Lezersrecensie
De tweede sekse opnieuw gelezen
Welten, Ruud
Wie is er bang voor Simone de Beauvoir?; over feminisme, existentialisme, God, liefde en sex / Ruud Welten.-Amsterdam: Boom, 2020.-190 pagina's; illustraties; 21 cm.
Met literatuuropgave.
ISBN 978 90 244-3360-5
Ruud Welten las De tweede sexe, een in 1949 in het Frans verschenen studie van 700 pagina's over de systematische achterstelling van de vrouw in onze maatschappij. Welten vindt dat hij als man een taak heeft om dit werk te beschrijven en daarmee zijn steentje bij te dragen aan wat hij ziet als fundamentele veranderingen. Althans, aan het bewust worden dat er iets moet veranderen. Hij fulmineert tegen oppervlakkige maatregelen zoals vrouwenquota in bestuur en bedrijf, juist omdat die het primaat van de man zouden onderstrepen.
Het boek is opgedeeld in zes hoofdstukken, te weten 1.Typisch mannelijk, waarin de Beauvoir volgens Welten betoogt dat het niet alleen de mannen zijn die vrouwen in hun ondergeschikte positie houden, maar juist ook de vrouwen. In 2. Vrijheid, nee bedankt gaat het om de radicale vrijheid die de existentialisten aan de mens toeschrijven. In alle omstandigheden zou er keuzevrijheid bestaan om je te verhouden tot het lot. In 3. De heilige Simone gaat het om de religieuze kindertijd van De Beauvoir. Zij verdiepte zich in de heiligenlevens van vrouwen , van wie het ultieme wensdoel was, tot in uiterste consequentie, om tot God te raken. Zelfkwelling en zelfvernedering als methode kiezend. 4. Mijn liefste is het hoofdstuk waarin Welten dmv brief citaten betoogt dat De Beauvoir onderscheid maakt tussen de romantische liefde en de authentieke. Dat wil zeggen: ook uit haar correspondentie met Nelson Algren blijkt een worsteling met sekse bepaalde rollen. Volgens Welten blijkt hieruit dat Sartre en De Beauvoir verschillende ideeën hadden over de liefde. De Beauvoir zou uitgaan van een meester-slaaf verhouding tussen man en vrouw, een Hegeliaans concept waarin de vrouw tot object gemaakt wordt. In dit hoofdstuk veel verwijzingen naar literatuur waarin vrouwen een feministische, vrij makende rol spelen. En, mooi historisch voorbeeld vind ik de verwijzing naar Anne Théroigne de Metancourt, die tijdens de Franse revolutie in 1791-94 een rol speelde en later werd afgetuigd door politiek tegenstrevende vrouwen en in La Salpêtrière belandde, tot aan haar dood. Welten merkt in dit hoofdstuk de vrouwonvriendelijkheid van Sartre op door het beroemde voorbeeld van Kwade Trouw, d.i. Iets wel weten maar doen alsof dat niet het geval is, aan de vrouw toe te schrijven die haar hand niet terugtrekt bij mannelijke toenadering. Deze Mauvaise Foi is een hoofdargument in Het zijn en het niet, het hoofdwerk van Sartre, om te onderbouwen dat de ultieme vrijheid door veel mensen niet gewenst is. Ze zijn liever onvrij en daarmee laffe meelopers. Ook De Beauvoir vindt dat het moed vereist om werkelijk vrij te zijn. En dat geldt zeker voor vrouwen die aan hun, ten dele ook zelfopgelegde, ondergeschiktheid willen ontkomen. In 5.Tijd voor psychoanalyse onderzoekt Welten hoe Sartre en De Beauvoir zich verhouden tot de psychoanalytische gedachten van Freud. Sartre was volgens hem van mening dat de notie van het onderbewuste niet paste binnen het existentialistische gedachtegoed. Het bewustzijn was transparant voor de goede verstaander. Wanneer men zich had ontdaan van de kwade trouw, zou iedereen zich in vrijheid kunnen verhouden tot het eigen lot en leven. Voor De Beauvoir geldt dat zij in Freud iemand ziet die uitsluitend ingaat op het mannelijke verlangen dat de vrouw tot, seksueel, maar daaruit voortkomend ook in een bredere maatschappelijke context, tot object maakt.
In 6. De tweede sekse vandaag volgt W het denken over het werk, ook door denkers als Hélène Sixous, Luce Irigaray en Julia Kristeva in de jaren '70 en '80, waarin het eigenlijk door feministen als zij terzijde werd geschoven. Dit ofschoon Kristeva daar later op terug kwam. W stelt dat feminisme op zich niet voldoende is om de mythes te veranderen die de grondslag vormen voor ons denken en doen in de dualiteit man-vrouw. Er zijn immers ook, door de geschiedenis heen, mannelijke feministen. (Zie Choderlos de la Clos). De uitbuiting en onderdrukking van de ene soort door de andere, ter meerdere glorie en ontplooiing van de andere, is volgens W een door en door neoliberale gegevenheid, die niet zal veranderen als de mythes erover niet veranderen. En dat is iets heel anders en fundamentelers dan het instellen van vrouwenquota. Feminisme tout court is een regeling, een denkwijze die het neoliberale denken juist alleen maar onderstreept (zie de handelsacties van Ivanka Trump). Hij stelt dat De tweede sekse expliciet anti kapitalistisch en anti liberalistisch is en dat de verwezenlijking van de idealen uit het werk nooit zullen kunnen plaatsvinden onder de patriarchale structuren ervan. Dit is uitbuiting versus onderdrukte.
Mooi, niet ontoegankelijk geschreven studie over een wezenlijk onderwerp. Uitgebreid notenapparaat.