Lezersrecensie
Brakman- liefhebber leest Brakman- biografie
Onlangs besloot ik toch maar eens om Nico Keunings biografie van Brakman te gaan lezen. Dat terwijl ik zelden zulke biografieën lees, want daarin wordt het raadselachtig mooie werk naar mijn smaak soms wat al te veel ontraadseld, door de relaties die worden gelegd met het leven van de auteur. Maar ja, in dit geval was ik toch nieuwsgierig, want ik ben een groot Brakman- liefhebber. Ik hou van zijn tegendraadse, volkomen ongewone en altijd verrassende proza, en ik lees sinds enige tijd elk jaar wel een paar van zijn boeken. Waarmee ik ook lang kan en wil doorgaan, want het zijn er ruim 50 en ik zit gelukkig nog lang niet op de helft. Ik wou dus wel eens weten of deze biografie zou bijdragen aan mijn Brakman- pret. En dat doet hij zeker, ook al vond ik hem soms wel wat erg anekdotisch en wat magertjes in de analyse. Maar aan de andere kant is dat ook het sterke punt: Keuning ontraadselt en verklaart niet, maar toont, en juist dat geeft je als lezer volop vrijheid om te mijmeren over een vreemd mens en een heerlijk vreemde auteur.
Keuning heeft veel bronnen bekeken en veel mensen gesproken. Helaas niet met Brakman zelf, en dat is een gemis. Maar daar was niets aan te doen, want Brakman was al overleden voordat Keuning werd gevraagd om deze biografie te schrijven. Bovendien heeft Keuning wel gesproken met de weduwe, de kinderen en vele vrienden van Brakman, terwijl hij tevens allerlei brieven nader heeft bekeken, ook van Brakmans vrienden of van literatuurcritici die met hem in gesprek waren. En dat levert een behoorlijke baaierd aan anekdotes op, die meestal best vermakelijk zijn - hoe keuvelend en wijdlopig soms ook- en die vaak bijdroegen aan mijn Brakman- pret.
Brakman zelf komt bijvoorbeeld naar voren als een wel heel talentvolle, vermakelijke en verbeeldingsrijke prater, maar als slechte luisteraar, en bovendien als een behoorlijk onaangepaste en soms zelfs onaangename buitenstaander. En daarin lijkt hij op veel van zijn hoofdpersonen. Wat ik niet wist. Ik had ook nooit in de gaten dat een van de bizarre personages in "De graaf van Den Haag" gebaseerd is op de wel heel kleurrijke Nol Gregoor, terwijl ik al helemaal niet wist hoe veelkantig de vriendschap was tussen Brakman en Gregoor. Evenmin wist ik hoe vaak Brakman gebruik maakte van personen die hij kende (die hij dan zomaar, soms zelfs zonder hun naam te veranderen, opvoerde in zijn romans), van locaties die hij zich herinnerde, van ervaringen die hij had meegemaakt. Er zat dus veel meer autobiografie in zijn boeken dan ik door had. Nu ik dat wel weet ga ik die boeken overigens niet totaal anders lezen, want het draait daarin vooral om Brakmans uitbundige verbeelding en fabuleerkunst. Het leven wordt in Brakmans proza niet feitelijk weergegeven of gekopieerd, maar op groteske en soms hilarische wijze vervormd en uitvergroot. Maar ik vond het wel leuk om te weten dat dit zo grillige proza soms toch autobiografische elementen heeft. Zulke weetjes zijn niet "need to have", maar wel "nice to have". Zoals ik ook leuk vond om te weten dat ook Brakman zelf nogal een overmatig sterke moederbinding had, net als veel van zijn personages. En ik vind het juist wel goed dat Brakmans moederbinding niet wordt geanalyseerd of psycho- analytisch wordt geduid: ten eerste omdat je zulke analyses naar mijn idee niet op iemand moet loslaten zonder dat je hem zelf gesproken hebt, maar vooral omdat de moederbinding van Brakmans personages nu niet gereduceerd wordt tot een of ander in de psychologische handboeken gerubriceerd fenomeen.
Ook zegt Keuning wel aardige en treffende dingen over Brakmans werk. Al vroeg geeft hij aan dat Brakman hield van ongewone opsommende formuleringen zonder lidwoorden, zoals "oor voor mompel en fluistering", "de geur van vochtig gras, met korhoen en woudsnip", "om hem heen was zoveel kiezel, kei en klei", "het grauw van grond, fond en bodem". En hij karakteriseert hem terecht als een wonderlijke, eigenzinnige buitenstaander, die in zinnen zoals hierboven geciteerd zijn eigen weg gaat, die zich aan geen enkele traditionele lineaire verhaalstructuur houdt, en die ons steeds verblijdt met fabulerende maar volkomen onbetrouwbare vertellers die helemaal losgaan met onnavolgbare grillige monologen. De titel van de biografie verwijst bovendien mooi naar een wezenlijk heimwee van Brakmans personages en Brakman zelf: een heimwee naar de "totale overgave aan indrukken, beelden en gevoelens" uit de kindertijd, een heimwee ook naar de totaal ongeremde verbeeldingskracht die nog niet is geknecht door de logica en conventies van volwassenen. Dat heimwee is voor Brakman dus tegelijk ook "een standpunt buiten de knellende orde der dingen", zoals Keuning aangeeft. En naar een bepaalde "ervaringskunst", waar wij als door conventies en gewoonten bepaalde burgermannen alleen van kunnen dromen.
