Lezersrecensie
Opera van de waanzin
In dit wereldberoemde boek wordt de hoofdrol gespeeld door de gesjeesde student Raskolnikov die hongerig en doodarm door Petersburg zwerft en besluit om een roofmoord te plegen om geld te krijgen waarmee hij een succesvol bestaan zou kunnen opbouwen. De moord verloopt anders dan gepland en hij is doodsbang dat uit zal komen dat hij het heeft gedaan.
In opperste staat van waanzin loopt hij in Petersburg van de een maar de ander en voltrekken zich verschillende krankzinnige intriges die uiteindelijk voor hem eindigen in een strafkamp in Siberië, waar ook het voormalige Peterburgse kindhoertje Sonja verblijft en de liefde als verlossing van alle ellende lonkt.
Het heeft weinig zin om de plot van het boek na te vertellen, want dat is een waanzinnige chaos. Het lijkt alsof Dostojevski van tevoren geen duidelijk plan had en als het ware meelopend met zijn romanfiguren de voortgang van het verhaal ter plekke bedacht. We zien dan ook voortdurend vreemde plotwendingen, stemmingswisselingen en romanfiguren die het ene moment heel belangrijk zijn en dan weer bijna geheel uit beeld verdwijnen. Eigenlijk is dit ook de charme van het boek; het lijkt bijna net zo geïmproviseerd als het leven zelf.
De verschillende personages zijn in een constante staat van overspannenheid. Er wordt veel geschreeuwd en gevloekt, men walgt van elkaar en is voortdurend boos en grof tegen elkaar, gezichtskleuren veranderen veelvuldig van hoogrood tot lijkwit, men krijgt hoge koorts en er wordt heel veel wanhopig gehuild, vooral door de vrouwen. Tegelijk vlamt de liefde en betrokkenheid tussen familieleden en vrienden voortdurend op en heeft men alles voor elkaar over.
Het plot is eigenlijk een reis van de ene theatrale situatie naar de andere, waarbij vaak veel personages betrokken zijn, liefst in kleine, benauwde en stinkende ruimtes. Bizar is bijvoorbeeld de scene waarin Raskolnikov ziek en waanzinnig op zijn bed ligt met zijn hoofd naar de muur en zijn kleine kamer langzaamaan volstroomt met vrienden en kennissen, die al bekvechtend commentaar geven op zijn toestand.
Het is heel knap hoe elk personage zijn eigen manier van spreken krijgt van Dostojevski, hoewel dat bij sommige personages tot taaie passages leidde, bijvoorbeeld bij rechercheur Porfiri die eindeloos in raadseltjes en valstrikken spreekt waar je horendol van wordt.
Onderliggend ontwaren we zeker ernstige thema’s in dit boek. De vreselijke armoede en bestaansonzekerheid bij het volk, het chronische geldgebrek en de smerige woonomstandigheden, de drankzucht, het standsverschil. Ook Raskolnikov is een onrustbarende persoon. Hij heeft geen berouw van zijn moorden, hij is zelfs trots dat hij het lef had om deze grensverleggende daad te doen en heeft vooral spijt dat het hem niet gelukt is om er goed van af te komen en hij vindt dat hij het recht heeft om moorden te plegen als hij daarmee voor zichzelf een leven kan opbouwen dat past bij zijn talenten. Opvallend is ook dat zijn naasten het hem nauwelijks kwalijk lijken te nemen.
Ik kom er niet zo goed uit hoe ik dit boek moet waarderen. Het is in ieder geval zo dat het boek een geheel eigen unieke werkelijkheid creëert; ik had het gevoel dat ik van een andere planeet moest terugkeren naar de aarde, toen ik het boek uit had.
Het boek geeft de bedwelming van een opera met zijn geëxalteerde scenes en spaarzame momenten van echte emotie. Of misschien is het wel als het Theater van de Lach, maar dan omgekeerd namelijk het Theater van de Ellende.
