Lezersrecensie
Cynische titel van uitstekend boek
Nuštar, Kroatië, 1943. Georg Kempf, geboren in 1919, is een Kroaat wiens voorouders in 1789 vanuit Duitsland naar deze streek zijn verhuisd om de armoede aldaar te ontvluchten. Tijdens WO-II wordt de 24-jarige Georg, student medicijnen, als ‘gedwongen vrijwilliger’ opgeroepen voor de Waffen-SS en naar het Oostfront gestuurd. Vanwege zijn afkomst wordt hij (nog steeds) beschouwd als Volksduitser, “een ondersoort van de Duitsers, en ze zagen zichzelf in geen enkel opzicht als anders dan de mensen om zich heen.” Als geen ander weet hij dat Duitsland na het debacle bij Stalingrad aan de verliezende hand is.
Het knaagt aan hem dat hij daar zal moeten meewerken aan het vernietigen van de Joden, of wat daar nog van rest. In tegenstelling tot de algemene teneur ten aanzien van Joden, een opstelling die al decennia heerst in contreien van de Balkan en – in ergere mate –Oost-Europa, heeft hij niets tegen de Joden. Voor het volk aldaar is Hitlers Endlösung echter een uitkomst.
“Veel dorpsbewoners hadden echter schulden bij de Joden, vooral bij de kroegbaas en de molenaar, en sommigen konden hun rekening nauwelijks aflossen. Daarom waren vooral de boeren van families die al van oudsher in het dorp woonden, ontvankelijk voor de verhalen van de gezanten uit Duitsland.”
Georg komt met zijn Galizien divisie in Polen terecht. Zijn naam verandert daar in Ɖuka. Na een enkele confrontatie met de vijand weet hij te deserteren, waarna een caleidoscopische terugtocht naar huis begint. Daarbij is hij, evenals in zijn jaar bij de Waffen-SS, volledig afhankelijk van (de grillen van) anderen. Wat enigszins vreemd overkomt, is dat na alle gruwelijkheden waarvan Kempf getuige is geweest, Šnajder schrijft:
“Het klaaglijke loeien van een koe met volle, pijnlijk opgezette uiers is een van de ergste dingen die Kemp zich van zijn ‘kleine Poolse oorlog’ zal blijven herinneren.”
Naast het verhaal van Georg speelt de geschiedenis van Vera (1925). Opgegroeid in een arm gezin, kiest zij de kant van de communisten. Zij strijdt aan de zijde van Tito, een leger van met name jonge opportunisten. Vooral de verbetenheid van de vrouwelijke strijders wordt door de SS gevreesd.
Nadat Duitsland heeft gecapituleerd, wordt Joegoslavië een socialistische staat onder leiding van Tito. Weliswaar weigert men klakkeloos de agenda van de USSR te volgen, toch krijgt Vera door de partij voorgeschreven dat zij elektrotechniek moet studeren (zij ambieert een creatief beroep).
“Had Lenin niet gezegd: ‘Sovjetbestuur plus elektrificatie – dat is socialisme!’”
Vera blijkt goed in agitprop. Zij trekt de dorpen in om de leer van het communisme/socialisme te verkondigen, maar bovenal predikt zij de vrouwenstrijd: vrouwen doen niet onder voor mannen. “De revolutie had veel dingen in het vooruitzicht gesteld, maar werd door vaders geleid.”
In die tijd komt zij Kempf tegen. Communisten en SS is natuurlijk water en vuur, maar toch bloeit er iets op tussen de twee. Gezien zijn verleden lijkt het Georg verstandig uit Nuštar te verdwijnen en het jonge stel trekt naar Zagreb. In navolging van de oorlog zijn hele volksstammen – al dan niet gedwongen – verhuisd. Vera en Georg krijgen een huis toegewezen dat halsoverkop door de vorige bewoners is verlaten. Het zijn zogenaamde ‘bevrijde woningen’.
Vera, kaderlid van de partizanenbeweging, wordt gezien als een heldin. Zij behoort tot de overwinnaars. Georg houdt zich gedeisd. “Kempf begint zichzelf steeds meer te zien als iemand die in alle opzichten tekortschiet.” Zelfs nu wordt zijn leven door anderen bepaald. Hij zoekt zijn heil in het schrijven van gedichten, maar zal altijd een ‘poeta minor’ blijven. Ook nadat hun zoontje Georg wordt geboren, wordt de relatie er niet beter op. Steeds meer verliest Georg senior zich in de drank en een scheiding blijkt onvermijdelijk. “Na haar scheiding had mijn moeder mannen als een inferieure subcategorie van het mensdom afgeschreven,” schrijft zoon Georg, die gedurende de gehele roman als ongeborene regelmatig commentaar geeft (in kaders weergegeven).
Šnajder betrekt sporadisch de huidige politiek in deze roman. Niet alleen over migratie waartegenover men in de tijd van zijn voorouders positief stond, maar ook op andere aspecten:
“De wijze keizerin heeft per decreet bepaald dat er voor elke drie dorpen een priester en een arts zullen komen. Wat dat laatste betreft: dat was toen (EW: 1789) beter geregeld dan nu.”
De geschiedenis herhaalt zich. Zoals zijn voorouders vanuit Duitsland naar Transsylvanië trokken, trekken stevige jonge mannen in de laatste decennia van de vorige eeuw de andere kant op.
“Deze mannen hebben besloten naar iets beters op zoek te gaan. Gaan ze uit vrije wil? Slechte vooruitzichten en vooral honger maken het een mens moeilijk om vrij te kiezen. Zij zijn de nieuwe ‘freiwillig Gezwungene’ ofwel dwangwilligen. Ze vertrekken in de bloei van hun leven om als ‘Gastarbeiter’ in Duitsland te gaan werken.”
En begin jaren negentig ziet hij hoe vooral jongeren zich wederom laten verblinden en opzwepen door populisten:
“‘Zolang ze alleen maar dronken, waren ze nog te harden,’ zei hij, ‘maar nu laten ze zich vollopen met ideeën en historisch sentiment, en dat is veel erger.’”
In het huidige Polen zal eenieder de beschuldiging van decennia-/eeuwenlang antisemitisme van de hand wijzen. Als je vertelt dat je Oświęcim gaat bezoeken, zal men je corrigeren en zeggen ‘Je bedoelt Auschwitz, dat hebben de Duitsers gedaan.’ Letterlijk eigen ervaring: ook de jongeren die langs de kant van de weg een geheven rechterarm opsteken als de bus in de buurt van Oświęcim verschijnt. Het concentratiekamp functioneerde al jaren voordat de Duitsers in 1939 Polen binnenvielen en de bevolking was wel degelijk ultra-antisemitisch, al probeert men nog steeds de handen in onschuld te wassen.
En zoals Šnajder in een fictief verhaal aantoont: de geschiedenis herhaalt zich, mensen zijn hardleers. Ook bij het uiteenvallen van Joegoslavië kwamen er hele volksverhuizingen op gang. Weer was er sprake van ‘bevrijde woningen’, ofwel werden mensen van huis en haard verdreven en trokken anderen erin. Ook in Nederland is dat na WO-II gebeurd en werden huizen van Joden maar al te graag in bezit genomen. In die zin is de titel van de roman, De reparatie van de wereld, enigszins cynisch. Helaas. Lees dit boek. Zoals nrc, de Volkskrant en De Standaard al schreven: deze epische roman is een meesterwerk van de Europese literatuur!