Lezersrecensie
Nietzsche volgens Jaspers
Jaspers, Karl
Nietzsche en het Christendom/Karl Jaspers; vertaling < uit het Duits> Jacob Mordegaai.- Eerste druk, Utrecht:Bijleveld, 2017.- 117 pagina's; 21 cm.
Vertaling van: Nietzsche und das Christentum.- München: Piper. (c)1952
ISBN978 90 6131 713 5
Belangrijk werk van psychiater en filosoof Jaspers, die al eerder een werk over Nietzsche schreef. J. noemt zichzelf existentiefilosoof in onderscheid tot het existentialisme in de filosofie. Hij eigende zich de filosofie op eigen kracht toe en ontwikkelde een systeem, daarin beïnvloed door Kierkegaard en Nietzsche. Hij gaf college aan de universiteit van Heidelberg, eerst in de psychologie en later in de filosofie. Hannah Arendt kreeg les van hem. Jaspers had invloed, ook op de theologie.
In Nietzsche en het christendom geeft Jaspers een analyse van de christelijke inbedding van de persoon Nietzsche en van diens denken. Jaspers betoogt dat Nietzsche zichzelf niet buiten de tijd heeft kunnen plaatsen, net zo min als enig ander denker. N's afkeer van het christendom, maar niet van de persoon van Jezus, geeft aan dat hij er zelf ook heftig mee worstelde. Nietzsche's afwijzing betreft de hypocrisie van het kerkelijk instituut, zoals het door de tijd heen is verworden. Doordat het christendom ook staatsgodsdienst werd, in de vierde eeuw, gaat met deze verwording ook de Oudheid als filosofische periode voor hem teloor. Het denken van Socrates en Plato maakte het christendom mogelijk, volgens Nietzsche, volgens Jaspers. Met het creëren van een hogere wereld, de ideeënwereld, werd iets geïntroduceerd dat binnen het christendom het hiernamaals zou worden. De nadruk op een leven buiten het aardse bestaan is volgens N. de werkelijkheid niet onder ogen willen zien. De Sklavenmoral veroorzaakte volgens N. een verzwakking van de mens. De zwakke en arme mens, immers, had evenveel recht op een relatie met God als de sterkere en rijkere. En zou, itt die sterkere en rijkere in het bezit zijn van de juiste moraliteit. Dit noemt Nietzsche, bij monde van Jaspers, een decadentie.
Toch, zo schrijft Jaspers, komt het anti christendom denken van N. voort uit een innige verbondenheid daarmee, in cultureel opzicht. We dienen ons niets aan te trekken van de vaak flarderige en tegenstrijdige kreten die Nietzsche produceerde. Alles, zelfs de kleinste notitie, behoorde bij N's werk en bovendien belemmerde N's ziekte de consistentie ervan. De tegenstrijdigheden geven aan dat N. alles uit de wereld in zijn denken wilde incorporeren ten behoeve van een helder zicht op de menselijke mogelijkheden. N. kon zich daarbij als eenling handhaven. Iets wat niet voor iedereen is weggelegd. Bovendien zou zoiets, wanneer iedereen op N's voortreffelijke wijze zichzelf in vraag zou stellen, de maatschappelijke orde omver gegooid worden.
Jaspers schrijft op zeer betrokken wijze over de diepgang in N's denken, dat een zeer radicaal en moedig denken is.