Lezersrecensie
Tweede kansen
Rainbow Rowell is die Amerikaanse auteur die je hart steelt met haar eerlijke, warme verhalen over liefde, identiteit en al die rommelige gevoelens die we allemaal herkennen. Ze begon met YA-hits zoals Eleanor & Park en Fangirl, maar de laatste jaren schrijft ze ook prachtige adult romans vol herkenbare volwassen chaos.
In Cherry Baby volgen we Cherry, die in de tweede helft van haar dertiger jaren zit en merkt dat haar ogenschijnlijk rustige huwelijk met Tom uit elkaar aan het vallen is. Iedereen denkt dat Tom in Hollywood zit voor de verfilming van zijn mega-succesvolle semi-autobiografische webcomic Thursday, maar bijna niemand weet dat hij niet meer thuiskomt. In die comic (en nu ook in de film) staat een personage genaamd “Baby”: een karikatuur van Cherry zelf – breedheupig, zwaarborstig, met een dubbele kin. Terwijl Cherry thuis achterblijft met hun enorme, schattige Newfoundland-Pyrenees mix Stevie, duikt er ineens Russ Sutton op. Die floppy-haired, blue-eyed jongen op wie ze in haar studententijd een crush had en die nu – wonder boven wonder – nog nooit van Tom of Thursday gehoord lijkt te hebben. Cherry staat voor de vraag: als ze niet langer “Baby” is en niet meer Toms vrouw, wie wil ze dan eigenlijk wél zijn?
Rowells schrijfstijl is warm en spits: conversational, met grappige zijsprongen en rake observaties die je hardop laten gniffelen.
Wat ik écht goed vond aan het boek is hoe Rowell de thema’s van identiteit, lichaam en een leven dat niet meer past zo teder en eerlijk uitpakt, zonder het ooit zwaarwichtig te maken. De flashbacks naar het begin van Cherry en Toms relatie geven extra diepte, en er zitten scènes in die tegelijk hilarisch en ontroerend zijn – plus een paar behoorlijk sexy momenten die verrassend goed in de mix passen.
Een heerlijke, messy ode aan tweede kansen, zelfontdekking en de vraag wat er overblijft als je oude verhaal niet meer klopt.