Lezersrecensie

Een fraaie herontdekte klassieker


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
6 mrt 2021

Nog nooit had ik gehoord van de Poolse schrijver Jozef Wittlin (1896-1976), en nog minder van zijn ooit beroemde maar vergeten roman "Het zout der aarde" uit 1935. Maar nu ligt die roman herontdekt te glanzen, in een soepele vertaling van Dirk Zijlstra en met een informatief nawoord van Madeleine Rietra, voorzitter van het Joseph Rothgenootschap. Dat laatste is geen toeval: Wittlin en Roth waren met elkaar bevriend, terwijl de thematiek en stijl van "Het zout der aarde" soms doen denken aan Roths sublieme meesterwerk "De Radetzkymars". Sommige recente jubelrecensies (o.a. in de NRC) opperen zelfs dat Wittlin mogelijk de betere schrijver was van de twee. Dat nu geloof ik zelf niet, maar ik vond het wel een bovengemiddeld fraai boek. Ook al is het niet helemaal af, omdat dit het swingende eerste deel is van een vast vlammende trilogie, waarvan helaas de laatste twee delen verloren zijn gegaan.

"Het zout der aarde" beschrijft de aanloop tot de eerste Wereldoorlog, die zou leiden tot de ondergang van het Habsburgse rijk. In de sublieme proloog volgen we hoe de stokoude en niet alles meer begrijpende keizer Franz Joseph, te midden van een stoet van notabelen die al evenmin begrijpen wat er gebeurt, zich prepareert op de naderende oorlog. Een oorlog die alles omver zal werpen, maar niemand beseft dat. Behalve dan wellicht als een meteen onderdrukt vaag vermoeden. Dat totale niet- weten en niet- begrijpen van Franz Joseph en zijn gevolg worden echt subliem ironisch beschreven, en tegelijk met een subtiele maar indringende weemoed. En precies dat maakt de oude Franz Joseph heel overtuigend tot de belichaming van een wereldorde die op zijn laatste benen loopt, zonder dat te weten. Zodanig dat je droevig grijnst om alle naïveteit en onwetendheid, en weemoed voelt om alles wat verloren zal gaan. Net als in de passages over Franz Joseph in "De Radetzkymars".

Na de proloog echter volgen we de nederige en onbeduidende Piotr Niewiadomski, wiens achternaam niet voor niets "onbekend" betekent. Hij staat mogelijk model voor de anonieme soldaat, maar misschien zelfs nog meer voor de onwetendheid, nietigheid en onmacht van velen. Die onmacht, suggereert Wittlin op Rothiaanse wijze, kenmerkt ons allemaal: "Piotr begon over zijn meerdere te denken als was hij zijn gelijke. Want de stationschef bevond zich nu, te oordelen naar zijn fysionomie, op hetzelfde niveau als Piotr Niewiadomski. In zijn ogen stond dezelfde verbijstering, dezelfde wezenloze onmacht die mensen verraadt die tevergeefs proberen de wrede wetten van het bestaan te doorgronden. Vandaag liet de stationschef zijn meest wezenlijke karaktertrek zien: zijn zwakte. En ook zijn boerenafkomst, die hij altijd verborgen hield onder zijn regenjas".

Precies die zwakte en onmacht hadden we in de proloog al gezien in de passages over Franz Joseph. En die zien wij nu belichaamd in de niets begrijpende Piotr, de analfabeet die niet weet wat links en rechts is of wat vooruit en achteruit is, en die zich dus nauwelijks in de wereld kan oriënteren. Over Piotr en zijn geliefde hond Bas wordt bovendien gezegd: "Waarin kwam bijvoorbeeld zijn liefde voor Bas tot uiting? Was het het grenzeloze vertrouwen van de geslagen man voor het geslagen dier, de kameraadschap van een hondenleven op deze aarde waarop ze samen met hangende koppen hadden rondgetrokken, of was het meer dan dat?" Mooi en ontroerend vind ik dat: ook dit doordringt ons weer overtuigend van de onmacht van de nietige Piotr.

