Lezersrecensie
Begin en het einde kloppen
Een van de meest roemruchte keizers, Karel V (1500 – 1558), slijt zijn nadagen in een afgelegen klooster in Spanje. Reis naar Laredo gaat over een laatste reis die de versleten Karel onderneemt met een bijzonder gezelschap. Ondanks zijn leeftijd is hij op zoek naar zichzelf. Naar zijn identiteit. Hij is keizer geweest, en alles schikte zich naar die rol. Maar wie is hij eigenlijk? Wat drijft hem? En wat is vrijheid?
Auteur Arno Geiger (1968) is geboren in Oostenrijk en woont in Wenen. In 2005 won hij de Deutscher Buchpreis voor zijn roman Met ons gaat het goed. In 2019 won hij de Europese literatuurprijs voor zijn boek Onder de Drachenwand, een verhaal over de Tweede Wereldoorlog.
Reis naar Laredo begint ijzersterk. Karel V wil in bad. Het bad staat buiten en hij moet erin worden getakeld. Karel V is fors, groot en ziek. Hij is oud en lijkt er weinig zin meer in te hebben. ‘Alles aan deze man is vreemd, ook zijn naaktheid, alsof hij het allang verleerd is onder de ogen van anderen geremd te voelen. Hij weet dat iedereen naar hem kijkt en zo zijn eigen gedachten heeft over zijn versleten lichaam, dat stoort hem niet, hij is er zijn hele leven aan gewend geen fraaie aanblik te bieden.’
Geiger omschrijft alles vanuit de derde persoon, toch kruip je echt helemaal in het hoofd van Karel V. Hij is onzeker. En nee, dat gaat niet over zijn aanzicht. Op zijn zesde overleed zijn vader en op zijn vijftiende nam hij de troon van zijn vader over. Hij schikte zich helemaal in die rol. Hij werd een vastberaden keizer, loyaal en reislustig. Karel is afgetreden omdat hij wilde ontdekken wie hij is zonder de troon. Zijn onzekerheid, zijn vermoeidheid, zijn frustratie: het komt allemaal geloofwaardig over. Karel heeft al twee jaar geprobeerd zichzelf te leren kennen, maar weet eigenlijk nog steeds niet wie hij is. ‘Hij ziet alleen in dat hij niets belangwekkends over zichzelf weet en dat hem nog maar weinig tijd rest om daarachter te komen’.
Dan ontmoet hij de elfjarige Geronimo, een jongen die in het boek wordt gepresenteerd als Karels bastaardzoon. De schrijver verwijst daarmee naar Don Juan van Oostenrijk, die later landvoogd van de Nederlanden werd. Met zijn jeugdige optimisme kijkt Geronimo zonder oordelen naar Karel. Hij ziet in Karel een mens waarmee hij plezier kan maken. Hij weet Karel ervan te overtuigen om nog een reis te maken naar Laredo.
Vanaf dat moment begint het reisverhaal, en daarmee ook het zwakkere deel van het boek. Karel ontmoet onderweg allerlei mensen, maar de gesprekken blijven oppervlakkig. Het draait vooral om wat mensen zeggen, wat Karel daarvan vindt en of dat wel door de beugel kan. Maar echte diepgang komt niet aan bod. Ook Karel zelf blijft hangen in herhalende gedachten. Hij ligt vaak op bed, drinkt en eet veel, en stelt zichzelf vragen, maar als lezer kom je niet veel verder. Zijn zoektocht voelt vaag. De bijfiguren, die soms historische betekenis hebben, worden amper uitgewerkt. Dat is jammer, want er zit potentie in. Toch zijn er ook momenten waarop het verhaal weer weet te raken, zoals wanneer Karel voor het eerst in tijden weer opwinding voelt, of simpelweg geniet van het zeewater op zijn huid. Dat soort scènes zijn goed beschreven.
Tegen het einde van het boek keert het ijzersterke begin weer terug. De manier waarop Geiger het boek afsluit is verrassend, en goed. Het begin en het einde kloppen. Het is alleen jammer dat het middenstuk langdradig aanvoelde, dat maakt het boek minder sterk dan het had kunnen zijn. Daarom krijgt Reis naar Laredo 3 van de 5 sterren.
