Lezersrecensie

Een wrang verhaal met de kennis van nu


Eus Wijnhoven Eus Wijnhoven
18 mrt 2020

Siem Merkelbach is advertentieverkoper. Dat heeft hij slim ingekleed door er een blaadje omheen te kneden dat sterren aan hotels in Nederland toekent. Tegen de zin van diens ouders aanvaardt neefje Justus een baantje bij oom Siem. Samen struinen zij de Nederlandse wegen af, voor Siem liefst c-wegen, straten die slechts met een potloodstreep op kaarten worden aangegeven. De c-wegblues zoals Siem de rit over die wegen karakteriseert. Justus leert van Siem de kneepjes van het vak. Op kantoor verwerkt de stabiele kracht Mabel hun bevindingen.

Siem valt op doorsnee vrouwen. “Die vrouwen zijn de longen van het land.” Het gewone, het burgerlijke, dat is zijn stiel, ondanks het feit dat hij allesbehalve een burgerlijk leven leidt. Doorsnee keukens hebben zijn voorkeur, al gunt hij zich soms een uitspatting en bezoekt een pizzeria in de negorij. Dat er in de zaak geen Italiaan te bekennen is, stoort hem geenszins, in tegenstelling tot Justus:

“In het grote blozende gezicht van de Batavier glinsterden twee helblauwe varkensoogjes die volmaakt onbezorgd van mij naar mijn oom en weer terug schoten toen hij ons de kaart overhandigde met daarop een rijtje verfrieste pizza’s met ingrediënten waar ze in Italië vermoedelijk muren mee stuken.”

Siem deelt hotels in slechts twee categorieën in: hondenhokken of bonbondozen. Naar gelang hun bereidheid te adverteren in Goedemorgen kent hij hun sterren toe. Ten slotte heeft het kwartaaltijdschrift een oplage van 2 miljoen exemplaren, daar mag wat tegenover staan.
Justus is in zijn element bij Goedemorgen. Als kind bracht hij gelukkige tijden door bij oom Siem en tante Tilly. Langzaam maar zeker bespeurt hij echter scheurtjes in die relatie. Oomlief blijkt vreemd te gaan en zelfs bordelen te bezoeken. Te pas en te onpas schreeuwt hij dat zijn vrouw pas ‘een echte’ is, een vrouw van zes sterren. En toch pleegt Siem zelfmoord en wordt Justus gedwongen in de spiegel(s) te kijken.

Het is wrang dit boek uit 2002 te lezen met de kennis die we nu hebben over de zelfmoord van Zwagerman. Zo schrijft hij op pagina 42: “Inmiddels weet ik er wel zó veel van dat zelfmoordenaars tot in het oneindige zijn te categoriseren, en dan niet alleen vanwege de grote verschillen in methodes en motieven. Aan de basis … staat het verschil tussen degenen die al zo lang ze zich kunnen herinneren naar hun zelfmoord toeleven en zij voor wie de mogelijkheid van zelfmoord plotseling bestaat als een onwrikbaar feit.” Tja…

Reacties

Meer recensies van Eus Wijnhoven

Boeken van dezelfde auteur