Lezersrecensie
Een ontregelende dystopie, die toch dichterlijk is en vol hoop
Als Oxfam Novib-lid krijg ik vaak gratis boeken thuisgestuurd, uit een boekenreeks die niet-westerse schrijvers een podium wil bieden. Daar zat ook "Ze zullen verdrinken in hun moeders tranen" bij, van de Zweeds- Oegandese (!) Islamitische schrijver Johannes Anyuru, een boek dat alle belangrijke Zweedse literatuurprijzen won en dat op originele wijze een mislukte IS-aanslag beschrijft. Dat maakte mij nieuwsgierig, dus las ik het. Soms met ergernis, vanwege een aantal naar mijn smaak warrige of larmoyante zinnen. Soms met angst, vanwege de dystopische sfeer en de naargeestige beschrijvingen van IS-terreur en fascistische contra-terreur. Maar vooral met bewondering en instemming, vanwege het brandend actuele onderwerp en de naar mijn smaak even originele als fraaie vorm en stijl die voor dat onderwerp gekozen wordt.
Het boek begint met een zelfmoord- en moordaanslag van drie IS-aanhangers (twee mannen, een vrouw) op een cartoonist die in zijn tekeningen wel erg ruw met het beeld van Allah omsprong. Doel is om deze man bruut te slachten, dit te verfilmen, ook te verfilmen hoe zij zichzelf en vele anderen opblazen, en de film "viral" te laten gaan op internet. Maar de vrouwelijke terrorist, die ook tot taak had de aanslag te filmen, voorkomt de aanslag op het allerlaatste moment. En haar vrienden overleven het gebeuren niet. Twee jaar later bezoekt de schrijver, een Islamiet die zeer beseft dat hij de wanhoop en zelfvernietigende verdooldheid van IS-aanhangers en Syrië-gangers ook uit eigen ervaring wel kent, de terroriste in een kliniek, waar zij behandeld wordt voor zware psychose. In gesprekken met haar, en door haar aan hem gerichte teksten te lezen, hoort hij haar verbijsterende verhaal: zij is teruggezonden uit de toekomst om de aanslag te voorkomen. En om door de aanslag te voorkomen de uiterst naargeestige toekomst waarin ze leefde ongedaan te maken. Want zij leefde in de toekomst die voortvloeide uit een versie van de aanslag die WEL was gelukt. Wat niet alleen leidde tot veel doden op dat moment, maar ook tot een keten van contra-terreur en vreemdelingenhaat waardoor Zweden in een fascistisch land verandert dat al zijn Islamitische burgers onderdrukt, in veel gevallen met bruut geweld en met bijna surrealistische martelingen. Die helaas ook weer niet zo surrealistisch zijn, omdat sommige van de in extenso beschreven gruwelen ons wel bekend zijn van de Abu Ghraipgevangenis of van Guantánamo Bay. De terroriste was dus geen terroriste, maar een Islamitische vervolgde burger in een toekomstig zeer dystopisch Zweden, en via een complex proces van meerdere zielsverhuizingen is haar ziel teruggekeerd in de tijd om het lichaam en geest van de "terroriste van toen" over te nemen en de aanlag van toen te verijdelen. En zo dus Zweden te redden van een dystopische toekomst.
Een verwarrend verhaal, dat op m.i. heel functionele wijze extra verwarrend wordt verteld. Door twee ik-figuren: de schrijver en de jonge vrouw die naar eigen zeggen uit de toekomst is teruggekeerd. Maar vaak ook wordt de jonge vrouw in de derde enkelvoud beschreven, als een "zij" met uiterst verwarde gevoelens. Zonder dat we weten of deze omschrijving afkomstig is uit de invoelende verbeeldingskracht van de schrijver, of juist uit de geschriften van de vrouw zelf. Bovendien duurt het vaak heel lang voordat we kunnen zien in welke tijdslaag het verhaal speelt, dus in de dystopische toekomst, in de periode vlak voor de verijdelde aanslag, OF juist de periode vlak voor de oorspronkelijke, juist WEL geslaagde aanslag. Extra complex is dat wij als lezer een boek lang moeten aarzelen tussen twee hypotheses: 1) dat de jonge vrouw inderdaad uit de toekomst is teruggekeerd en dat haar bizarre verhaal op waarheid berust of 2) dat de jonge vrouw, door het vele leed dat haar is overkomen, in een psychose is terechtgekomen zodat haar verhaal één groot gruwelijk waanbeeld is. Hypotheses overigens die zich helaas ook laten combineren, want de toekomst waaruit de jonge vrouw is teruggekeerd lijkt sterk op een tot werkelijkheid geworden psychose. Zoals ook Abu Ghraip of veel euveldaden van IS-aanhangers zonder meer maar al te werkelijk zijn, maar ook het surrealistische onwerkelijkheidskarakter uitademen van waanzin en psychose. Oftewel: of de jonge vrouw nu psychotisch is of niet, het toekomstbeeld dat ze schetst is juist door het waanzinnige en volkomen onwerkelijke karakter ervan maar al te goed mogelijk. En maar al te passend bij wat er NU al volop aan de hand is. Althans, dat is volgens mij de boodschap van Anyuru.