Met dank aan De Bezige Bij voor dit recensie-exemplaar in ruil voor een eerlijke recensie.
Auteur Arno Geiger (1968) is geboren in Oostenrijk en woont in Wenen. In 2005 won hij de Deutscher Buchpreis voor zijn roman Met ons gaat het goed. In 2019 won hij de Europese literatuurprijs voor zijn boek Onder de Drachenwand, een verhaal over de Tweede Wereldoorlog.
Reis naar Laredo begint ijzersterk. Karel V wil in bad. Het bad staat buiten en hij moet erin worden getakeld. Karel V is fors, groot en ziek. Hij is oud en lijkt er weinig zin meer in te hebben. ‘Alles aan deze man is vreemd, ook zijn naaktheid, alsof hij het allang verleerd is onder de ogen van anderen geremd te voelen. Hij weet dat iedereen naar hem kijkt en zo zijn eigen gedachten heeft over zijn versleten lichaam, dat stoort hem niet, hij is er zijn hele leven aan gewend geen fraaie aanblik te bieden.’
Geiger omschrijft alles vanuit de derde persoon, toch kruip je echt helemaal in het hoofd van Karel V. Hij is onzeker. En nee, dat gaat niet over zijn aanzicht. Op zijn zesde overleed zijn vader en op zijn vijftiende nam hij de troon van zijn vader over. Hij schikte zich helemaal in die rol. Hij werd een vastberaden keizer, loyaal en reislustig. Karel is afgetreden omdat hij wilde ontdekken wie hij is zonder de troon. Zijn onzekerheid, zijn vermoeidheid, zijn frustratie: het komt allemaal geloofwaardig over. Karel heeft al twee jaar geprobeerd zichzelf te leren kennen, maar weet eigenlijk nog steeds niet wie hij is. ‘Hij ziet alleen in dat hij niets belangwekkends over zichzelf weet en dat hem nog maar weinig tijd rest om daarachter te komen’.
Dan ontmoet hij de elfjarige Geronimo, een jongen die in het boek wordt gepresenteerd als Karels bastaardzoon. De schrijver verwijst daarmee naar Don Juan van Oostenrijk, die later landvoogd van de Nederlanden werd. Met zijn jeugdige optimisme kijkt Geronimo zonder oordelen naar Karel. Hij ziet in Karel een mens waarmee hij plezier kan maken. Hij weet Karel ervan te overtuigen om nog een reis te maken naar Laredo.
Vanaf dat moment begint het reisverhaal, en daarmee ook het zwakkere deel van het boek. Karel ontmoet onderweg allerlei mensen, maar de gesprekken blijven oppervlakkig. Het draait vooral om wat mensen zeggen, wat Karel daarvan vindt en of dat wel door de beugel kan. Maar echte diepgang komt niet aan bod. Ook Karel zelf blijft hangen in herhalende gedachten. Hij ligt vaak op bed, drinkt en eet veel, en stelt zichzelf vragen, maar als lezer kom je niet veel verder. Zijn zoektocht voelt vaag. De bijfiguren, die soms historische betekenis hebben, worden amper uitgewerkt. Dat is jammer, want er zit potentie in. Toch zijn er ook momenten waarop het verhaal weer weet te raken, zoals wanneer Karel voor het eerst in tijden weer opwinding voelt, of simpelweg geniet van het zeewater op zijn huid. Dat soort scènes zijn goed beschreven.
Tegen het einde van het boek keert het ijzersterke begin weer terug. De manier waarop Geiger het boek afsluit is verrassend, en goed. Het begin en het einde kloppen. Het is alleen jammer dat het middenstuk langdradig aanvoelde, dat maakt het boek minder sterk dan het had kunnen zijn. Daarom krijgt Reis naar Laredo 3 van de 5 sterren.
Met dank aan De Bezige Bij voor dit recensie-exemplaar in ruil voor een eerlijke recensie.
2
Reageer op deze recensie