Lezersrecensie
Naakter dan naakt
Agamben, Giorgio
Wat er overblijft van Auschwitz/ de getuige en het archief( Homo Sacer III)/Giorgio Agamben; vertaling: Willy Hemelrijk; inleiding: Ype de Boer. - Hilversum: Uitgeverij Verbum, .- 192 pagina's; 20 cm.
Vertaling van: Quel che resta di Auschwitz: l'archivo e il testimone(Homo sacer III).- Bollati Boringhini editore, © 1998..-Omslag vermeldt: Holocaust en filosofie.- Met literatuur opgave
ISBN 978 90 74274 91 3
Derde deel van Agamaben's grote werk Homo Sacer, waarin hij de geheiligde bestaansvormen van de mens binnen de samenleving bevraagt. Agamben kreeg college van zowel Heidegger als Walter Benjamin, maar is ook beïnvloed door de Foucault van de biopolitiek.. Agamben maakt een strikt onderscheid tussen de Zoé en de Bios, begrippen uit de antieke filosofie (Aristoteles), de zoé was verbonden met de oikos, het leven thuis, de bios met het politieke leven in de stad.
Agamben stelt dat de uitzonderingstoestand zoals in het kamp (Auschwitz) nu de normale toestand is geworden. In het kamp werden mensen gereduceerd tot buiten de orde vallende wezens die gedood konden worden. Bij de Antieken was dit de (ver)ban(ning). In de tegenwoordige samenleving is de mens gereduceerd tot zijn naakte, biologische bestaan. En juist dat bestaan wordt geheiligd. (comapatiënten die langdurig in leven worden gehouden, biologisch materiaal dat ter identificering wordt gebruikt).
In Homo Sacer probeert Agamben in de richting van een nieuwe orde te schrijven.
In Wat er overblijft na Auschwitz gaat het om een andere kijk op de gruwelen uit het kamp. Niet, zoals nu het geval is, met een afgrijzen dat werkelijke introspectie verhindert, maar juist wel met het onderkennen van de menselijke gewelddaden om zodoende tot een nieuwe verhouding daartoe te komen. Een insluitende verhouding itt een Dit-nooit-weer, uitsluitende.
Agamben onderscheidt in zijn analyse De getuige, de Muselmann, de Schaamte, of over het subject, van het Archief en de getuigenis. Hij haalt met name Primo Levi aan die over zijn kampervaringen heeft verteld en geschreven. Maar er zijn ook, schaarse, berichten van overlevenden die hun ervaringen verwoorden.
De Muselmann is de uitgestotene in het kamp die, niet meer in staat om te werken, aan het einde van zijn krachten, is verworden tot een non-mens die de snijdende kou niet meer kan onderscheiden van een bevel van de SS. Iemand die zeker niet meer in staat is tot politiek denken, maar evenmin tot biologisch functioneren. Ten dode opgeschreven. De mede kampbewoners kijken met schaamte naar deze Muselmänner, een schaamte die meteen afstand schept. Met zo iemand wil je je niet identificeren. Of, wanneer je toegeeft aan een gevoel van schaamte omdat dit jou ook zou kunnen overkomen, een je meteen, uit noodzaak tot zelfbehoud, ervan te distantiëren. Door de getuigenissen te behouden zou een begin gemaakt kunnen worden met de wezenlijke verwerking van de verontmenselijking in de kampen. Niet door het scheppen van afstand met deze werkelijkheid, maar door deze in de ogen te kijken.