Lezersrecensie
Een betoverende debuutroman
Als Felix Kokkel wordt geboren, lijkt hij zich niet los te willen maken van de moederbuik. Krampachtig houdt de baby een armpje in de baarmoeder gestoken. Tot ieders verwondering blijkt er geen sprake van een, maar van twee kinderen: Felix heeft zich vastgeklampt aan zijn tweelingbroertje Reker, een kind dat zonder armen en benen ter wereld komt. Daarbij blijkt de arme jongen ook geen stembanden te hebben.
Als de jongens opgroeien, ontwikkelen zij een ‘bekkentaal’: door woorden zonder geluid uit te spreken, ‘verstaan’ zij elkaar. Dat houden zij voor eenieder geheim. Overal waar hij gaat draagt Felix zijn tweelingbroer mee in een rugzak. Zelden zijn de jongens gescheiden. Als hun moeder op jonge leeftijd overlijdt, klampen zij zich nog meer aan elkaar vast. Met vader valt tenslotte nauwelijks te communiceren.
Hun symbiotische bestaan lijkt de tweeling steeds meer te beknellen, evenals het geheim van hun bekkentaal. In hun kinderjaren hebben zij een programma op tv gezien over een meisje dat wetenschapper wil worden. Als deze Amber een vijftiental jaar later weer op tv verschijnt en vertelt over de robotarm die zij wil ontwikkelen, vestigen de jongens daar hun hoop op. Tot dan toe zijn al Felix’ pogingen zijn broer van ledematen te voorzien gestrand. Jarenlang wordt er geld apart gelegd en als het benodigde budget dan eenmaal bereikt is, vertrekken Felix en Reker naar Houston in de hoop dat Amber armen en benen kan maken voor ‘de ongelukkige’.
Al in het eerste hoofdstuk lezen we dat het vliegtuig waarin de jongens zich bevinden crasht op JFK Airport. De arts die Felix’ leven probeert te redden, blijkt er ook een van een tweeling en haar (overleden) zusje heette… Amber. Langzaam maar zeker komen misverstanden aan het licht. Als Felix uiteindelijk terugkeert naar Nederland is een confrontatie met het verleden onvermijdelijk.
Met De Kokkels heeft Dik de Roon een even wonderbaarlijk als vernuftig boek geschreven over schaamte, schuld, liefde en verlangen. De laatste zin van de flaptekst vat het mooi samen: “een bijwijlen absurdistisch debuut dat betovert door zijn verbeeldingskracht.” Lezen dus!