Lezersrecensie
Solo
Ilse Lazaroms is een wetenschapper en schrijfster die veel gereisd heeft en op veel verschillende plekken heeft gewoond. Na een verblijf in Boedapest, Jeruzalem, Londen, Oslo, Florence en Jena, woonde zij een tijd in de Verenigde Staten. Dit boek, haar debuut, speelt zich af in die tijd.
Ilse verhuist naar de VS om zich te voegen bij een man op wie zij verliefd is geworden. Ze zullen samen met de woonboot Duet naar New York varen om daar te gaan wonen en werken, terwijl Ilse zwanger is van hun eerste kind. Ilse viel voor A vanwege zijn optimisme, zijn energie en zijn onbevangenheid. A doet zonder moeite wat Ilse maar niet lukt: genieten van het leven. Ilse tobt, bespiegelt, voelt een niet te overbruggen afstand tot de wereld, “alsof ze door een stolp kijkt.” Ze levert geregeld moreel commentaar op anderen, in het verhaal zelf (A mag niet genieten in New Orleans, want de stad wordt opzettelijk arm gehouden en de tot slaaf gemaakten fluisteren van achter de spiegels; mensen in de metro kijken op hun telefoon, “immuun voor het onrecht”, maar Ilse heeft wél aandacht voor de zwervers die ze daar ziet) en in enkele meer essayistische terzijdes waarin ze onrecht tegen zwangere vrouwen en jonge academici aankaart. A. ziet echter andere problemen in de wereld; hij verliest zich steeds meer in complottheorieën en wantrouwt de overheid en de media. Geen wonder dus dat deze twee, die zo verschillend in het leven staan en zo anders naar de wereld kijken, steeds verder van elkaar verwijderd raken. Ze vervreemden niet van elkaar, ze hebben elkaar nooit gekend en waar ze een glimp van de ander opvangen, is dat een ontgoocheling. Hun duet wil dan ook maar geen samenzang worden. Uiteindelijk lijkt A het contact met de werkelijkheid kwijt te raken en ervaart Ilse steeds meer dreiging, waardoor ze met haar dochter vertrekt. Deze afloop wordt al op de kaft duidelijk, dus ik geef hiermee geen spoiler.
Lazaroms hanteert verschillende schrijfstijlen. Het verhaal wordt verteld vanuit Ilses beleving, in bloemrijke, poëtische taal, met veel metaforen (soms mooi, soms vergezocht) en hier en daar korte passages die haast gedichten zijn. Dit geheel wordt onderbroken door meer essayistische betogen, bijvoorbeeld over de onzekere positie van jonge academici of de manier waarop zwangere vrouwen in de VS behandeld worden. Ondanks de morele verontwaardiging die geregeld uit de tekst blijkt, blijft de verteller passief, stelt zich geen vragen over haar eigen rol en keuzes daarin. Het boek snijdt thema’s aan als moederschap en de behoefte aan verbinding en je ergens thuisvoelen. Maar ook ten opzichte van die thema’s stelt de verteller zich passief op. Ze observeert, bespiegelt, lijkt er geen deel aan te nemen. Tegenover die behoefte aan verbinding, staat immers de behoefte aan afstand, aan een buffer tussen haar en een wereld die meer afstemming vereist dan haar lukken wil.
Lazaroms beschrijft zichzelf als een solist en ook dit boek is uitsluitend vanuit haar eigen perspectief geschreven. Niet alleen Ilse kent A. niet, wij leren hem ook niet kennen. Hetzelfde geldt voor andere personen in het verhaal, de dochter, collega’s, familie. Niemand wordt als ‘vol’ karakter opgevoerd en soms vraag je je af of Ilse überhaupt wel met iemand echt contact heeft gehad daar in New York. De ongelukkige zwerver wil ze gezien en erkend hebben, maar de mensen recht voor haar neus blijven - in ieder geval voor de lezer - onzichtbaar. Ze afstand die Ilse tot de wereld voelt, voel je als lezer ook tot dit verhaal. De stad, de dochter, De relatie met A, niets of niemand komt echt tot leven. En waar je dus gefascineerd aan dit boek begint, en aanvankelijk meegevoerd wordt door de poëtische en dromerige schrijfstijl, verlies je dan gaandeweg toch je interesse. Ook het duet met de lezer komt uiteindelijk niet van de grond.