Lezersrecensie
Bijzonder en ontroerend boek over ouderschap
Saskia en Juli verblijven met hun één-jarige zoontje Saul op het eiland Portes, waar de hippiefamilie van Sauls biologische vader Karl al decennialang woont. Het mooie eiland en Karls familie blijken echter verre van perfect en zorgen voor de nodige spanningen. Tegen dat decor probeert Saskia te schrijven en in het reine te komen met deze nieuwe rol die haar is toebedeeld: de rol van moeder.
Saskia de Coster schreef een bijzonder boek over ouderschap. Bijzonder is de taal die De Coster gebruikt: licht, invoelbaar, naturel, met mooie beeldspraken maar ook zelfspot en humor. Ondanks de soms stevige thematiek, leest het boek daardoor heel prettig en wordt het nergens te zwaar.
Ook de vorm van het boek is bijzonder: drie verschillende soorten hoofdstukken wisselen elkaar af, waarin De Coster verschillende perspectieven biedt op haar eigen ouderschap. Ze laat zien dat er drie soorten ouderschap bestaan: biologisch ouderschap (je rol in het ontstaan van het kind), de ouder als opvoeder en verzorger, en de ouder als partner van de andere ouder. De drie soorten hoofdstukken corresponderen met deze drie verschillende rollen en zijn ook ieder op een heel andere manier geschreven.
Waar De Coster schrijft over de ontstaansgeschiedenis van haar zoontje, schrijft ze in de verleden tijd en derde persoon. “Beter om afstand te hebben,” noteert ze daarover. Die afstand, en of het beter is die te hebben, komt telkens weer terug in het verhaal. De afstand beschermt tegen teveel betrokkenheid, tegen de pijn van onzekerheid en afwijzing, vormt een buffer waardoor de ‘oorspronkelijke Saskia’, die van vóór het ouderschap, niet weggevaagd wordt. Maar de afstand heeft ook zijn prijs, ervaart Saskia.
Opvoeder en verzorger is ze in het hier en nu, in de eerste persoon. Hoe zoekend ze ook mag zijn in die rol, dit feit is een gegeven. Er is geen ontsnappen aan en De Coster laat ook de beklemming hiervan zien. Deze hoofdstukken spelen zich af op het geïsoleerde eiland waar Saskia probeert een goede ouder te zijn en haar gezin bij elkaar te houden. Het hippieparadijs blijkt echter conflicten, geheimen en enkele gruwelijkheden in petto te hebben. De Coster trekt niet expliciet de parallel met het contrast tussen het ouderschap-uit-de-boekjes en de modderige en soms eenzame werkelijkheid van ouderschap-in-het-echt, maar iedere ouder zal die gelijkenis aanvoelen. Zelfs de oermoeder Molly blijkt uiteindelijk vertwijfeld te zijn en haar zaakjes minder goed op orde te hebben dan in eerste instantie lijkt.
De hoofdstukken over haar relatie met Juli lezen als een toneelstuk. En misschien is het dat ook wel, gezien de geheimen en de onuitgesproken onzekerheden tussen beide vrouwen. Ergens spelen ze toneel tegenover elkaar en de scènes laten dan ook mooi zien hoe onbegrip en verwijdering toenemen. En hoe je als ouders elkaar nodig hebt om je sterk en erkend te voelen in je rol. Ook dit thema komt telkens terug: wiens toestemming heb je nodig om iemands moeder te mogen zijn?
Ben je als lesbische niet-dragende moeder uiteindelijk slechts een ‘meemoeder’, niets anders of méér dan de vrouw van iemand die toevallig een kind heeft, zoals een andere recensent suggereert? De centrale vraag uit Nachtouders lijkt mij deze: wat maakt je tot iemands ouder? Biologische verwantschap, gezamenlijke geschiedenis, emotionele betrokkenheid, het zorgen zelf, de erkenning van anderen? Al deze puzzelstukjes samen maken je tot ouder, zo laat De Coster op ontroerende wijze zien in dit bijzondere boek.