Tevens verwijst Keuning naar mijn gevoel terecht naar Brakmans lange essay over Adorno, "De macht van het nee zeggen" (uit: "Vrij uitzicht"). Een essay dat ik meteen zelf ging lezen, en dat ik voor Brakmans werk heel verhelderend vond, al heb ik geen idee in hoeverre Brakman hierin optimaal recht doet aan Adorno's zo complexe filosofie. Keuning stelt: "Brakman herkent in Adorno's filosofie het ervaringsvermogen: 'niet- gedicteerde verbanden, zoals opdoemende herinneringen, gemis, verlangens en geluksmomenten uit de jeugd' en de behoefte deze in een nieuw verband te plaatsen, vorm en betekenis te geven. Het individu heeft de utopie nodig van het bijzondere, 'het nog niet door het officiële geestesleven vermaalde'. Als Brakman in het essay het begrip 'belangeloos welbehagen' van Adorno in eigen woorden samenvat, is het alsof hij een definitie geeft van zijn eigen schrijverschap: 'Het natuurschone toont zich binnen dit zich verhouden tot een kunstwerk als het zich onttrekken aan de identificatie met het begrip en het zich onttrekken aan het nut, in de zin van het functieloze, overbodige, maar van geest vervulde'". Ook citeert Keuning nog een andere, significante zin uit dit essay: "Het doorbreken van de verhaallijn die evenzeer abstraheert als het systeem zelf en die gebieden drooglegt waar de literatuur zich nu juist ophoudt, is het protest tegen een doorgerationaliseerde en geregelde wereld".
Veel van Brakmans springerigheid, grilligheid, buitenissigheid en bijna hilarische buitensporigheid is dus ook een soort ideologiekritiek. Een bewuste breuk met de gewoontes en conventies, die de weg vrijmaakt voor ervaringen en perspectieven die je niet tegenkomt in conventionele romans of in bijvoorbeeld de krant en het dagelijks leven. De "macht van het nee zeggen" maakt dus volgens Brakman de weg vrij voor ervaringskunst, voor de fabulerende fantasie die recht doet aan het volkomen ongrijpbare en ongewone. En dus aan alles wat niet rijmt met de ratio, met de gewoonte, met dat wat we in het dagelijks leven opvatten als nuttig en doelmatig. Elke roman van Brakman is dus een luidkeels protesterend "nee" tegen de ratio en de gewoonte. En een luidkeels "ja" tegen alles wat door dit protest wordt vrijgemaakt. Het ongeneeslijk heimwee naar de "ervaringskunst" uit de kindertijd en het luidkeels Adornoiaanse "nee" tegen ratio en gewoonte gaan hier dus hand in hand. In mijn beleving.
Nou zou ik het wel prettig hebben gevonden als Keuning dit laatste nog wat diepgravender geanalyseerd had, ook door wat dieper te graven in sommige romans van Brakman. Daarmee had hij ook wat meer recht kunnen doen aan de "ongeneeslijkheid" van Brakmans heimwee, en het "utopische" karakter van het bijzondere. Brakmans personages snakken volgens mij immers steeds naar het bijzondere, maar hun verlangen wordt nooit bevredigd: niemand kan helemaal loskomen van ratio en gewoonte, dus van het bijzondere zie je alleen glimpen, spiegelingen, fantoomachtige vermoedens. Voor volwassenen is het bovendien onmogelijk om zich weer helemaal onder te dompelen in de ervaringskunst van de kindertijd. Maar juist het krachtig verlangen daarnaar, en het mobiliseren van alle mogelijkheden van de buitenissige verbeelding, schenkt Brakmans personages dan toch grillige perspectieven en ervaringen die een 'normaal' mens niet heeft. Dat is dan HUN ervaringskunst: de ervaringskunst van ongeneeslijke buitenstaanders met ongeneeslijk heimwee. En van DIE ervaringskunst had ik graag meer en dieper geanalyseerde voorbeelden gezien uit Brakmans romans en verhalen.
Maar eigenlijk is dat gezeur, want "Een ongeneeslijk heimwee" bood mij veel vermakelijke anekdotes over de mens Brakman en de nodige smakelijke passages over de schrijver Brakman. Ik begreep door deze biografie weer wat beter waarom ik Brakman- liefhebber ben. En voor mensen die Brakman niet goed kennen is deze biografie misschien wel een aardige stimulans om eens wat romans of verhalen van Brakman zelf te gaan proberen.