Een mij behoorlijk ontregelende boodschap, in een volgens mij bewust gekozen ontregelende stijl en vorm. "In haar dromen zochten de resten van een onbegrijpelijke ervaring naar beelden", zo wordt over de jonge vrouw gezegd. Zelf zegt ze bovendien: "Als ik echt een goede dichter was geweest [...], dan had ik een gedicht kunnen schrijven dat de woorden een voor een presenteerde en liet zien hoe kapot ze waren in mijn tijd, hoe ze leken op al het andere afval dat je overal in de Konijnenhof zag liggen. Woorden als oude koelkastdeuren en halve bakstenen, woorden die nergens goed voor waren, woorden als het inwendige van auto's en wasmachines. Gebutste, roestige woorden, woorden als rafelige elektriciteitsdraden en versleten kleren en kleden, woorden die je zonder handschoenen niet eens wilde horen". Waanzin viert hoogtij. Onbegrijpelijke ervaring zoekt naar beelden. En die beelden worden verwoord in kapotte woorden, in een taal dus die de schrijnende waanzin niet toedekt maar toont. Kan het somberder? Kan het pijnlijker? Nauwelijks. Maar ja, bij de boodschap die Anyuru mijns inziens over wil brengen past nu eenmaal geen harmonische stijl en vorm. Want de taal van de oude Islamistische dichters, die nog overal schoonheid zagen, DIE taal is voorgoed kapot. Zegt de jonge vrouw. En zegt ook Anyuru voor mijn gevoel, door zijn gebruik van een behoorlijk ontregelende plot en een vaak behoorlijk disharmonische taal.
Toch is dit volkomen schrijnende en hopeloze boek tegelijk ook vol van hoop. De schrijver raakt uiteindelijk helemaal overtuigd door het dystopische visioen van de jonge vrouw, maar ontvlucht toch niet zijn land, omdat hij zich verplicht voelt om hoop te blijven voelen. Hetgeen vooral in het naar mijn smaak fraaie slot van deze roman overtuigend wordt verwoord. En op vele eerdere pagina's waren er al mooie spranken van die hoop te zien, omdat de schrijver daar juist geen kapotte woorden of ontregelende beelden kiest maar poëtische beelden vol schoonheid. Bijvoorbeeld in de lange beschrijving van een gebed, samen met zijn dochter. Waarin hij "hem die zijn gelijke niet kende, die onze zielen droeg in de palm van zijn hand, met een ontoereikende kreet aanriep: Allah". Over zijn dochter zegt hij vervolgens: "Ze was op de leeftijd dat ze me iedere dag wel een keer op een wolkenformatie wees of op het parelmoeren schild van een kever, en wat ze bad toen ze daar op mijn schoot zat wist ik niet, omdat ik mij inbeeldde dat ze al in het paradijs was. Maak mij vroom, fluisterde ik en ik keek neer in het kommetje van mijn handen. In mijn handpalmen leken de lijnen en rimpels op de facetten van een kristal". De Islam is niet alleen IS en onderdrukking, de Islam is ook schoonheid. De wereld kent niet alleen waanzinnige lelijkheid, maar ook poëzie. En daarom is dit boek van Anyuru niet alleen ontregelend dystopisch en verwarrend, maar ook vol dichterlijke schoonheid. En schoonheid biedt hoop.