Lezersrecensie
Zelfs in het Duits blijf je doorlezen
In dit tweede deel van de Bureau-cyclus gaat Voskuil onverdroten voort op het pad dat hij met “ Meneer Beerta” is ingeslagen.
We volgen de dagelijkse belevenissen van Maarten op zijn werk en thuis in de toon zoals we die al kennen; korte observerende scenes, zakelijk en droog verteld met veel feitelijke dialogen en waarnemingen van omgeving en gedrag.
En dit alles wordt verteld vanuit het perspectief van Maarten. Alleen van hem kennen we de gevoelens en gedachten, die overigens steevast een beperkte diepgang hebben. Andere mensen kennen we alleen in hun gedrag en door wat ze zeggen.
Ten opzichte van het eerste boek zie ik drie ontwikkelingen die de intrige van alle dag enigszins aanjagen. Het Bureau gaat verhuizen naar een ander pand, Maarten krijgt de leiding over een afdeling en Maarten zelf en Nicolien gaan ook verhuizen.
Meneer Beerta is gepensioneerd, maar loopt nog wel voor klussen rond op het Bureau en hij is als directeur opgevolgd door Balk, die zich ontpopt als een barse, ongeduldige directeur.
De relatie tussen Maarten en anderen blijft voortdurend een bron van ongemak, waarbij hij vaak ontevreden is en onzeker, omdat hij vindt dat hij de dingen verkeerd doet, zeker nu hij ook nog leiding moet geven aan anderen.
Hij gaat nog steeds internationale congressen bezoeken en dat soort bijeenkomsten zijn een bron van ellende en onzekerheid voor Maarten, omdat hij niet weet hoe zich te gedragen en zich genegeerd voelt en liever weg is van de drukte. Maar ja, hij gaat dan toch wel op een congres een lezing houden, waarin hij een belangrijke professor tegen de schenen schopt; dus hij is wel dapper.
Bijzonder is, dat een aantal congreslezingen gewoon in het boek zijn opgenomen, ook als ze in het Duits zijn en dat Voskuil toch weer voor elkaar krijgt dat het zodanig interessante materie is dat je blijft doorlezen.
Heel fijn om te lezen, zijn de wonderbaarlijke gesprekken tussen Maarten, Nicolien en hun - psychische wankele, vriend Frans, met zijn aparte manier van denken, schichtig heen en weer kijkend naar Nicolien en Maarten.
Al die verschillende personages in het boek hebben een eigen karakter en terugkerende maniertjes, waar je je aan gaat hechten, hoe ergerlijk ze soms ook zijn.
Het boek maakt me op de een of andere manier mild over het verschijnsel mens.
We volgen de dagelijkse belevenissen van Maarten op zijn werk en thuis in de toon zoals we die al kennen; korte observerende scenes, zakelijk en droog verteld met veel feitelijke dialogen en waarnemingen van omgeving en gedrag.
En dit alles wordt verteld vanuit het perspectief van Maarten. Alleen van hem kennen we de gevoelens en gedachten, die overigens steevast een beperkte diepgang hebben. Andere mensen kennen we alleen in hun gedrag en door wat ze zeggen.
Ten opzichte van het eerste boek zie ik drie ontwikkelingen die de intrige van alle dag enigszins aanjagen. Het Bureau gaat verhuizen naar een ander pand, Maarten krijgt de leiding over een afdeling en Maarten zelf en Nicolien gaan ook verhuizen.
Meneer Beerta is gepensioneerd, maar loopt nog wel voor klussen rond op het Bureau en hij is als directeur opgevolgd door Balk, die zich ontpopt als een barse, ongeduldige directeur.
De relatie tussen Maarten en anderen blijft voortdurend een bron van ongemak, waarbij hij vaak ontevreden is en onzeker, omdat hij vindt dat hij de dingen verkeerd doet, zeker nu hij ook nog leiding moet geven aan anderen.
Hij gaat nog steeds internationale congressen bezoeken en dat soort bijeenkomsten zijn een bron van ellende en onzekerheid voor Maarten, omdat hij niet weet hoe zich te gedragen en zich genegeerd voelt en liever weg is van de drukte. Maar ja, hij gaat dan toch wel op een congres een lezing houden, waarin hij een belangrijke professor tegen de schenen schopt; dus hij is wel dapper.
Bijzonder is, dat een aantal congreslezingen gewoon in het boek zijn opgenomen, ook als ze in het Duits zijn en dat Voskuil toch weer voor elkaar krijgt dat het zodanig interessante materie is dat je blijft doorlezen.
Heel fijn om te lezen, zijn de wonderbaarlijke gesprekken tussen Maarten, Nicolien en hun - psychische wankele, vriend Frans, met zijn aparte manier van denken, schichtig heen en weer kijkend naar Nicolien en Maarten.
Al die verschillende personages in het boek hebben een eigen karakter en terugkerende maniertjes, waar je je aan gaat hechten, hoe ergerlijk ze soms ook zijn.
Het boek maakt me op de een of andere manier mild over het verschijnsel mens.
1
Reageer op deze recensie
