Lezersrecensie

Desastreuze focus op het bbp


Eus Wijnhoven Eus Wijnhoven
25 mrt 2021

Heijne en Noten werkten allebei in de bedrijfsmatige sector. De ene voor een werkgeversvereniging, de ander als economiecorrespondent voor de Volkskrant. Toen zij in een verslag van de Rabobank lazen dat de Nederlandse economie de afgelopen veertig jaar met tientallen procenten is gegroeid, terwijl het reële gezinsinkomen in diezelfde periode nauwelijks is gestegen, zijn zij zich gaan verdiepen in dit verschijnsel, met een open vizier voor ‘economie’. Wat is dat nu eigenlijk? Hoe kan het bijvoorbeeld dat een op de vijf Nederlandse huishoudens kampt met ernstige betaalachterstanden of schulden die zij nooit van hun leven meer kunnen aflossen?

Vooral in de laatste decennia is de winstgevendheid van bedrijven enorm gestegen, terwijl hun belastingafdracht is gedaald. Van enige wederkerigheid tussen werkgever en werknemer is afscheid genomen. Philips besefte vroeger echter wel degelijk hoeveel haar personeel waard was en investeerde erin door hele woonwijken te bouwen, sportclubs op te richten (PSV) en studiebeurzen ter beschikking te stellen aan kinderen van hun personeel (wederkerigheid). Paul Polman, voormalig ceo van Unilever, besefte op zeker moment dat winstmaximalisatie in financiële termen niet de heilige graal was. Hij probeerde de aandeelhouders uit te leggen dat een bedrijf grotere verantwoordelijkheden heeft dan kwartaalcijfers en rendement. Maar waar is die tendens dan ooit begonnen?

Aan het begin van WO-II zou de overwinnaar diegene zijn die in staat was het snelst de meeste goederen (lees: wapentuig) te produceren. Economen gaven een term aan die trend: het bruto nationaal product (tegenwoordig bruto binnenlands product, bbp). Uitsluitend op basis van de groei van het bbp wordt bepaald of een land succesvol is. Het was een index om uit af te leiden hoe goed een land in staat is de oorlogseconomie te stroomlijnen. Hoe meer je produceert met jouw schaarse middelen, hoe hoger het bbp. Een aantal economen, waaronder de beruchte Milton Friedman, trok dit idee door tot in het extreme: publieke diensten – spoor, energie, post, gezondheid en onderwijs – zouden volledig en uitsluitend door ‘de markt’ beheerst moeten worden. De overheid diende zich zo min mogelijk met die ‘vrije’ markt te bemoeien. Helaas heeft premier Rutte zich meerdere malen uitgesproken voor deze extreme vorm van kapitalisme en hun roergangers, waarbij een gezonde samenleving met een hoog welzijn er nauwelijks tot niet toe doet.

Inmiddels wordt een groot deel van de Westerse wereld door het vrije-marktdenken bepaald. Zowel Friedman (vanuit het oogpunt na WO-II) als Heijne en Noten stellen dat omwenteling van een bestaand systeem, met een kleine laag zeer rijken die alsmaar meer vergaren tegenover een grote meerderheid die nauwelijks kan rondkomen, uitsluitend mogelijk is na een crisis. Bijvoorbeeld na een periode van heftige inflatie of… een pandemie die velen het leven kost (waarna de overheid misschien inziet dat je niet klakkeloos op zorg en ordediensten kunt bezuinigen). We moeten terug naar een samenleving waarin:

“… iedereen gelijke kansen heeft, en werken loont. Een samenleving waarin mensen veilig over straat kunnen, waar voldoende leraren voor de klas staan, de gezondheidszorg goed geregeld is en armoede tot het verleden behoort. En natuurlijk een planeet met een leefbaar klimaat … Opvallend genoeg komt geen van deze zaken tot uitdrukking in onze belangrijkste maatstaf waaraan we de stand van de economie afmeten.”

Overtuigend halen zij de mythe onderuit dat de economie maar moet blijven groeien. Daarbij introduceren zij ook een soort R-waarde: als het bbp van een land ieder jaar met 10% groeit (R = 1,1) dan is er sprake van een enorme exponentiële groei. Dat is niet vol te houden, de boel zal exploderen. Enerzijds vanwege gebrek aan grondstoffen en landbouwgrond, anderzijds vanwege de milieuproblematiek. En dat is nu net het probleem van onze huidige maatschappij: het bbp is zaligmakend voor politici. Kan het anders? Volgens veel sceptici zitten we nu eenmaal gevangen in dit systeem. De Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Arden heeft echter aangetoond dat het mogelijk is om ‘om te denken’. Haar regering geeft de voorkeur aan een index die het geluk en welzijn van haar burgers meet. Wellicht is het goed de boodschap in dit boek eens ter harte nemen als u straks weer eens een stemhokje betreedt.

Reacties

Meer recensies van Eus Wijnhoven

Boeken van dezelfde auteur