Lezersrecensie

De uitzichtloosheid van het zwarte bestaan


Eus Wijnhoven Eus Wijnhoven
19 mrt 2020

Lutie Johnson beult zich af voor rijke blanken. Ze runt het huishouden, is kindermeisje. De blanke vriendinnen van haar werkgeefster waarschuwen de laatste: die knappe zwarte vrouwen zijn er alleen maar op uit een blanke man te verleiden. Luties man Jim is al jaren op zoek naar een baan. Vergeefs, zoals zoveel zwarte Amerikaanse mannen. Dus werken hun vrouwen, hangen de mannen doelloos rond op straat.

“Ik wil geen gunst. Ik wil alleen een baan. Gewoon een baan. Snappen ze niet dat ik mijn huiskleur zou veranderen als ik dat kon?”

De uitzichtloosheid van het bestaan en het feit dat Lutie slechts eens per maand naar huis terugkeert, drijft Jim in de armen van een andere vrouw, waarmee het huwelijk met Lutie naar de knoppen is. Voortaan zal zij in haar eentje hun zoontje Bub op moeten voeden.

Lutie vindt een armoedig flatje in 116th street in Harlem. De getormenteerde huismeester laat een oogje op haar vallen en het duurt niet lang of hij heeft zijn zinnen op haar gezet. Hoerenmadam mrs. Hedges houdt een oogje in het zeil en zal Lutie op zeker moment redden. Alles op alles zet Lutie om aan deze troosteloze omgeving te kunnen ontsnappen, om de achtjarige Bub een eigen slaapkamer te kunnen bieden; een huis in de buurt van het groen, waar hij een veilige omgeving heeft om op te groeien. Dan dient zich een prachtige kans aan om haar droom te verwezenlijken.

‘De straat’ is in 1946 verschenen. Het is het debuut van Ann Petry, opgeleid tot apotheker. Al haar verontwaardiging en woede over de rassendiscriminatie en ongelijkheid in de VS heeft zij in dit boek samengebald. Het is de eerste roman van een zwarte Amerikaanse waarvan meer dan een miljoen exemplaren werden verkocht.

Reacties

Meer recensies van Eus Wijnhoven

Boeken van dezelfde auteur