Lezersrecensie
Getalenteerde tante die tegen de keer in durfde te gaan
Withuis, Jolande
Geen tijd verliezen; Jeanne Bieruma Oosting, 1898-1994/ Jolande Withuis.- afbeeldingen, lijst van geïllustreerde werken, bronnen, noten, personenregister – Amsterdam: de Bezige Bij, cop. 2021.- 477 pagina's.
Uitgave kwam mede tot stand met steun van het De Gijselaar-Hintzenfonds en een biogrerafiebeurs van het Nederlands Letterenfonds.
ISBN 978 94 031 51014
Mooie, niet kunsthistorisch maar eerder sociologisch en psychologisch geduide, biografie van Jeanne Bieruma Oosting. Oosting woonde lange tijd in Almen, vlak bij Zutphen, net als Withuis zelf. Misschien dat dit feit plus de aandacht voor het naoorlogse communisme JW nog extra hebben aangezet tot schrijven . JBO maakte immers een speciale grafiekmap over de communistische insteek in Amsterdam, toen ze daar onderhuurde bij een actief lid uit de partij. Withuis vader had dezelfde achtergrond. Zie: Raadselvader.
Overigens maakte Oosting veel meer grafiek, zoals in haar Parijse jaren bvb de serie Chairs. En, tijdens de watersnoodramp in 1953 zat ze in ramp bestendige kledij op een eilandje de situatie in opdracht te tekenen. Ik vind de grafiek eigenlijk het interessantst, het meest eigen, het meest gedurft uit JBO's oeuvre. De schilderijen van interieurs, portretten, landschappen en bloemstillevens waren destijds heel populair onder een breed publiek, maar niet zo bij de musea. Ze, de schilderijen, zijn ook aantrekkelijk en duidelijk apart door het niet geijkte kleurgebruik. Maar, qua onderwerpskeuze
toch minder gewaagd dan het grafische werk. JBO maakte ook prenten van vreemde dieren (kwallen, een schorpioen, reptielen) waarmee ze, evenals met de serie Les fleurs du mal haar nek uitstak. Het 'vreemde' werk uit haar vroege Parijse jaren, waarin ze ook duidelijke banden had met
het zg Sapphisme, via de schilderes Lydis, is zelden in een tentoonstelling getoond.
Withuis besteedt veel aandacht aan de familiale omstandigheden. Oosting werd geboren uit een adellijke familie, waarin het bijna uitgesloten was dat een vrouw een zelfstandig bestaan als kunstenaar zou leiden. Toch heeft Jeanne BO de tegenwerking vanuit haar milieu getrotseerd en heeft ze met veel doorzettingsvermogen haar eigen weg kunnen vinden.
De vriendschappen met andere kunstenaars en leermeesters vergoedden veel van het gemis aan familiale steun.
Of Oosting echt van de damesliefde was, daar doet Withuis geen uitspraak over. Zeker is dat ere verliefdheden speelden op vrouwen zowel als op mannen (A. Roland Holst, Werumeus Buning), maar die waren alle onbeantwoord en eindigden teleurstellend. De latere vriendschappen met Ida Gerhardt en Marianne Tellegen waren waarschijnlijk platonisch. Oosting heeft zich publiekelijk ook nooit uitgelaten over haar liefdesleven.
Wat Withuis wel duidt is Jeannes levenslange hunkering naar de liefde en ondersteuning van haar moeder. Die kreeg ze pas nadat haar vader, na een financieel schandaal, overleden was doordat hij zelfmoord pleegde. Over het geheel genomen, ook het contact met de broer en de zus waren zeer minimaal, komt het gezin als gemankeerd en beschadigd naar voren uit deze biografie. Alleen met de kinderen en kleinkinderen van haar zus onderhield 'tante Poppe' warme banden. Dat komt nog tot uiting in de samenwerking in de aanloop en het onderzoek voor deze studie.
Mooi, uitgebreid werk met een fantastisch notenapparaat.