Vele personages met wie Piotr in aanraking komt hebben bovendien een vergelijkbare zwakte en richtingloosheid. Eigenlijk alle personages die we in dit boek beter leren kennen. Iedereen in dit boek trekt met hangende kop door de wereld, niemand weet wat rechts of links is, iedereen is de richting kwijt, iedereen treurt over verloren illusies. En dat geldt wezenlijk voor ons allemaal, suggereert Wittlin: "Wat stellen mensen toch veel vertrouwen in sleutels! Dat koude ijzer zit in hun zak als waarborg voor de veiligheid van hun huizen, kasten, kluizen en lades. We kunnen ons op honderd mijl afstand van onze woning bevinden, de met ons meereizende sleutel van de poort, van de deur verschaft ons de illusie dat we nog steeds eigenaar zijn van ons bezit. De sleutels in onze zak zijn als de geesten van verlaten plaatsen die, afgesloten, hun zin, hun leven verliezen". En die in de broekzakken verdwaalde sleutels symboliseren voor mijn gevoel ook de afsluiting van dromen, idealen en schone illusies: "Met zijn sleutel sloot Piotr Niewiadomski het ideaal af van zijn leven, van zijn carrière en van die aantrekkelijke ingebeelde echtgenote met haar bruidsschat. Dat ze hier de hele oorlog op hem mocht wachten. Dat ze zich mocht voeden met gedachten aan hem en aan hun toekomstige echtelijke geluk. Twee huizen sloot Piotr toen af met zijn roestige sleutel: het echte, bouwvallige, dat voor de helft toebehoorde aan zijn zuster Paraszka, het meisje van lichte zeden, en het andere, gedroomde, opgeknapte, met bloempotten voor de ramen en een muizenval".

"Het zout der aarde" gaat kortom duidelijk over de zwakte en onmacht van de mens. Maar ook over veel meer: het is naar mijn smaak een heel rijk boek, en gevarieerder dan ik in dit stukkie kan vertellen. Het is bijvoorbeeld een overtuigend anti- oorlogsboek waarin geen schot wordt gelost. We krijgen daarnaast een prachtig beeld van alle kleurrijke volkeren en culturen die samen het Oostenrijks- Hongaarse leger vormen, zonder elkaars taal te begrijpen. Maar even indringend wordt de op totale angst gebaseerde subordinatie van de soldaten beschreven, een subordinatie die iedereen van zijn persoonlijkheid en zijn vroegere kleurrijkdom berooft. Zodat deze mobilisatie al het einde aankondigt van het (volgens Wittlin, en volgens Roth) zo benijdenswaardig multinationale en multiculturele Oostenrijks- Hongaarse rijk. Fraai is de lange beschrijving van een zonsverduistering, die ook mooi symboliseert hoe de fundamenten van licht en rede worden aangetast, voor iedereen in dit boek. Ook indringend en ontroerend is de totale teleurstelling van twee hogere militairen, die helemaal geloven in het leger en het militaire heldendom als Het Hoogste Ideaal, maar die zelf niet naar het front mogen en dus verstoken zullen blijven van dit heldendom. Een gefnuikt ideaal dus, terwijl dat ideaal ook nog een vergissing is: aan het front zou immers geen heldendom hebben gewacht, maar verschrikking en dood. En door dit alles heen loopt dus Piotr, die steeds minder begrijpt wat links en rechts is en zich steeds meer verbaast over wat hij ziet maar niet begrijpt. Wat voor mij extra voelbaar en ontroerend was door de weemoed, compassie en ironie waarmee Wittlins dit onmachtige niet- begrijpen beschrijft.

Kortom: ik vond het een mooi en rijk boek .Vooral liefhebbers van Roth zou ik aanraden: lees "Het zout der aarde", en geniet. Niet dat ik geloof dat het net zo geniaal is als Roths sublieme "De Radetzkymars", maar het komt er naar mijn smaak wel vrij dicht bij in de buurt. En dat is geen kleine verdienste.

Reacties

Meer recensies van Nico van der Sijde

Boeken van dezelfde auteur