Lezersrecensie

Dit boek zou verboden moeten worden!


Eus Wijnhoven Eus Wijnhoven
23 apr 2021

Mexico, De Dag der Doden, 1938. Een dag waarop de doden contact maken met de levenden. Een jaar daarvoor heeft Geoffrey Firmin zijn vrouw Yvonne weggestuurd. Het is onduidelijk of dit naar aanleiding van een slaande ruzie gebeurde of omdat zij hem belemmerde in zijn drankmisbruik. Nu, in 1938, komt zij terug naar huis, in de hoop dat hij haar weer in zijn armen zal sluiten. Hopeloos verliefd is zij nog steeds op hem en hij? Zielsveel houdt hij van haar maar met haar leven kan hij niet. Die dag komt ook Firmins jongere halfbroer Hugh hem in Zuid-Amerika bezoeken. Zowel Hugh als Yvonne proberen Geoffrey te redden van de drank. Je kunt je afvragen of zij daar de meest efficiënte strategieën voor hanteren, maar dat terzijde.
De Dag der Doden, een dag die volledig in het honderd loopt en die in de avond haar naam eer aan doet. Vanuit drie verschillende perspectieven schrijft Lowry – zelf ten onder gegaan aan de drank – hoe de dag verloopt. Als hij vanuit Geoffrey schrijft, leidt dat met regelmaat tot fantasmen en surrealistische taferelen en hallucinaties. Eigenlijk is ‘Onder de vulkaan’ zo bezien een vrij eenvoudig verhaal over een zelfdestructieve idioot. Maar niets is minder waar…

‘Onder de vulkaan’ is geschreven in de periode 1937 – 1944. In die periode is Lowry’s huis afgebrand waarbij een deel van het manuscript verloren is gegaan. Sommige delen zijn exact gelijk aan de versie uit 1937, andere delen zijn herzien. Het boek is in twaalf hoofdstukken opgedeeld. Twaalf, een magisch getal volgens Lowry, wat hij in een brief aan uitgever Jonathan Cape verklaart. Die brief, een epistel van 47 (boek)pagina’s, bestaat uit een toelichting op zijn manuscript dat door een lezer/redacteur is bekritiseerd. Bij lezing van die brief besef je pas hoeveel diepgang er in dit boek zit, hoeveel verbanden met meesterwerken uit de Griekse Oudheid, met de Bijbel (de toren van Babel). Maar ook hoe de hoofdstukken tot een onontwarbaar kluwen onderling verstrengeld zijn. De kritiek op het eerste hoofdstuk – “Het langdradige begin,” aldus de proeflezer – pareert Lowry aldus:

“Als het boek al gedrukt was en de pagina’s niet behept zouden zijn met de matte smekende andersoortige en wanhopige aanblik van het ongepubliceerde manuscript, zou de belangstelling van uw lezer naar mijn mening al van meet af aan veel meer zijn gewekt, net zoals hij er geheel anders tegenover zou staan wanneer het boek bijvoorbeeld al een klassieker zou zijn: hoewel hij ook in dat geval misschien zou zeggen: ‘God dit valt niet mee,’ zou hij dapper voortploeteren in het duistere moeras – ja, zich zelfs schamen wanneer hij dat niet deed – vanwege de verhalen die zijn oor al hadden bereikt over de panorama’s waarmee hij verderop zou worden beloond.”

En dat is nu net het probleem van dit boek: het ís een klassieker geworden, een van de meesterwerken uit de twintigste-eeuwse literatuur. Maar het zou verboden moeten worden. Het zou verboden moeten worden, omdat je bij lezing van de brief met al die verwijzingen naar grote verhalen vanuit de Oudheid tot begin twintigste eeuw, je je bijna verplicht voelt die werken te gaan lezen. En dan veel aantekeningen te maken, want anders vergeet je de helft. En daarna opnieuw ‘Onder de vulkaan’ gaan lezen, en nog eens, en weer. En zo zou je jaren kunnen vullen om deze ene titel zoveel als enigszins mogelijk is te doorgronden. Een schrijver die dát weet te bewerkstelligen, heeft het hoogst haalbare bereikt!

PS: Het boek stamt uit 1947 en niet, zoals hier is vermeld, uit 1900. Mijn editie, met een nawoord door Walter van den Berg, dateert uit 2014.

Reacties

Meer recensies van Eus Wijnhoven

Boeken van dezelfde auteur