Lezersrecensie
Gedurfd vertelperspectief
Aan het begin van de tweede wereldoorlog in België is de negenjarige Waldo met zijn ouders op de vlucht voor de Duitsers. Zijn ouders komen om bij een luchtaanval van Duitse vliegtuigen. Samen met de vijftienjarige Vera, een buurmeisje dat hij toevallig tegenkomt, gaat hij terug op weg naar hun ouderlijke huizen in Gent. Vera wordt onderweg door een aantal Duitse militairen misbruikt en wordt overgebracht naar een Gents ziekenhuis. Als Waldo haar daar bezoekt, hoort hij dat ze is overleden en is hij zijn geloof in god kwijt.
Het verhaal wordt verteld door de ogen van Waldo en die ziet de gruwelijkheden onderweg, maar zolang als deze hem niet direct treffen, deren ze hem ook niet en blijft het buiten hemzelf.
Als lezer loop je mee in een zich gestaag ontwikkelend avontuur, waarin Waldo vanuit zijn kinderlijk perspectief de wereld observeert en daarover nadenkt. Hij vertelt ook over zijn eigen gevoelens en gedrag maar hij doet dat als een registrerende verteller die buiten hemzelf lijkt te staan en daardoor blijven scherpe, directe emoties - zelfs als hij zijn ouders verliest - voor mij als lezer op afstand, maar wellicht is dit ook de enige manier om erover te vertellen, omdat het eigenlijk te erg is.
Samen met Vera onderneemt hij een tocht door een - naar mijn gevoel- liefelijk en geruststellend landschap met een kopje linzensoep van de boeren, een vredig langsstuivende colonne van Duitse tanks, kabbelende riviertjes en roeibootjes totdat … Totdat ze Duitse militairen tegenkomen en mogen meerijden op hun motor en Waldo niets in de gaten heeft, en langzaam de keel van de lezer wordt dichtgeknepen, omdat die weet dat ze haar zullen misbruiken. En als Waldo haar later meer dood dan levend in het bos vindt, heeft hij nog steeds geen idee van wat er echt gebeurd is. Ijzingwekkend, gruwelijk en aangrijpend.
Waldo vindt haar weer in het Gentse ziekenhuis, dat enorm is en leeg lijkt op een dokter en zuster na, die hem vertellen dat Vera is overleden en in de kapel van het ziekenhuis merkt Waldo dat hij niet gelooft in een god die voor zoveel verdriet zorgt.
Ik vind het een vaardig verteld verhaal, dat zich gestaag ontwikkelt met een ingehouden emotie en dan ineens ijzingwekkend en aangrijpend wordt en vervolgens naar mijn idee afwikkelt naar een vreemd, surrealistisch einde in een schijnbaar leeg ziekenhuis met kapel. ( want hebben wij niet het beeld op ons netvlies van ziekenhuizen in oorlogstijd (Oekraïne, Ghaza) , die kapot gebombardeerd zijn vol bebloede mensen….?)
In het begin van het boek overtuigde het vertelperspectief me niet. Het verhaal wordt immers niet verteld als een doorleefde herinnering, maar als een beleving van de jonge ik-persoon op het moment zelf. Ik vond dat heel afleidend, want ik ging er dan juist op letten of er zinnen in stonden, die helemaal niet door een negenjarige verteld kunnen worden en die zijn er zeker. En ik dacht; als je heel consequent bent, moet alles in het perspectief van de ik- persoon staan en dat betekent dat elke zin in het boek door deze negenjarige gedacht en gezegd moet zijn, maar daar wringt het behoorlijk want er zijn tal van zinnen, waar de schrijver het niet kan laten om mooie schrijverszinnen te maken. Na een tijdje heb ik dat losgelaten en ben gewoon lekker mee gaan meanderen met het verhaal totdat langzamerhand je als lezer de keel wordt dichtgeknepen, omdat je als volwassene meer begrijpt dat de jonge verteller zelf en je het onheil - het misbruik van Vera door de Duitse soldaten - al aan ziet komen en dan wordt het vertelperspectief van de jonge - ik persoon ineens heel functioneel en wellicht heeft Ruyslinck alleen al om dat gruwelijke effect voor dit perspectief gekozen en dat is een meesterlijke zet.