Lezersrecensie
Een boek over bomen en het belang van communicatie
2038 – Greenwood Island. Jacinda “Jake” Greenwood geeft rondleidingen in een van de laatste groene oases op aarde, bebost met oerbomen van soms duizenden jaren oud. Tien jaar eerder is de wereld getroffen door de Grote Verdorring, waarbij verwoestende schimmels en insectenplagen de bossen overal ter wereld teisterden, waardoor hectare na hectare verloren ging. Het bos wordt door eigenaar Holtcorp de Kathedraal worden genoemd en de bezoekers Pelgrims. Met een bezoek aan de Kathedraal moeten de gasten de Grote Verdorring even vergeten. Rangers, een soort onderdrukkende politiemacht, bewaken de regels die door opperbaas Davidoff zijn bepaald. Het is een tijd waarin vrij internet niet meer bestaat, waarin mensen continu met hun telefoons bezig zijn (EW: zou men in 2038 die dan verouderde technologie nog steeds gebruiken op de wijze waarop wij dat nu doen? Dat is niet erg aannemelijk). Jake ontdekt tot haar schrik enkele zieke douglassparren. Is het een aankondiging dat ook Greenwood Island ten onder zal gaan? Ze besluit erover te zwijgen.
2008 – Overal en nergens. Liam is van een steiger gevallen en ligt half verlamd op de betonnen vloer van een leeg huis. Hij is de zoon van Willow Greenwood, zijn hippiemoeder die nog altijd in een aftands Westfalia busje woont. Ook Liam is opgegroeid in zo’n busje, een leven van onzekerheid en continu op de vlucht zijn. Willow is een milieuactiviste en saboteert rooiprojecten van bossen waar ze maar kan. Het is een tegenkracht tot haar vader, Harris Greenwood die met zijn Greenwood Timber tweehonderd miljoen hectare oerbos in Canada en de VS heeft gekapt.
“Bomen zijn weliswaar imponerend, toch is het slechts onkruid op palen.” (Harris)
“Het beste moment om een boom te planten is twintig jaar geleden, het een-na-beste moment is nu.” (Willow)
Naarmate hij ouder wordt zal hij zich na veel vallen en opstaan – drankverslaving en afhankelijkheid van oxycodon – ontpoppen tot meestertimmerman. Ook hij gooit de kont tegen de krib in relatie tot zijn moeders gedachtegoed. Zijn dochter Jake zal hij nooit van zijn leven zien.
1974 – Overal en nergens. Willow haalt haar oom Everett Greenwood op als hij na 38 jaar gevangenis op vrije voeten komt. Ze kent hem nauwelijks, ook al heeft ze als kind in opdracht van haar vader jarenlang met deze man gecorrespondeerd. Hij blijkt iets te moeten rechtzetten uit het verleden en gaat op zoek naar een onbestemde vrouw.
1934 – Saint John. Er heerst een ware strijd tussen houtvestersbedrijven Greenwood Timber en Holtcorp. In tegenstelling tot Harris, kan R.J. Holt niet van vrouwen afblijven. Het kan het niet verkroppen dat hij en zijn vrouw niet in staat zijn voor nageslacht te zorgen. Als hij een schoonmaakster bezwangert, dient zijn lijfwacht Harry Lomax er zorg voor te dragen dat de vrouw de door Holt toegewezen hut middenin een van zijn bossen nooit zal verlaten en dat het kind straks gezond ter wereld komt. Dan slaat het noodlot echter toe. Het kind blijkt op mysterieuze wijze verdwenen en Lomax – een man die zijn leven lang al geplaagd wordt door ondraaglijke rugpijn – krijgt de opdracht het kind op te sporen. Daar kruisen de paden van Everett en de beveiliger elkaar. Everett heeft onder naam van zijn (blinde) broer Harris in WO-I gevochten en is teruggekeerd als getraumatiseerd man. Nooit heeft hij meer contact gezocht met Harris. De laatste vermoedt dat hij is gesneuveld of anderszins overleden.
Harris is inmiddels een grootindustrieel. De enige ontspanning die hij zich permitteert is luisteren naar poëzie, voorgedragen vanaf een langspeelplaat. Mede daardoor kan hij met zijn grote geheim leven.
1908 – Het Canadese binnenland. Twee passagierstreinen met ieder twintig wagons botsen op elkaar als enige overlevenden worden twee jongens gevonden. De dorpsbewoners geven hun een naam, Greenwood, en stallen haar in de bossen bij weduwe Craig. Zij int het geld dat de gemeente haar toestopt voor hun onderhoud, maar zij trekt zich niets van de jongens aan. Inmiddels beschouwt men hen – onterecht – als broers. De verwilderde jongens verweren zich manmoedig tegen de hun vijandig gezinde gemeenschap. Al snel scharrelen zij hun kostje bij elkaar door bomen te kappen en langs de weg te verkopen. Harris blijkt de slimste van de twee, Everett is meer praktijkgericht. Als Harris zich aanmeldt voor het leger om te gaan vechten in Europa, steelt Everett zijn identiteit en gaat in zijn plaats.
Vanaf pagina 273 wordt de terugtocht aanvaard: de toekomst in, via 1934, 1974 en 2008 naar 2038. De verschillende verhaallijnen van die perioden worden meer en meer met elkaar verbonden, met als apotheose het bericht dat Jake misschien wel de eigenaar blijkt te zijn van Greenwood Island.
Greenwood is een prachtig geschreven verhaal over (ontbrekende) familiebanden, de allesoverheersende rol die geld en macht kunnen spelen en bovenal van het klimaat en het belang van bossen voor een gezonde Aarde. Rode draad door het boek is het gebrek aan communicatie tussen de belangrijkste personages. Over koetjes en kalfjes wordt gepraat, maar echt zeggen wat je dwars zit, is onmogelijk bij alle protagonisten. Nergens is het boek belerend. Christie weerspreekt de ‘voor- en tegenstanders’ van de bomen door iedere generatie een andere kant te laten kiezen. In alle tijden probeert de protagonist te ontsnappen aan diens verleden.