. Dat hij daarbij bijna levend verbrandt vindt hij bijna peanuts: ZO ongeremd is zijn passie om alles te willen weten en zien.
Fascinerend en voor deze roman heel belangrijk is dan de combinatie van fascinatie en afwijzing die Eléazard voor Kircher voelt, en ook de combinatie van hoon en bewondering. De hoon heeft te maken met de enorme hoeveelheid feitelijke vergissingen van Kircher: zijn gedachte dat dieren uit lava werden geboren, zijn volkomen verkeerde begrip van het Egyptische en Chinese schrift. Nog bezwaarlijker is voor Eléazard Kirchers geloof in een Hoogste Waarheid: steeds probeert Kircher de veelheid en verscheidenheid van de wereld terug te brengen tot EEN kern, maar dat is pure zwendel. Het universum, denkt Eléazard, is zonder doel en richting, en wij zijn allen ‘klokken zonder wijzerplaat, waarvan het raderwerk, dat is begiftigd met intelligentie, ronddraait totdat het versleten is, zonder te weten waarom’. Precies dat besef mist Eléazard tot zijn chagrijn bij Kircher. En toch bewondert hij Kircher ook, omdat Kircher onbedoeld wel een mooi beeld gaf van de enorme verscheidenheid der dingen, en omdat hij met zijn metafysica onze fantasie en verbazing voedt. Ongewild heeft Kircher een oneindig gevarieerde en beweeglijke caleidoscoop van veranderlijke perspectieven gecreëerd, en daarom juicht Eléazard hem ondanks alle spot toch toe.
Die oneindige variatie nu is volgens mij ook de drijvende kracht van de roman als geheel. Want naast de al genoemde verhaallijnen, die op zich al spektakel genoeg bieden, zijn er ook diverse totaal andere verhalen. Bijvoorbeeld over Eléazards lesbische (biseksuele?) dochter die de roes zoekt in drugs, seks, heftige ervaringen en oermythen. Of over Eléazards ex-vrouw, die bij een archeologische expeditie in het oerwoud in adembenemende avonturen terecht komt met ex-Nazi’s, drugscriminelen, piranha's, Indianen die nog nooit een blanke hebben gezien (of toch?), en die op een geïsoleerde bergtop natuur aanschouwt die een totaal eigen evolutie heeft gevolgd en dus tot volkomen onbekende nieuwe planten en diersoorten heeft geleid. In al deze verhaallijnen neemt roes en extase een cruciale plaats in: roes door drugs, maar ook door de overweldigende pracht van de natuur (het oerwoud maar bijvoorbeeld ook het harde leven van vissers aan de Braziliaanse kust), en ook door kunst (composities van Strawinski, maar ook volksverhalen, architectuur, volksmuziek). Die roes is zeker ook gevaarlijk, want vele personages bezwijken eraan, en veel van de lotgevallen getuigen duidelijk van ‘de absurditeit waarachter zich gewoonlijk de misdadige dwaasheid van de mens verbergt’. Er is dus geen ervaringing van allesomvattende Eenheid en Waarheid zoals Kircher die zoekt. Een van de personages denkt weliswaar ‘de absolute samenhang van alles wat bestaat’ te zien, maar dat is dan ‘als een zonnespiegel die de duizeling van het universum weerspiegelt’: een soort extatisch visioen vlak voor de dood. Ergens wordt ook gezegd dat we ‘het onbeslisbare met rust moeten laten’: we moeten niet (als Kircher, als diverse van de personages) de hoogste waarheid najagen, maar oog leren hebben voor de enorme gevarieerde, soms afschrikwekkend intense en vaak onbekende rijkdom van onze wereld.
Deze roman bulkt dan ook van de intensiteit, variatie en de rijkdom, door de veelheid aan verschillende verhalen en bonte taferelen, maar ook door de bijna overdadige manier waarop gebruik wordt gemaakt van de hele wereldliteratuur (Goethe, Heidegger, Borges, Calvino, Eco, Benjamin, Kircher….). Het boek is een enorme caleidoscoop zonder duidelijke kern, die het caleidoscopisch karakter van onze wereld wil weerspiegelen, in alle pracht, heftigheid en verschrikking. Het laat zich ervaren als een gigantische LSD-trip of een eindeloos carnaval in Rio de Janeiro. Zelf raakte ik door deze roman dan ook in een niet geringe roes.