Het boek is zo krankzinnig, dat je eigenlijk de romanpersonages en de verwikkelingen niet echt serieus neemt en wat dan overblijft is een geweldig enerverende leeservaring door de stijl en sfeer van het boek..
In opperste staat van waanzin loopt hij in Petersburg van de een maar de ander en voltrekken zich verschillende krankzinnige intriges die uiteindelijk voor hem eindigen in een strafkamp in Siberië, waar ook het voormalige Peterburgse kindhoertje Sonja verblijft en de liefde als verlossing van alle ellende lonkt.
Het heeft weinig zin om de plot van het boek na te vertellen, want dat is een waanzinnige chaos. Het lijkt alsof Dostojevski van tevoren geen duidelijk plan had en als het ware meelopend met zijn romanfiguren de voortgang van het verhaal ter plekke bedacht. We zien dan ook voortdurend vreemde plotwendingen, stemmingswisselingen en romanfiguren die het ene moment heel belangrijk zijn en dan weer bijna geheel uit beeld verdwijnen. Eigenlijk is dit ook de charme van het boek; het lijkt bijna net zo geïmproviseerd als het leven zelf.
De verschillende personages zijn in een constante staat van overspannenheid. Er wordt veel geschreeuwd en gevloekt, men walgt van elkaar en is voortdurend boos en grof tegen elkaar, gezichtskleuren veranderen veelvuldig van hoogrood tot lijkwit, men krijgt hoge koorts en er wordt heel veel wanhopig gehuild, vooral door de vrouwen. Tegelijk vlamt de liefde en betrokkenheid tussen familieleden en vrienden voortdurend op en heeft men alles voor elkaar over.
Het plot is eigenlijk een reis van de ene theatrale situatie naar de andere, waarbij vaak veel personages betrokken zijn, liefst in kleine, benauwde en stinkende ruimtes. Bizar is bijvoorbeeld de scene waarin Raskolnikov ziek en waanzinnig op zijn bed ligt met zijn hoofd naar de muur en zijn kleine kamer langzaamaan volstroomt met vrienden en kennissen, die al bekvechtend commentaar geven op zijn toestand.
Het is heel knap hoe elk personage zijn eigen manier van spreken krijgt van Dostojevski, hoewel dat bij sommige personages tot taaie passages leidde, bijvoorbeeld bij rechercheur Porfiri die eindeloos in raadseltjes en valstrikken spreekt waar je horendol van wordt.
Onderliggend ontwaren we zeker ernstige thema’s in dit boek. De vreselijke armoede en bestaansonzekerheid bij het volk, het chronische geldgebrek en de smerige woonomstandigheden, de drankzucht, het standsverschil. Ook Raskolnikov is een onrustbarende persoon. Hij heeft geen berouw van zijn moorden, hij is zelfs trots dat hij het lef had om deze grensverleggende daad te doen en heeft vooral spijt dat het hem niet gelukt is om er goed van af te komen en hij vindt dat hij het recht heeft om moorden te plegen als hij daarmee voor zichzelf een leven kan opbouwen dat past bij zijn talenten. Opvallend is ook dat zijn naasten het hem nauwelijks kwalijk lijken te nemen.
Ik kom er niet zo goed uit hoe ik dit boek moet waarderen. Het is in ieder geval zo dat het boek een geheel eigen unieke werkelijkheid creëert; ik had het gevoel dat ik van een andere planeet moest terugkeren naar de aarde, toen ik het boek uit had.
Het boek geeft de bedwelming van een opera met zijn geëxalteerde scenes en spaarzame momenten van echte emotie. Of misschien is het wel als het Theater van de Lach, maar dan omgekeerd namelijk het Theater van de Ellende.
Het boek is zo krankzinnig, dat je eigenlijk de romanpersonages en de verwikkelingen niet echt serieus neemt en wat dan overblijft is een geweldig enerverende leeservaring door de stijl en sfeer van het boek..
1
Reageer op deze recensie
