Lezersrecensie
De dood heeft vele gezichten
Rond de datum waarop de geboorte van Jezus Christus wordt herdacht, een bespreking van een boek over de dood. Meer specifiek: die laatste periode voordat de dood het leven overwint. Roiphe beschrijft die periode aan de hand van vijf portretten, terwijl kort na een zesde gesprek over de dood dat onvermijdelijk fenomeen genadeloos toeslaat.
Allereerst beschrijft Roiphe het gevecht van de Amerikaanse schrijfster Susan Sontag tegen magere Hein. Voor de derde keer in haar leven probeert ze de kanker te bestrijden die haar ondermijnt. In de meest bizarre fenomenen zoekt ze haar toevlucht, uiteindelijk tevergeefs. Gedurende die wanhopige strijd fotografeert haar vriendin, de beroemde kunstenaar Annie Leibowitz, alle fasen van lijden, van strijden.
En dan psychoanalyticus Sigmund Freud. Als je weet dat jouw rookgedrag je kans op genezing ernstig hindert, waarom blijf je dan zweren bij de sigaar? Zoals hij het zelf noemt: het aansturen van de wil? Freud beschouwde de dood als een natuurlijk gegeven dat je met open vizier tegemoet moest treden. De zweren en abcessen in zijn gezicht, leidend tot een gapend gat in zijn wang, stonken echter zo dat zelfs zijn vrienden verkozen op afstand te blijven en zijn rode chowchow Lün zich onder de tafel voor hem verstopte.
Roiphe biedt ons meer: kan vreemdgaan de dood afleiden? Op het verkeerde been zetten? De schrijver John Updike geloofde daar heilig in, en toch hield zijn eerste vrouw Mary liefkozend zijn voet vast onder het witte laken in het ziekenhuis, toen hij overleed.
Dan verschijnt Dylan Thomas (Wales) ten tonele, een dichter die de zogenaamd romantische tristesse zozeer omarmde en zo zelfdestructief handelde dat hij de veertig niet zou halen. Ook hij vluchtte in de armen van willekeurige aanbidsters, al was de drank zijn werkelijke muze. En die laatste brief van zijn vrouw Caitlin, welke besluit met: “… Wat je ook zegt, hoe ranzig ook, je scoort er altijd mee. Barst maar, jij.” Tja, misschien moeten we wel bewondering voor haar opbrengen als je leest hoe Thomas heeft geleefd…
Kinderboekenschrijver en -tekenaar Maurice Sendak is weer een heel ander verhaal. Zijn doodarme vader en moeder doen er alles aan hem niet geboren te laten worden. Twee kinderen was ten slotte genoeg, een derde konden zij zich niet veroorloven. Helaas, de foetus overleeft. Onder dat duistere gesternte ziet Maurice het levenslicht. Het joch blijkt een overlever, heeft een ongebreidelde fantasie ('Max en de maximonsters' heeft u toch ook (voor)gelezen?) en kan prachtig tekenen. Op zijn tachtigste komt hij pas uit de kast, terwijl hij al decennia met partner Gene lief en leed deelt. Sendak ontkent de dood, zoiets overkomt hem niet, al is hij al zijn leven lang met het fenomeen bezig. Sterker: hij heeft er een bizarre fascinatie voor, welke zich er onder andere in uit dierbaren te willen tekenen vlak na hun overlijden.
In de epiloog de schrijver van onder andere 'Alles wat is'. James Salter dacht nooit aan was, hij zal niet door de dood getroffen worden. Gezien zijn verleden als oorlogsveteraan, als vliegenier die uit de lucht is geschoten, proost hij op negenentachtigjarige leeftijd met Roiphe om zijn gelijk te bewijzen. Eigenlijk wil hij maar weinig woorden wijden aan de dood, dat onvermijdelijke monster dat ooit komt en waar je je dan maar bij moet neerleggen. Roiphe belooft hem haar boek toe te sturen. Helaas blijft ze nog maanden aan de definitieve versie schaven, waardoor het telefoontje dat Salter is overleden – enkele dagen daarvoor trainde hij op negentigjarige leeftijd nog in de sportschool – te laat komt om van zijn lof te kunnen genieten.
Volgens de introductie van 'Het uur van het violet' helpt Katie Roiphe (New York, NY; 1968) ons “om de dood moedig onder ogen te zien en er minder bang voor te zijn.” Misschien, ik weet het niet. De portretten zijn opgebouwd uit anekdotes, wat in dit geval een verrassend positieve uitwerking heeft, waardoor zoveel leed enigszins behapbaar wordt en wat je doet beseffen dat ook jij, lezer, ooit dood zal gaan. Dat het helemaal niet vreemd is als je daar ‘raar’ op reageert. Kijk naar de figuranten in dit boek…