Lezersrecensie
Mooi belicht verhaal
Raffaella Romagnolo is docent geschiedenis en heeft inmiddels enkele romans op haar naam staan, waarvan Antonio’s Oog de tweede is die in het Nederlands is vertaald.
Antonio’s Oog (in het Italiaans: Di Luce Propria) is een historische roman waarin het leven van Antonio Casagrande centraal staat. Antonio is opgegroeid in het weeshuis van Genua. Doordat hij blind is aan één oog, wil niemand hem hebben, maar als hij bijna twaalf is, wordt hij dan toch geadopteerd door fotograaf Alessandro Pavia. Pavia is niet alleen zijn leermeester, maar ook een vaderfiguur voor Antonio. Hij leert hem het vak van fotograaf en neemt hem mee op reis voor zijn missie alle oud-strijders van I Mille te fotograferen, een militie die ooit Sicilië bevrijd heeft en voor wie Pavia enorm veel bewondering heeft.
Het boek beschrijft Antonio’s leven en vriendschappen, waarbij er steeds raakvlakken zijn met belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis van Italië. Romagnolo vertelt zo een mooi verhaal over mensen die vol levenslust en soms tegen de klippen op proberen een zo goed mogelijk bestaan op te bouwen.
Het boek is prima te lezen zonder kennis van de Italiaanse geschiedenis. Die heeft Antonio als kind immers ook niet (“Antonio weet niets van Garibaldi, van Palermo of Cavour. In 1860 was hij vijf”), dus je neemt als lezer makkelijk zijn perspectief in en luistert vol verwondering naar de flarden die je opvangt van de volwassenen in het verhaal. Wanneer Antonio volwassen is, is hij aanwezig bij enkele historische gebeurtenissen, maar ontbreekt voor de lezer opnieuw de context. Sterker nog: Antonio verzint verschillende ondertitels en gezichtspunten voor zijn foto’s, die laten zien dat er verschillende interpretaties mogelijk zijn, afhankelijk van je perspectief en het verhaal dat erbij verteld wordt. Dit lijkt ook Romagnolo’s boodschap te zijn: er is niet één juiste weergave van de geschiedenis, van een persoon of van een leven; alles krijgt betekenis in het licht waarin het geplaatst wordt. Vandaar ook de oorspronkelijke titel.
Voor de lezer zonder voorkennis, wringt het ontbreken van deze context soms ook wel. Wie zijn deze mensen, wat gebeurt hier eigenlijk? Om Antonio en zijn vrienden te begrijpen, of om het boek te kunnen volgen, hoef je dat allemaal niet te weten. Maar wie iets wil opsteken over de geschiedenis van Italië - doorgaans toch een mooie bonus bij een historische roman - heeft aan dit boek niet zoveel.
De titel van het boek verwijst naar de gave die Antonio heeft: zijn blinde oog ziet hoe mensen zullen sterven. Antonio worstelt met de betekenis en last van deze gave, die zijn leven op cruciale momenten beïnvloedt. Maar eigenlijk is deze verhaallijn een beetje vreemd element in het boek. Het boek heeft geen andere magische elementen, maar blinkt juist uit in zijn realisme en het verhaal had ook prima verteld kunnen worden zonder Antonio’s gave. Desalniettemin werpt dit element wel enkele interessante vragen op: wil je weten wanneer of hoe je geliefden sterven? Als je weet hoe iemand aan zijn einde zal komen, wat doe je dan met die kennis?
Romagnolo heeft een meeslepende vertelstijl. Je wordt snel gegrepen door het boek en legt het niet zo makkelijk weg. Ze schrijft beeldend en met veel liefde over haar karakters, maar ook over het land, het voedsel en de fotografie. De personages zijn complexe persoonlijkheden, niet alleen maar goed, niet alleen maar slecht en ze ontwikkelen zich in de loop van het verhaal: “Jij bent je linkerarm én je rechterarm, je goede oog én je blinde oog. Negatief én positief”. Net als Antonio raak je gefascineerd door bijzondere figuren zoals Pavia en ben je nieuwsgierig naar hoe het verder gaat.
Antonio’s Oog is een mooi geschreven boek, over bijzondere mensen in een bijzondere tijd. Als lezer word je meegenomen in het verhaal, dat geregeld de vraag op oproept hoe het nou écht zit, maar uiteindelijk laat zien dat hoe iets écht zit, een kwestie van belichting is.
Met dank aan Uitgeverij Signatuur, van wie ik een recensie-exemplaar ontving.